Land van Cuijk

We groeien. Land_van_Cuijk_(gemeente)
Binnenkort behoren we tot een van de grootste gemeenten van Brabant, zelfs van Nederland, qua oppervlakte tweemaal Amsterdam.  
We stemden voor de nieuw te vormen gemeenteraad en wie denk je dat er won?
CDA.  Met maar liefst 13 zetels.
Tja.  Kon niet missen met zoveel omringend platteland.
Verder geen nieuws maar dat we bijna 13 miljoen kippen hebben (wie telt zoiets?) is geweldig, ook daar kan Amsterdam niet tegenop
Levert nog een boel eieren op.
Cuijk 001
==

Over groen

Prachtig, al dat groen in een binnentuintje met vijvertje.
Toch kan het ook te hard groeien. Er zijn nog weinig plekken waar ik tussen de takken en bladeren door kan lopen maar dat kan ook aan de schoenmaat liggen.
Zojuist was er weer een groeizame bui, een nieuwe kondigt zich al aan, ik durf te wedden dat eind deze week de poort niet meer te vinden is.
Is natuurlijk wel romantisch: een vrouw die woont achter een poort, verscholen in het groen. Het ìs dat ik geen date zoek, wijlen echtgenoot zou me uitlachen.
Intussen ben ik al een paar dagen dom bezig.
De linkenlijst wilde ik labelen onder een andere noemer, makkelijker vooral. Nu ben ik hem (wéér) kwijt en alle namen+adressen.
Leesbril gauw even neergelegd op wasmand, teruggevonden tussen de handdoeken na een draaibeurt van 90°. Hij doet het nog.
Fout in printer gezocht, het ding uit elkaar gehaald. Was het papier op, het stond nota bene aangegeven…
bril20210714_182556_resized
Had ik het echt over romantiek??
==

groeizaam weer

Het is wat, die herfstige buien.
Ideaal voor de tuin, dat wel.  Het groen kruipt naar elkaar toe en doordat het dicht op elkaar staat wordt het hoog.
Ik voorzie een jungle, het wakkert oerwoudfantasieën aan, kom weer bij Tarzan uit en ga aan lianen slingeren, hopend niet tegen de schutting te knallen.
Zie je nou, het begint al. Goed dat er een koudwatervijvertje is om bij zinnen te komen.
De planten staan er weelderig op, ook de bloemen trotseren wind en regen, ze varen we wel bij. Bijna letterlijk.
Vanmiddag ontsnapte ik aan een keiharde ministorm van hagel en slagregens en daar ik niet meer hoef te groeien dook ik een portiek in.
Er stond al een andere vrouw. 
Ook gevlucht voor de regen, ze was nog langer dan ikzelf.
==

Kakelvers


Winter wordt oud
is wars van witte buien
er is geen sneeuw
geen tinkelend takkenwoud
waar ijzige splinters ruien.

maar om het even
de maand is vol beloften
we zien het in de grond
waar’t geheime leven
bericht naar boven zond
ik kom eraan
ik kom in groen
bestel de zon
stuur de winter met pensioen

Als het kon zou ik het doen
wie kan de winter nog verstaan
-=

 

Reclameplantjes en herinnering.


Van een vriendin kreeg ik een paar reclamezakjes met grond en kruidenzaden, ik geloof dat de Jumbo ze uitgeeft. Veel hoop had ik er niet op.
En kijk, na veertien dagen zijn het heuse planten geworden, bijna groot genoeg om in de volle grond te zetten. Misschien ga ik ze nog opeten ook.

Bij het verzorgen dacht ik terug aan de dingen die ik zelf uitprobeerde in de achtertuin. Toen ik nog heel erg jong  was, en onnozel erbij.
Vers wilde ik, wortels, radijs, sperciebonen, verschillende bedjes maakte ik en keek driemaal daags dag of er al iets te eten viel. Want het ging me niet alleen om vers, vooral ook om klein. Ik houd niet van vingerdikke slabonen en reuzenradijzen, ook tuinbonen zijn jong en klein het lekkerst.
Maar ja, dat wachten…
Ongeduldig had ik na een paar weken een stuk of tien luciferdunne boontjes en worteltjes geplukt en gekookt.
Echtgenoot keek in de pan, hij kwam niet meer bij van het lachen.
Exit de verse-groenten-fase.

Toen kwam het geldboompje.
Steevast vroeg ik er een met mijn verjaardag tot iemand mijn gezeur beu was en me een potplant gaf met centen, dubbeltjes, guldens, alles vastgeplakt met sellotape.
Ontroerd nam ik hem in ontvangst.
Helaas, ondanks water en mest ging hij dood. Het geld bleef over.
Nou ja, je kunt niet àlles hebben.

Dus houd ik me nu bezig met dingen die wèl groeien.

Zoveel energie en dat met die warmte

Alles in de tuin groeit zo hard, ik ben al buiten adem als ik het spul groter zie worden. Knoppen en ranken komen me tegemoet en wuiven bij het passeren. Dan hijg ik een knikje terug.
Maar mooi is het.
De campanula is in opmars voor de jaarlijkse verblauwing.
Een grote klaproos sterft af, hij moest zo nodig de eerste zijn.
Een druiventak reikt zo ver mogelijk, hij zwaait met lange halen.
In de varen kan ik straks wonen.
Uit de kunstgrasmat komt niets, je zou iets cultureels verwachten, een schilderskwast desnoods maar het laat slechts dunne halmen door.
Van het theekopje valt niets te zeggen. Het hangt.
Wat met de overige planten? Die groeien me zowat boven het hoofd, nog een geluk dat de stoep niet leeft, stel je voor dat de tegels knoppen kregen, hoe zou je die moeten verzorgen?

Net was er een onweers-hoosbui die de laatste blaadjes van de klaproos vernielde, ocharme, maar ja, dat is des klaproos’. De rest is er juist van opgefrist en schiet nu nog sneller omhoog, ik zag zojuist twee klimoptakken een wedstrijdje houden: wie zich het eerst om de waslijn krulde. Enig, het enthousiasme van dat jonge spul.
De spiegels doen niet aan groot worden en waarom zouden ze ook, ze zijn mooi genoeg.
Ze staren eindeloos in het vijvertje, wachtend op, nee, niet op narcissen.
Dat vinden ze te geijkt, te ijdeltuiten.
Trouwens, Godot laat zich ook niet zien.