Reclameplantjes en herinnering.


Van een vriendin kreeg ik een paar reclamezakjes met grond en kruidenzaden, ik geloof dat de Jumbo ze uitgeeft. Veel hoop had ik er niet op.
En kijk, na veertien dagen zijn het heuse planten geworden, bijna groot genoeg om in de volle grond te zetten. Misschien ga ik ze nog opeten ook.

Bij het verzorgen dacht ik terug aan de dingen die ik zelf uitprobeerde in de achtertuin. Toen ik nog heel erg jong  was, en onnozel erbij.
Vers wilde ik, wortels, radijs, sperciebonen, verschillende bedjes maakte ik en keek driemaal daags dag of er al iets te eten viel. Want het ging me niet alleen om vers, vooral ook om klein. Ik houd niet van vingerdikke slabonen en reuzenradijzen, ook tuinbonen zijn jong en klein het lekkerst.
Maar ja, dat wachten…
Ongeduldig had ik na een paar weken een stuk of tien luciferdunne boontjes en worteltjes geplukt en gekookt.
Echtgenoot keek in de pan, hij kwam niet meer bij van het lachen.
Exit de verse-groenten-fase.

Toen kwam het geldboompje.
Steevast vroeg ik er een met mijn verjaardag tot iemand mijn gezeur beu was en me een potplant gaf met centen, dubbeltjes, guldens, alles vastgeplakt met sellotape.
Ontroerd nam ik hem in ontvangst.
Helaas, ondanks water en mest ging hij dood. Het geld bleef over.
Nou ja, je kunt niet àlles hebben.

Dus houd ik me nu bezig met dingen die wèl groeien.

Advertenties

Warm eten

Rond vijf uur liep ik door de straat.
Etenstijd, een feestje van geuren.
Bradend vlees, ergens stond soep op het menu, verderop nasi of bami en ik denk snert te hebben geroken. Niet alles kon ik thuis brengen, het was allemaal verleidelijk.
Het maakte hongerig.
Ik dacht aan het broodje dat me wachtte. Is ook smakelijk maar met een hoofd vol lekkernijen kwam het me armzalig voor.
Watertandend, kwijlend bijna hield ik mezelf voor: waarom zou ik niet nog eens koken? Wat was er mis met tweemaal op een dag warm eten, het lijkt me juist gezond. Een schaal verse groente en aardappelen met donkere jus, misschien wat extra’s erbij, rijst met kip? Soep?
Zo liep ik met mijn gedachten aan eten te denken dat ik ineens in de supermarkt stond. Ik zweer je, het was niet gepland.
Toen kwam ik tot bezinning en kocht een krop sla. Voor morgen.