klimaat

Klimaatperikel

De afvoerputjes rieken door de droogte, regen blijft uit.
Zo loop je met een waadbroek door de bagger, even later stuift de vijver alle plantjes eruit.
In feite ga je tweebeens door je tuin,  links een lieslaars, rechts een sandaal met sproeizool.
Het lijkt grappig maar is in werkelijkheid doodvermoeiend, gesop en droog zand passen niet bij elkaar. Je merkt het, ik zweer je dat ik het gemopper van de grond kan horen als ik schoffel:  slobber – pfff, slobber-pfff en grrrr.
Waarom verdeelt het klimaat zijn eigenschappen niet wat gelijkmatiger?
Kan het KNMI hier niets aan verbeteren? Dat is toch een soort kenniscentrum van weer en slecht weer?
En de overheid? Waar blijven de Kamers?
Rutte, doe er iets aan!
=

tuintje

Tuinvraag

Er staat een kuip met stekken van bloemen, vaste planten en bollen.
Deels gekregen, deels gekocht, de laatste zijn nog verpakt.
Die kuip staat er al een paar dagen.
Voorzichtig overgiet ik de stekken met een ministraaltje water en hoop er het beste van.
Zolang er nachtvorst is durf ik niets te poten, maar wachten op de IJsheiligen (half mei) duurt me te lang.
Ik vraag me af of die datum nog steeds geldt nu het klimaat opwarmt.  Bovendien is het hier vrij warm, vergeleken bij noordelijker streken.
Wat denkt de lezer, kunnen stekken en bollen de grond in?
==

versje·winter

Kakelvers


Winter wordt oud
is wars van witte buien
er is geen sneeuw
geen tinkelend takkenwoud
waar ijzige splinters ruien.

maar om het even
de maand is vol beloften
we zien het in de grond
waar’t geheime leven
bericht naar boven zond
ik kom eraan
ik kom in groen
bestel de zon
stuur de winter met pensioen

Als het kon zou ik het doen
wie kan de winter nog verstaan
-=

 

bloemen·tuintje

Net mensen


Deze zonnebloem staat met zijn hoofd boven de schutting en richt zich op de buren. Nieuwsgierig volgt hij hun leven, waarom eigenlijk? Dat weet hij zelf niet.
Wil ìk zijn aandacht dan dien ik te wachten tot halverwege de middag, tot de zon gedraaid is en  hij zich naar onze achterdeur keert. Denkt zeker dat ik eindeloos zit te wachten tot hij me ziet.
De verbeelding van grote bloemen is gewoon bespottelijk.

 

 

 

 

 

De sedum is anders, bescheidener.
Steekt rustig zijn kop uit de grond en groeit op elke plek, zonnig of niet, nat of droog, met of zonder dorre blaadjes, hij staat bescheiden te wezen in al zijn fletse rozerood.
Dat hij, van bovenaf gezien, op rauwe gehakt lijkt is grappig maar het kan hem niets schelen. Zei hij. ‘Ik ben vegetariër.’

insecten

Vuurwantsen? Don’twantsen!

En weer (of nog steeds) zitten er vuurwantsen in de grond. Tussen de planten en het grind, in het zand. Ze doen geen kwaad maar ik kijk er van op dat er zovéél zijn.
De eerste keer dat ik ze opmerkte dacht ik een groep oranje knopjes te zien, zo klein waren ze nog. Ze bewogen. Hoe langer ik keek, hoe meer ik er zag, ook grotere exemplaren. Ze lijken op afwijkende lieveheersbeestjes en hebben een grappige tekening  met clownsogen.
Na de eerste schrik heb ik rondgevraagd en gegoogled, veel kwaad kon ik niet ontdekken.
Maar nu ik er een paar over de buitenmuur zag wandelen begin ik het akelig te vinden, nu komen ze misschien binnen. Insecten deinzen nergens voor terug, de kleinste kiertjes onder deuren en ramen proberen ze uit en dan?
Dan stap ik op een kwade dag nietsvermoedend in een schoen vol friemels en nemen ze de luie stoel in beslag.
Dat leuke uiterlijk heeft opeens een heel andere lading.
Gewekt te worden door een colonne gemaskerde beesten op je hoofdkussen, daar is niks leuks an.

bloemen

Paasrestje

Laatste paasbossie.
Volgens mij de enige manier om tulpen in bedwang te houden wanneer ze in een vaas moeten.
Mooier staan ze in grote bossen in een emmer, of accubak, of iets dergelijks. Nòg mooier in de grond. Daar blijven ze dapper rechtop staan.

Helaas, ik heb nog nooit tulpen gekregen met een stuk grond erbij.