Boekhouden

Vanavond kwam de boekhoudster.

Invullen van het belastingformulier is een makkie maar ik laat haar altijd komen. Want het is zo’n enig mens.
We zitten een paar uur, tussendoor gaat ze even aan de laptop waarop ze een teruggaaf weet te bedingen, daarna nog een kop koffie toe.
Kijk, dat is nog eens een aardig kennisje.
Bij de vorige boekhouder hielden we ook altijd mooie bedragen over maar ja, toen hij ging hemelen haalde het niets meer uit.
We vonden een nieuwe. Helaas, die werd ook ziek, met droevig gevolg. Daarna durfde niemand  onze papieren bij te houden, we stonden op de lijst ‘Gevaarlijke cliënten’.
Pas na lang zoeken en de belofte van doktersgarantie vonden we iemand.
Een dappere. Vrouw, uiteraard.
Zij komt elk jaar en is nog steeds gezond.
En gezellig.

Advertenties

Het went, een slinkende familie

Er liep me een verjaardagskalender in handen van twee jaren terug.

Er stonden veel namen op van beider families.
Driekwart ervan was doorgestreept of er stond een kruisje achter.
Ik had toen een nieuwe kalender gehaald en alleen de levenden aangegeven. Het was een kort lijstje waarvan er inmiddels ook al een paar geschrapt zijn.

Het is jammer maar de normale weg; na het verdriet van alweer-een-hemelende-zwager ga je aan de afwas of schilt de aardappels. Op de duur verwacht je het min of meer, als (bijna-) jongste.
Een vrouw die ik kende liet me een donkergekleurde jas zien die ze speciaal voor uitvaarten had gekocht. Het was net lopende bandwerk, zei ze, ze hield geen familie meer over maar in ieder geval een goeie jas.

Uiteraard is het verlies van eigen man of vrouw van een andere orde, dat weet iedereen. Dat bezeert een speciale band.
Maar ik weet ook dat echtgenoot zich tranen zou hebben gelachen om die goeie jas.