‘Drie mooie paardebeesten stonden bij een hek…

…zomaar bij een hek.’

Dit plaatje kwam ik tegen bij  pixabay
Het trof me zoals ze daar nieuwsgierig staan te wezen.
Zijn ze benieuwd naar de foto?
We weten niet hoe ijdel ze zijn, paarden zeggen in de regel niet veel.
Misschien hopen ze op suikerklontjes, over cariës en plomberen hoor je ze ook nooit.
Willen ze aandacht, een goed gesprek wellicht?
Als ik niet zo bang voor ze was zou ik dat gesprek graag met ze aangaan.

Paard en wij

Hangend over het hek brachten we de tijd door. Paard kwam bij ons staan en luisterde. Af en toe knikte hij.
Een van de jongens was in een etterige bui.
‘Heb je die schoenen van je opoe geërfd?’ begon hij. ‘Weet je dat je naar groene zeep ruikt?’
Reacties bleven uit, ook Paard negeerde hem.
Geprikkeld kwam hij met zwaarder geschut.
‘Hé dikkont, ik zou maar eens wat minder vreten.’ We trokken schele ogen.
‘Je denkt zeker dat je leuk bent, je kunt een paard nog laten lachen,’ pestte de knul.
Verveeld keken we de andere kant op. Paard blies de manen uit zijn ogen en keek met ons mee.
‘Ik wed dat geen van jullie op hem durft te rijden.’
Nu keken we allemaal naar hem.
Hij aarzelde, klom op het hek en tilde een been over de rug. Paard liep weg en daar lag de klier, in het gras en wellicht in een koeienvlaai.
Paard kwam naderbij, hij hinnikte en wij lachten met hem mee.