Tijd

Nooit had ik gedacht dat je als gepensioneerde de tijd voorbij zou zien vliegen.
Want dat doet hij.
Na mans overlijden verwachtte ik een leegte zonder einde, ik zou erin verdwalen en niet weten wat te doen. Dat was ook zo. Voor een poos.
klokclocks-257911__340Toen ik bij zinnen kwam  veranderde het beeld, ik merkte dat de tijd gewoon doorging, en snel ook.
Zó is het maandag, dan halfweek, en plotseling weer weekend.
Als je niet beter wist zou je bang zijn kinds te worden: ‘hoezo vrijdag vandaag, gisteren was ik nog op de maandagclub.’
Dit hoor ik van veel anderen ook.
Waarom die haast, vraag je je af.
Worden we voorbereid op afscheid?
Wil de natuur van  ons af, we dienen tenslotte geen aanwijsbare doelen meer behalve als groeimiddel voor jonge aanplant.
Is het bedoeld als verzachting voor eenzaamheid? (Komt meer voor dan je denkt).  Ik kan me niet voorstellen dat het leven zo coulant is.
Wat je ook wil weten, het antwoord is duister.
Internet eveneens en de juiste boeken vind ik niet.
Dus wachten we af.
En plotseling zijn we dood en kunnen het niet meer uitleggen.
==

Tovertekens

Voor de dag begint in de krant een paar puzzeltjes maken. Vlugvlug en onleesbaar, nou ja, niemand hoeft het na te kijken.
In grote haast pen ik een boodschappenlijst.
Al winkelend kan ik de helft niet lezen, toch eens de telefoon gebruiken beloof ik mezelf. Maar dat komt er nooit van.
Nu zit ik hier en bekijk de ideeënkladjes, afgescheurde reepjes krantenpapier, snippers karton, memootjes, nauwelijks te begrijpen want ook deze zijn in twee tellen vol gekrabbeld.
–   Waarom doe ik dat zo? Ik heb alle tijd van de wereld. Niemand jaagt me op, er is geen vastgesteld schrijftermijn, ik heb er geen hekel aan, geen pen die bijna leeg is.
Een geldige reden is er niet.
Nu ik het tik klinkt het als een echo van de schooljaren.
Vanaf dag één was ‘netjes’ een probleem. Te vlug, onregelmatige letters, vaak vlekkerig door -alweer-  te snel van de inktpot naar het schrift te gaan,  en waarom? We hadden op het laatst toch vul- en balpennen?  Ik wist het niet en weet het nog steeds niet.
Zo kliederde ik tot mijn eerste baantje, waar ik dingen moest overnemen van andere kliederaars die cryptische tekens op blaadjes en kladblokken schreven. Als tovertekens.
Dat troostte.
kladshabby-paper-3350615__340
-==

miss-lukt

Dit krijg je wanneer je bruin en rood potlood verwisselt.
Is mij een keer overkomen toen we weg moesten en haast hadden.
Al pratende keek ik maar half in de spiegel (make up moest razendsnel) en haalde lippen- en oogpotlood door elkaar.
Zelf had ik niets in de gaten en trok mijn jas al aan…
Nog steeds ben ik echtgenoot dankbaar dat hij het op tijd zag. Je zou op het feest komen, beschilderd als een zwaar mislukte punk.
Een foto heb ik er niet van, de krabbel zegt genoeg.
==

Haast

Al zo laat? Vlugvlug. Tas, alles erin? Knip, pasjes, gsm, tabletje, sleutels, adres, kauwgum.
Ik ga. Deur op slot.
Het keukenraam weerspiegelt en ik schrik.
O god, bijna het belangrijkste vergeten. Terug.
Blindelings pak ik potloodje rood, een zwart en bruin voor ogen.
Borstel de haren, opduwen.
Pffff hoe laat ist? Nog op tijd.
Opgelucht check ik, nu in de grote spiegel. Het kan nog.
Hè?? Watsienik?  Het spook van de opera…….

Het is me eerder overkomen, toen merkte ik pas bij de winkel dat ik rode oogleden en bruine lippen had.. Nog net voor ik binnenstapte kon ik het wegpoetsen met een zakdoek.
Daar hebben we vaak om gelachen, zo’n dom gedoe.
Over hardleers gesproken.
==

Toen een huisvrouw het nog druk had

‘Opzijopzijopzij…’
Dit wordt niet hardop gezegd maar de boodschap komt over: zij heeft haast.
Zodra ze de supermarktdeur binnenvalt vliegen aanwezige klanten naar de zijpaden.
Sommige nemen geen risico en sluiten zich aan bij de manager die zich verschanst achter de breedste van de vakkenvullers.
Men kent haar.
In haar huis gaat het op eendere wijze.
Als een wervelstorm sleurt ze de gezinsleden uit bed, drukt hen het ontbijt door de keel en duwt ze de deur uit.
Opruimende werpt ze af en toe een hap brood naar binnen en voert kat, cavia, parkiet en hond.
Ziezo, denkt ze na het volgooien van de vaatwasser, dat is gebeurd. Wat moet er nog meer gebeuren; stofzuigen, dat is wel nodig of neem ik eerst de ramen? En dat boek moet ook nog uit, als ik het op de aanrecht leg kan ik tegelijkertijd lezen en de aardappelen schillen.
Het lukt.  Het kost wat pleisters maar het gaat heel goed; weet je wat, denkt ze, ik snij meteen de andijvie. Het grote mes zoeken, de plank, de krop er op. Onderwijl leest ze met één oog  verder.
Oei, au…  trillend reikt ze naar de handdoek om nieuw bloed te stelpen. Verdorie, was daar bijna het boek bevlekt,  het is nog wel van de bibliotheek.
Voorzichtig kijkt ze onder de handdoek. En schrikt van de jaap in haar linkerduim, nog net niet tot het bot.
Vlug onder koud water,  tjess, pijnlijk.
Met veel gehannes maakt ze een noodverband van zakdoeken en pleisters.
Hè, ze is er misselijk van, draaierig hangt ze voorover. De kat kijkt stoicijns naar haar, de hond jankt meelevend maar niet verbaasd.
Haar verstand krijgt de overhand. Eindelijk.
Ze kruipt op de bank en rust, al lezende,  tot het kloppen in de duim afneemt.
Dan gaat ze rechtop zitten, gaapt en rekt, controleert het noodverband en ijlt  naar de stofzuiger, pakt onderweg de plumeau,  neemt de rinkelende telefoon op……

Dit stukje is ongeveer acht jaar oud, door een haastklusje vanmorgen dacht ik eraan terug. Het was niet eens zo erg overdreven.