Voorjaarszon

Op de heenweg naar de bibliotheek was het bewolkt en kil, ik trok de rits van mijn jack hoog op.
Nadat ik mijn boeken had verzameld sloeg ik de kraag weer op en stapte naar buiten. Verrast bleef ik staan in de zon die onverwachts was doorgebroken. In een half uurtje was het bijna zomers geworden.
Fantastisch, de rits kon weer los, ik wandelde met plezier verder, naar een miniparkje  waar een bankje stond en bomen, weliswaar nog kaal, toch een fijne plek.
Ik zat en keek en voelde genietend de warme stralen op mijn voeten, gras en plantjes zongen, vogeltjes zoemden  en een paar bijen groeiden er op los.
Na een poosje werd ik moe, beetje duizelig ook, ik liep naar huis,  onderweg bedenkend dat er iets vreemd was aan mijn waarnemingen. Vogeltjes groeien immers, en bijen zingen. Ja toch? Maar er was meer. Zou ik carano hebben? Speelden vreemde verhalen me parten?
Thuis zette ik me op de bank met een paracetamol, mocht ik ziek zijn, zou het zo wel overgaan.
En dat deed het.
Ik werd helder en helderder. Voor de zekerheid even naar buiten en controleerde:  alles klopte. Groene planten, fluitende vogels en een zoemende mug.  Warmte op mijn gezicht.
Er viel maar één conclusie te trekken:
het was een aprilzonnetjessteek.
==

‘Het werd Licht’

Vorige week viel het me op dat de zon niet alleen heet was maar ook schel. Of fel.
Net als de televisie,  ik kon het beeld niet verzachten. Het kwam natuurlijk door het geopereerde oog, dat was nog gevoelig voor licht, nam ik aan. Dat ik er last van had maakte de spiegel duidelijk, ik zag er niet florissant uit, beetje lijdzaam. Beetje heel erg zelfs.
Toen drong het tot me door: het oog is wel degelijk verbeterd, nu zie ik pas hoe de wereld rondom eruitziet. Verbazingwekkend zo helder als alles nu is, net een cadeautje.
De dahlia’s zijn rooier, de druiven mooier, dorre planten dooier. Ha, het maakt me bijna dichter.🙄
De keerzijde echter…..
Wat ik voor gezellige krullen aanzag blijkt een warrig zoodje pieken.
Ik ben niet bleek/bruin maar zie er regelrecht akelig uit. Spooky.
Het huis valt mee, de spullen ook, leve stofzuiger, was- en vaatwasmachine.
Jammer dat echtgenoot er niet meer is, dit zou humor geweest zijn.
Ik hóór het hem al zeggen: ‘Je weet zelf niet wat een mooie bejaarde je bent.’
Flauw voor een buitenstaander, troostend voor onszelf.
Nu lach ik in gedachten terwijl ik naar antirimpelcreme zoek.
==

Laatste griep-loodjes

Het is zweterig.
Ik drijf het bed uit en plons op de mat.

Moeizaam klim ik op het droge. Haal een handdoek, samen kruipen we opnieuw in bed.
Nu koelt het af, te vlug, de pyjama bevriest, een yeti beklimt het dekbed, net op tijd breekt de zon door met een begeleidende regenbui.
Ik drijf het bed uit..

Na dit avontuur werd ik onverwachts helder wakker.
Wat wil je.
Uitgerust, gezwommen en doorgewinterd in nog geen half uur, daar fris je van op.
Laat nu de Pasen maar komen.