Doe het zelf

Tot nog toe zijn mijn haren kort genoeg.
Ik hoef alleen de pony bij te punten.
Hoelang ze het volhouden weet ik niet, dat hangt van hun stemming af.
Af en toe hangen ze tobberig langs de oren, niets van wat ik ze aanbied helpt in dat geval.
Strikje? Nee…  Speldje? Bah…  Nieuw kleurtje? Getsie..
Ik ben volkomen afhankelijk van hun humeur en dat valt of staat met het weer. Regen, mist, beetje luchtvochtigheid is  voldoende en ze krullen op van plezier.
De eigenzinnigen.

Met de voeten is het anders gesteld.
Gedwee laten ze zich in een badje zetten, bruisen, schuren, nagels bijwerken en tenslotte crempies aansmeren. Dan vinden ze allemaal best, ik merk hun opgewektheid bij het lopen. Het veert.
De lieverds.

Alleen de ogen, die wachten op nieuwe lenzen waaraan ik ze niet kan helpen.
Natuurlijk zijn een paar glaasjes vlug uit de verrekijker gehaald maar daar heb ik niets aan, ik kan mezelf niet opereren. Botte messen, te lage tafel, geen verdovend middel…
De zielepoten.
Eind mei wil de arts er aan beginnen, ik help het hem hopen.
==

Een paar eigengereide haren

Er zit een haartje aan de zijkant van mijn kin.
En een onder mijn oor.
Ik ruk ze uit met wortel en al. Het helpt niet lang, ze komen telkens terug.
Laatst klaagde ik bij een paar vrouwen dat ik een baard kreeg, onmiddellijk kwam er commentaar van een paar vijftigers en een jongere. Stuk voor stuk jonger dan ikzelf.
‘Nou èn?’ ‘Is dat alles?’  ‘Dat hoort erbij’ ‘Als wij uitgaan moet ik me eerst scheren’ ‘Ik laat zo vaak mijn kin doen’  ‘Zoveel vrouwen en meisjes hebben een snorretje, daar wen je aan’. En meer van die antwoorden.
Allemaal waar en goed bedoeld, het troost een beetje en ik weet echt wel dat er ergere dingen zijn en me moet schamen voor het gezeur en blij mag zijn dat ik verders gezond ben en blij mag zijn dat mijn hoofdhaar gewillig is en al die dingen maar ik erger me evengoed aan die brutale haren in/aan mijn gezicht.
Ze trekken zich niets van me aan.
Ze groeien gewoon door.

‘Ze praatte en praatte..’

Ze was niet te stoppen, het meisje dat ik trof in de bibliotheek.
Eindeloos was de uitleg over haar tijdelijke afwezigheid en dat het haar speet,  maar door dit en dat en blabla en nog meer bla.

Na vijf minuten viel ik in. ‘Wat vervelend meid maar ik moet nu echt weg.’ Hierdoor aangemoedigd begon ze een nieuw draadje. En toen en toen en toen en daarna.
Opnieuw onderbrak ik haar. ‘Ik heb werkelijk geen tijd meer, volgende week ...’ en opnieuw begreep ze me verkeerd.
Wat nu. Zonder meer weglopen was te bot. Van de andere kant, ik had nog maar tien minuten.
Ik sloeg heel hard met een vuist op tafel. Boeken sprongen op en de biebmevrouw snelde toe. Het kind praatte door, haar boeken bijeen leggend.
In wanhoop keek ik de mevrouw aan, ze knikte. ‘We kennen haar,’ mimede ze.
We overlegden woordeloos.
Na een laatste blik op de klok begreep ik: wat moet dat moet en drukte op de neus van het meisje waarna het geluid wegstierf. De biebmevrouw trok aan de haren, de mond klapte dicht.
En zo, zonder dat ik op een lompe manier weg hoefde te gaan kon ik op een beleefde manier afscheid nemen.
Ik lachte het meisje vriendelijk toe, legde uit dat ik haast had en vertrok.
Ze snapte er niets van en gelooft het nog steeds niet.

Meer jaren – minder haren

Het is niet zo dat ik ze kan tellen.  Nog niet, ik blijf steken op een goede vijfhonderd en daarbij vergis je je gauw, daarom is het handiger de haren in de kam te turven.

Het is maar een tip.
ps
U begrijpt dat ik er gefotoshopt op sta.
Kreukels, wratten, vlekken, hangvellen, slappe oogleden, allemaal weg en wat er overblijft lijkt niet meer.