Paard

Paard niet in kerststal

Paard verdwaalt
Wilde natuurlijk naar het stalletje van de H. Familie.
Maar ja, wat weet zo’n dier van wegen en wijzende sterren, het liep gewoon de wei uit.
Op goed geluk of op hoop van zegen, om in stijl te blijven.
Het stalletje vond hij niet, wel een goede opvang.
Hij is zelfs beter af, want zeg nou zelf. Hoe heilig ook, een arm ouderwets stelletje heeft vast niet hetzelfde te bieden als een adres van 2019.
Trouwens, wat zouden de drie koningen gedacht hebben als er een paard binnenliep? En de herdertjes? Een paard, dat kwam je in arme stallen niet vaak tegen.
Nooit eigenlijk.
Zitten ze braaf rond te kribbe te aanbidden, komt er opeens een paard  aandraven. Is natuurlijk doodmoe, schuimvlokken op de lippen, snakt naar drinken en briest van de honger.
Geen water, geen haver, niet eens een sinterklaaswortel, Jesus nog te klein om wonderen te doen, schaapjes mekkerend van nieuwsgierigheid.
Niks gedaan, al dat gedoe.
Het is maar goed dat hij naar Zeeland verdwaald is.
Daar hebben ze water zat.
=

.

dierendag

Dierendag

Het is aan mij niet besteed.
Ik hoef geen strik om mijn nek of een raar roze bot, ook een extra kussen in de mand maakt me niet blij en een piepspeelbeest wil ik al helemààl niet.
Feestelijke brokken, snoepjes, kauwsticks zeggen me niets noch korrels, veekoeken, zangzaad, pens, stukken vlees, levende prooien, haver, bundels hooi, bamboescheuten, varkenspoten, kippetjes, wortelen, inktvissen, pieren, en wat er maar aan eetbaars bestaat.
Wat moet ik daar nou mee, dat lust ik allemaal niet hoor.
Mocht ik iets lekkers willen dan is het een portie uit de vetpan. Met wat geluk blijft er een broodje kroket voor me over.
Misschien zelfs twee, jammmslurpburrrp.
Morgen pas.
Zucht. Ik kan haast niet wachten.