skelet

Skelet maakt een wandelingetje

Skelet werd stijf van het liggen.
Hij besloot tot een loopje en wachtte tot laat in de avond. Dan bleef iedereen thuis, niemand zou vragen waarom hij geen mondkapje had.
Moeizaam kroop hij uit het graf en schudde zijn botten wat losser. En ging.
Hij liep langs de winkels, passeerde op afstand de uitgaanscentra, bedacht op stiekeme boemelaars.
En jawel, daar kwam hem een groepje tegemoet.
Ze keken op, schrokken, verstijfd bleven ze staan en staarden.
‘Hallo’, zei Skelet vriendelijk, ‘ik kan nergens een mondkapje kopen maar ben niet besmettelijk hoor.’ Houterig hief hij zijn handen op in onschuld.
De uitgaanders zakten een voor een in elkaar, flauw van schrik en stiekeme whiskey.
Skelet keek naar het stelletje dat daar lag.
Ik kan maar beter naar huis gaan, dacht hij, straks verdenken ze me nog van moord.
Dat deed hij.
‘Bij de laatste onderzoeken is gebleken dat het virus kan leiden tot naargeestige hallucinaties.  Jonge mannen die….’
==
corona

Corona of niet…

…we zullen naar de winkel moeten.
Eens in de maand laat ik boodschappen bezorgen maar verse etenswaren heb ik ook nodig.
Het was minder druk dan anders op marktdag.
Bij de ingangen stond een fles zeep en papier om het handvat van de winkelwagen te ontsmetten. Ik deed er meteen mijn handen mee maar ja, daarna pak je een krop sla, tomaten, weegt bonen af, zoekt goed fruit enzovoorts, waarbij je je afvraagt hoeveel handen je al voor zijn gegaan. Je ziet mensen meerdere stuks oppakken  en terugleggen voor ze uitkiezen.
Hetzelfde bij de eieren, kaas, brood, beleg.
Ik wilde een doosje chirurgenhandschoenen  kopen en er een paar aantrekken maar het leek me zinloos nu ik de halve winkel al had gehad.
Op de markt was niet veel volk. Dat is niets nieuws, op kleinere plaatsen sterven markten uit, daar valt voor corona geen eer aan te behalen.
Over een paar dagen is de uitvaart van een kennis, ik weet nog niet of ook hiervoor speciale voorschriften zijn. Ik hoop niet te streng en heb bij voorbaat met de nabestaande te doen.
Een boks geven met de elleboog? Of wat?
=

verhaaltje

Wijde wereld

Zestien was ze, mooi en wijs.
Buurmannen loerden maar ze prefereerde de snelweg om liftend de wijde wereld te ontdekken.
‘Ga je mee?’ lonkten de truckers.
Ze stapte in en betaalde met een belofte; ‘wacht maar af, het komt goed.’ Van truck naar truck ging ze, tot ze een plek vond zo wijdwerelds, verder kon niet.
‘Oooh,’  zei ze, ‘wat mooi, hier blijf ik’.
Een pandje was zo gevonden, een uithangbord snel geschreven:
‘Kom in mijn wijde wereld. Truckers vijftig procent korting.‘ Zo loste ze haar beloftes  in.
Ze werd rijk, nam meisjes aan maar bediende de truckers persoonlijk.
Want, besefte ze,  juist in de wijde wereld is nauw contact belangrijk.
Door deze wijsheid werd ze op handen gedragen.
Tot in haar graf.

© Bertie

Storm

Het waait nu hard maar die gruwelstorm vergeet ik nooit meer


Het waren brute vlagen met oerkracht.
We luisterden naar het scherpe takkengeknak,  dakpannen ratelden om ons heen, onheilspellende geluiden gierden grommend door de lucht en  keel.
In een windstil moment  grepen onze handen ineen, bemoedigend, bangelijk wachtend op de volgende stormaanval.
We zuchtten en baden.
Toen het, na een hels en eindeloos lijkend uur bedaarde in de lucht ontspanden we.
En nestelden ons nog dieper onder de dekens.
De beste plek om een storm te trotseren is in bed.