Sparen met centen

Als kind deden we het, meestal in een dichtgeplakte Buismanbus. Centenwerk.
Ik spaarde tot ik dacht dat er genoeg inzat voor een zoute drop, een zakje zwartwit of een handje knikkers, alles voor vijf cent of een duppie.
Dan kon ik opnieuw beginnen.
Het gebruik verwaterde toen we groot genoeg waren voor zakgeld.

Jaren later zag ik dat mensen nog steeds spaarden in potjes en trommeltjes; de een hield het bij zilveren guldens, de ander bij wilhelmientjes, vijfjes, noem maar op.
Uit nostalgie wilde ik dat ook en wel op de oude manier: alleen kopergeld. Dat leek me het toppunt van tevredenheid, een spaarpot die ik deze keer wèl vol kreeg.
Van echtgenoots gegrinnik trok ik me niets aan (hij vond het bespottelijk), overal en in alle winkels wisselde ik om maar veel centen en stuivers binnen te halen en stopte ze in een mayonnaise-emmertje. Verdwaalde dubbeltjes mochten ook meedoen
Het werd een heleboel en het gerammel klonk me als popmuziek, als ik niet zo lang was zou ik er een duik in hebben genomen. Hoeveel centen zouden er wel in zitten?
Nieuwsgierigheid kreeg tenslotte de overhand, ik besloot te tellen.
Hooggespannen keerde ik de emmer om op de keukentafel, zette de leesbril op, en telde.
En telde. Hebberig en helemaal in trance.
Het werd stil in de huiskamer achter me, er werd voorzichtig gekucht door een paar gezinsleden. Het drong niet door.
Toen riep manlief, ‘Lukt het, Scrooge?’ ik keek op en hij klikte.
Tja.
De ban was voorgoed gebroken.

ps
fotootje is 20 jaar oud

Advertenties

Goeie god

Na enige aarzeling  heb ik de reis naar god weer eens ondernomen.
Wederom werd ik vriendlijk ontvangen al ontging me Petrus’ verholen zucht niet.
‘En, Bertjens, heb je weer wat?’ vroeg hij.
Hij humde geërgerd, duimde op zijn iPod, knikte en verwees me naar de spreekkamer.
God kwam me tegemoet. ‘Is hij chagrijnig?’ vroeg ik, wijzend naar Petrus.
‘Dag Bertjens,’ groette god, ‘en nee, hij vind het alleen overdreven dat jij regelmatig hier komt.’
“Nou zeg, één keer voor een nieuw lontje, ’n keer om te zien of het hier de moeite waard was, één keer met mijn raket, een keer…’
‘Ho maar, ik weet het nog. De kwestie is dat de mens, normaal gesproken, hier aanklopt wanneer hij/zij dood is. Alleen jij niet. Je hebt geen geduld.’
‘Dat is dan mooi stom van de mensen’, zei ik, ‘wat doen ze aan de mankementen tijdens hun leven?’
‘Verdragen, Bertjens, eventueel met een psychologische steuntje. Dat leert een mens van priesters.’
Ik keek hem aan. ‘Ga weg…’
Ongemakkelijk draaide hij op zijn stoel. ‘Ehm, dat is de bedoeling. Maar wat kan ik voor je doen deze keer.’
‘Een verbeterd geheugen alstublieft, ik vergeet meer dan nodig is. Zelfs mijn gat als dat niet vastzat.’
Hij knikte, ‘dat zei je moeder ook al. Ik wil het je wel geven maar dan krijg je àlles, realiseer je je dat?’
‘Geeft niets.’ Ik blufte omdat ik mijn zin wilde hebben.
‘Goed. Veel plezier dan maar.’ Hij zegende me en ik vertrok.

Eenmaal thuis genoot ik van de verbetering. Het begon  heel goed.
Niet meer zoeken naar dat pannetje, hoelang de aardappels kookten, sleutels terug, het was werkelijk een groot gemak.
Opgewekt vierde ik mijn nieuwe geheugen met een bezoek aan de bibliotheek.
Maar, hoe, wat gebeurde er? Bij elk gelezen boek speelden verhalen in mijn hoofd, schrijversnamen, uitgeversinformatie
‘Hallo,’ zei iemand die ik kende, ik draaide me om en ook van hem herinnerde ik me alles.
Iedereen op wie ik mijn blik richtte, elk voorwerp dat ik bekeek, zette mijn geheugen in werking.
Dit was vreselijk.
Terneergeslagen keerde ik huiswaarte en appte god.
Kreeg ik waakhond Petrus weer.
‘Sorry maar dit was niet wat ik bedoelde. Ik word gek,’ typte ik.
Hij gniffelde.
Ik zag hem bellen. ‘Baas,’ hoorde ik, ‘die hebberig vrouw weer, ze is niet tevreden. Zal ik haar een griepje sturen?’
‘Foei Petrus. Zeg haar dat ik het geheugen zal aanpassen naar behoefte en groet haar hartelijk. Het is best een aardig mens.’
‘Hmgrmompel….’
Hij wendde zich naar mij.
‘Je krijgt je zin weer, god is nu eenmaal wereldvreemd.’