Net mensen


Deze zonnebloem staat met zijn hoofd boven de schutting en richt zich op de buren. Nieuwsgierig volgt hij hun leven, waarom eigenlijk? Dat weet hij zelf niet.
Wil ìk zijn aandacht dan dien ik te wachten tot halverwege de middag, tot de zon gedraaid is en  hij zich naar onze achterdeur keert. Denkt zeker dat ik eindeloos zit te wachten tot hij me ziet.
De verbeelding van grote bloemen is gewoon bespottelijk.

 

 

 

 

 

De sedum is anders, bescheidener.
Steekt rustig zijn kop uit de grond en groeit op elke plek, zonnig of niet, nat of droog, met of zonder dorre blaadjes, hij staat bescheiden te wezen in al zijn fletse rozerood.
Dat hij, van bovenaf gezien, op rauwe gehakt lijkt is grappig maar het kan hem niets schelen. Zei hij. ‘Ik ben vegetariër.’

Advertenties

Vuurwantsen? Don’twantsen!

En weer (of nog steeds) zitten er vuurwantsen in de grond. Tussen de planten en het grind, in het zand. Ze doen geen kwaad maar ik kijk er van op dat er zovéél zijn.
De eerste keer dat ik ze opmerkte dacht ik een groep oranje knopjes te zien, zo klein waren ze nog. Ze bewogen. Hoe langer ik keek, hoe meer ik er zag, ook grotere exemplaren. Ze lijken op afwijkende lieveheersbeestjes en hebben een grappige tekening  met clownsogen.
Na de eerste schrik heb ik rondgevraagd en gegoogled, veel kwaad kon ik niet ontdekken.
Maar nu ik er een paar over de buitenmuur zag wandelen begin ik het akelig te vinden, nu komen ze misschien binnen. Insecten deinzen nergens voor terug, de kleinste kiertjes onder deuren en ramen proberen ze uit en dan?
Dan stap ik op een kwade dag nietsvermoedend in een schoen vol friemels en nemen ze de luie stoel in beslag.
Dat leuke uiterlijk heeft opeens een heel andere lading.
Gewekt te worden door een colonne gemaskerde beesten op je hoofdkussen, daar is niks leuks an.