kat·woordspelletje

Alle woorden 1 lettergreep.

kattenoogcat-606711__340Dit is het oog van een kat die voor het raam zit.
Je ziet een mens, voor het raam en in het oog.
Ik ken die mens niet, die mens mij ook niet, de kiek is niet van mij.
De kat is me vreemd.
Hij heeft een mooi groen oog, dat wel, of hij een lief dier is vraag ik me af. Hij lacht niet.
Het raam lijkt groot, hoe groot dan? Vraag het de kat, wie weet zegt hij ja. Of nee. Je kunt niet van een kat op aan.
Hij mauwt slechts. Een poes doet dat ook, en hun klein grut.
Hij kent dus maar één woord, dat is niet veel, zelfs de hond kent er twee: woef en waf.
Hij…
… en zo voorts.

Dit lijkt zo makkelijk. Maar ga je één tel te vlug, dan is het mis. Voor je het weet heb je een te lang woord  en moet daar een vervanger voor nemen.
Nuttig is het allemaal niet maar het houdt iemand bezig en van de straat.
=

Geen categorie

middagje kleur

De zon steekt warmgeel af tegen wit met grijze wolken in een stukje blauwe lucht.
Jonge planten in het groen op zwarte grond passen bij de roodstenen muur.
Een bruinige mus scharrelt op een bergje bonte keien en een vreemde vroege  zweefvlieg hangt boven het blinkende vijvertje.
Ik kan maar één ding doen.
Een fleurige jurk aantrekken.

==

herfst

Groene middag

Het was zonnig
Lekker om buiten rond te lopen, bij de buurvrouw te kijken naar haar vijgenboom (barstensvol),
vijvertje te inspecteren, oud hout te verwijderen.
Het ziet er allemaal nog groen en fris uit, nauwelijks verkleurd blad.
Niet koud, je kreeg het gevoel van een Indian Summer.
Als je dan toch thuis blijft, is dit het mooiste.
==
     
==

inspectie

Inspectie

Pas nieuw in de straat ondernam ik een ontdekkingstocht.
Alles wilde ik zien.
Grondsoort, meest voorkomende gewassen, bestrating, dorpelingen.
Het was ’n beetje saaie klus,  niet zozeer de afstanden als wel de matige diversiteit van het groen viel tegen.
Veel gras, weinig struiken, ondefinieerbare plantjes, een enkele boom met hier en daar dood hout,  geen looppaden.
Zwarte vogels zaten zwijgend op  takken en goten. Ze bespiedden  me argwanend.
Van de inwoners zag ik niet veel, een enkeling maakte een praatje.
Tja.
Wat had ik dan verwacht van een liefdeloos achtertuintje?
==

versje·winter

Kakelvers


Winter wordt oud
is wars van witte buien
er is geen sneeuw
geen tinkelend takkenwoud
waar ijzige splinters ruien.

maar om het even
de maand is vol beloften
we zien het in de grond
waar’t geheime leven
bericht naar boven zond
ik kom eraan
ik kom in groen
bestel de zon
stuur de winter met pensioen

Als het kon zou ik het doen
wie kan de winter nog verstaan
-=

 

melancholie

Weemoed

regenserreIk zit voor een raam, luister naar de regen en lees.
Af en toe is er beweging, een kauw die langs scheert in een korte droogte, een musje. Takken waaien verwoed en sproeien.
Dan is er weer het geruis . Soms in een afwijkende maat door het lek in de dakgoot.
Ik maak een kop nescafé en neem het boek weer op.
Plotseling overvalt me een droefgeestig gevoel. Ik kijk rond, zie dat er niets verandert en probeer het weg te lezen. Maar nee…
Waarvandaan komt die melancholie, dat heimwee naar nooit gedane dingen?
Want je weet niet hoe het begint.
Het duurt en duurt.
Ik kijk naar het boek. Het gaat over dementie, van Nicci Gerrard.
Naar de ramen die zicht bieden op overdadig groen maar zelf een voorbije zomer tonen.
De lucht die te vroeg donker wordt, iets waar ik een gloeiende pesthekel aan heb.
Dan bel ik iemand. Niet thuis.
Daarna een zus. Ze heeft geen tijd.
Alleen de laptop neemt geduldig op wat ik schrijf.
Nu zie ik weer het vaasje bloemen van de topinamboer. Best lief.

versje

Groen versje

Een boerenkool en een stang prei
lopen samen in de wei
‘Weet je,’ zegt de prei aanhalig
‘-ook al is het wat schandalig –
dat ik aldoor van je droom?’

‘Tis toch niet waar?’ spreekt dan de kool
‘van lolligheid en louter jool?’
‘Ach, mijn schat,’ antwoordt de prei
‘waarom zo spottend tegen mij?
Heb jij geen liefdeschromosoom?’

‘Begrijp je niet, ‘zegt kool,  ‘da’k dorst
naar piepers, vette spek en worst.’
hij bezwijmt haast bij’t idee
maar de prei zegt: ‘Jeminee’
en zij bloost beschaamd van schroom.
==
© Bertie

Voor een plaatje is geen tijd, over vijf minuten met ik weg.
Doeg

maatschappij·mensen

Wie het oudste wordt

 

Met roken stopte ik al lang
ben matig met drank suiker vlees
draag geen bont, kies katoen
mijd eetcafé’s
eet zoveel mogelijk vers
ik ben al bijna groen
en verdrink zowat in thee.
En dat niet alleen. Ik rijd
milieu-correct
een fiets zonder stroom
wijs vliegen af
draag verantwoorde kleding
stem als het moet
heb een spaarknop op de plee
ik koester mijn bonsaiboom.

Wie weet win ik een jaar
en anders maar niet.
Wie lacht niet die ons heden beziet.

herfst

Nog meer herfst

Ondanks klimaatveranderingen bewandelt het groen nog steeds de gewone weg.
Najaarsbloemen bloeien, bomen worden kaal, bladeren krijgen mooie kleuren.  Mijn haar wordt ook dunner maar ik hoef niet te rekenen op nieuwe lentegroei.
Spinnen vangen vliegjes en we steken een kaars aan voor de gezelligheid.
Zo komen we de tijd wel door.