Gumplant?

Hé, een gummetje, dacht ik.
Het lag half onder een steen, verscholen tussen wat kruipplantjes.
Wat, vroeg ik me af, doet een gum in de voortuin.
En hoe komt het daar?
Wie verliest dat, twee meter vanaf het trottoir? Wie verliest er nou een gum?
Ik raapte het op en zag dat het een steentje was.
Terwijl ik het borstelde en het in allerlei watertjes liet weken dacht ik na.
Van dichtbij bekijkend kon ik het niet thuisbrengen, van een afstandje lijkt het nog steeds op een gum maar ook op een minibaksteen voor kabouterhuizen of op een klein karbonaadje met een spekrand.
Je kunt er een speelgoedblokje in zien.
Aan beide lange kanten zit een kuiltje, misschien ooit gaatjes geweest?
Een stuk van een ketting? Een reuzetand als kraal? Van een vreselijk beest? In dat geval een melktand, er braken korreltjes af bij het peuteren. Niet voldoende melk gedronken waarschijnlijk.
Stel je het moederbeest voor met haar wijsklauw belerend opgeheven: ‘Melk is goed voor elk en ook voor jou!’
Ik raad in het wilde weg, waarschijnlijk is het gewoon een onderdeeltje van een huis of zo.
Al sluit ik een versteende gumplant ook niet uit. Of gumboon.
=

Advertenties

Het haasje

Even buiten het dorp kwam ik de paashaas tegen.
Hij keek teleurgesteld en droeg een lege mand.
-Waar ga je naar toe?-  vroeg ik.
-Weg, zei hij stuurs, zo ver mogelijk. Ik laat me door de mensen niet meer voor de gek houden-
Geschrokken keek ik hem aan, -Wat deden we verkeerd?
– Dan huren ze me in om eieren te leggen, krijg ik het met veel kunst- en vliegwerk voor elkaar en denk je dat ze dankbaar zijn? Ze lachen alleen maar.-
Woest was hij (het was een rammelaar).
-Nou ja, aarzelde ik, het is natuurlijk erg ongeloofwardig. Een haas die eieren legt, een mannetje nog wel….
-En jullie dan? Een zwangere man, een meisje met een konijn als gids, vind je dat wel normaal? (Schwarzenegger in de film Junior en Alice in Wonderland, begreep ik).
-Maar, legde ik uit,  dat is niet echt, het is verzonnen. Net als de kerstman en Sinterklaas. En zo ook de paashaas, sorry.
Zijn boosheid maakte plaats voor  onbegrip.
-Verzonnen? stamelde hij. Ik? Meent U dat nou?
Ik kreeg meelij met hem, toch moest de  waarheid gezegd worden.- Jazeker, let maar eens op.
Hard kneep ik hem in zijn buik. -Huh? Hij keek naar mijn hand, kneep zelf,  nog harder.Hij voelde niets.
Opluchting verscheen op zijn gezicht.  -Dan hoef ik ook niet boos te zijn. Hoera!
-Zal ik je dan maar wegmaken? stelde ik voor en pakte alvast mijn gum.
-Doe maar, en die mand ook.
Ik veegde alles weg.
Toen alleen zijn hoofd nog over was knipoogde hij: bedankt en tot volgend jaar!