Leeuw

Lezend over de leeuw

‘….hun jachttactieken zijn effectief…. met één klap van de klauwen kunnen zij een groot dier vellen, en hun schaar-achtige tanden kunnen vlees afscheuren, snijden en vermalen….’
Klopt.

Als kind al jaagde ik als een wild beest op randjes vet aan het vlees, een korreltje zand in de spinazie, stukjes kraakbeen in ham, en vermorzelde ze.
Niet met de kaken maar minstens zo effectief  was de vork waarmee ik de vijanden eruit pulkte, plette en onder de rand van mijn bord verstopte. Tot ergernis van mijn moeder die alles naar eer en geweten had schoongemaakt en gekookt maar ja,  koken voor een leeuwin was niet gemakkelijk.
Op dezelfde manier verdedigde ik eigendommen als speelgoed, van kleurboek tot stoepkrijt. Met broers moest je oppassen. Ze  mochten met mijn spullen omgaan maar waren er te makkelijk mee en raakten alles kwijt.  Vechtlustig hield ik hen in de gaten en hield als borg een van hun spelletjes in handen.
Soms brulde ik een waarschuwing en dat die niet ernstig genomen werd is me nog steeds een gruwel.
Met de nobele kanten van de leeuw heb ik weinig ervaring.
Je kunt niet alles hebben.

Leeuw. Mijn sterrenbeeld.
==

kerstman·kerstverhaal·sinterklaas

Dat waren Klaas en Claus.

De kerstman had er genoeg van.
Zweefslee met luchtrendieren en rinkelbel. Irritant spelletje. Er moest meer zijn.
De plaatsvervangers in winkels en scholen waren hem ook een gruwel. De een was lelijk, de ander leek niet, de volgende kon er niets van en degenen die al dronken waren werden straalbezopen..
Nog een geluk dat de middenstand de cadeauverzorging had overgenomen.
Nu wilde hij ook van de rest af.

Hoe zou die Europese Klaas hier over denken, hij had een vergelijkbaar baantje. Van de andere kant, die man was vreselijk oud, zou die niet vastgeroest zitten?
Hij nam een kloek besluit en belde.
‘Ja?’ sufte iemand slaperig.
‘Santa hier, goedemiddag. Bent U meneer Klaas?’
‘Jazeker,’ de stem werd wakker, ‘goedemiddag collega. Ik hoef geen kerstcadeau en U krijgt ook niets. Ik zeg het maar vast.’
‘Neenee, ik weet het, U bent Dutch. Ik vraag me alleen af of U dit werk nog met plezier doet.’
Sinterklaas viel stil. Een minuut, twee, drie. Toen liet hij zich gaan.
‘Santa, ik ben mijn baan aan het afronden. Ik heb genoeg van politiek, blokkeervolk, bonte knechten, jammerende beledigden, jengelende kinderen, onwillige knollen, zeezieke reisjes op stinkende stoomboten, ontevreden ouders, rare namaaksels, slechte jenever, valse grijnzen, en…’
‘Hoho homaar Klaas, ik ken de litanie.’
‘Sorry Santa, ik viel uit mijn rol. Nog een paar dagen en dan mag het.
Een rusthuis voor oude mannen, daar ga ik naar toe. Lezen en tv kijken en dutjes doen, zie je het voor je? Af en toe een kaartje leggen met andere moede mannetjes. Ga met me mee, laat de mensen het zelf opknappen, dat doen ze immers toch al?’
‘Mmmmm, dat klinkt great, wanneer ga je?’
‘Eerste Kerstdag. Als je wilt kun je nog net iedereen uitzwaaien, weten zij veel.’
De kerstman dacht een paar seconden diep na.
‘Top, ik ga mee. Nog even de rendieren het bos insturen. Waar tref ik je?’
‘De Ritz. Goeie koffie en een beste borrel. Vergeet je niet je pakkie uit te trekken?’
‘Komt goed Klaas, tot dinsdag. Zet de whiskey maar koud.’
‘Bokma, Santa, maar dat leren we je wel. Doei.’

Dit besluit viel drie jaar geleden en niemand had het in de gaten.
Nu weet U het.