Dat krijg je als je nooit wat meemaakt


Iets buitengewoons gebeurt hier zelden.  Het is simpelweg een aardig en kalm leventje wat we leiden,
Niet gewend zijnde aan vreemdigheden schrok ik dan ook behoorlijk toen ik eergisteren opstond en dit zag. (←foto  is vaag door gehamerd glas).
Een donker ding zat buiten aan de voordeurknop en het bewoog. HET BEWÓÓG. Er zat een of ander beest aan mijn deur, het geslinger zag er sinister uit op mijn nuchtere maag. Mijn hart stond stil.
Een ogenblik stond ik verstijfd,  bedacht van alles, wie hangt er nu een slang aan de deur,  nu al tropische verrassingen, wat moet ik doen?
Toen kwam ik bij zinnen en zocht een wapen, waar was de buks, de bijl, desnoods een schilmes. In de zenuwen greep ik uiteindelijk de handveger en sloop naar de deur.
Het beest zwaaide.
Langzaam, heel zachtjes,  (stel dat het van schrik naar binnen schoot) opende  ik de de deur. En wat ik toen zag….
Dit reclameblaadje bungelde in de wind. →  →  →voordeur2 001

 

Advertenties

Mat-werk

Vindt U dat ook zo handig? Propje papier, platgetrapte doperwt, hup, onder de mat. In alle vertrekken ligt daartoe een handveger en het hele gezin weet waarvoor die dient.
Het is werkelijk een uitkomst; altijd een opgeruimde vloer en nooit een ongeregeldheid waarover je struikelt. Ik kan het aanbevelen. Bijkomend voordeel is dat, naast dode materie, ook opruimbevelen worden weggeveegd en dat geeft rust in de tent. Zelfs financiële zorgen  gaan er onder evenals onsympathieke reclame. Weg er mee; we vegen er op los.
Natuurlijk zijn er nadelen maar die pak je aan. De zooi kan teveel worden, dan wordt de laag zo dik dat de mat bijna op zithoogte komt en dan moet je aan de slag. Aangezien dit maar één of twee maal per jaar voorkomt is de klus te overzien.
Tot nu toe is er maar één keer iets voorgevallen waarbij ik het moeilijk had.
Dat was me wat, stond er zomaar een vreemde man in de kamerdeur terwijl ik aan het vegen was. Verbaasd keek ik op:  ‘hoe komt U binnen?’
‘Mevrouw, ik heb viermaal gebeld…’
‘Nou, dan was ik niet thuis…’
‘Geen grappen alstublieft. Ik ben deurwaarder en heb een dwangbevel bij me, u moet NU betalen of u staat op straat.’
Dreigend keek hij me aan.
Dat laatste daagde me uit. ‘Wilt U soms onder de mat?’ vroeg ik, minstens zo dreigend.  Geschrokken hief hij zijn hand op, ‘neeneenee mevrouwtje, ik wil alleen maar geld’ en hield me het papier voor. Ik pakte het aan en schoof het meteen weg met de veger. ‘Maar – maar –  de rekening moet ik bewaren….’ schrikogend keek hij me aan.
Ik hield de veger voor zijn gezicht, ‘U kunt er ook bij, geen probleem hoor’.  Huilend rende hij weg.
Ziezo. Nooit meer last mee gehad.
Maar het schuldgevoel knaagt. Af en toe verschijnt zijn bange gezicht in mijn dromen, dan vraag ik me af, had ik hem niet beter bij zijn rekening kunnen vegen?

ps
In de korte verhaaltjesmap staat niet altijd aangegeven of en waar de stukjes geplaatst zijn. Best mogelijk dat er in een vorige weblog of bij FaceBook eerder een paar stonden.
Geen ramp, ze hebben weinig geheugenwaarde 😉