wereldbol

Wereldbol

Door het ophalen van herinneringen kwam ik vanzelf  op  die van een voormalige huisvriend.
‘Als kleine jongen vroeg ik in de winkel naar een wereldbol van Nederland’.
 Hoe kwam je  daar nou bij, lachten we.
‘Van aardrijkskunde snapte ik niet veel maar de globe vond ik iets bijzonders. Ik kon niet zo goed leren en dacht dat je zoiets ook had van ons eigen land. Dus ging  ik met een paar kwartjes zakgeld naar de boekhandel…’

Een ontwapenende uitleg waardoor zijn verhaal in waarde steeg, je hoorde iemand niet gauw zeggen dat hij/zij niet goed kon leren, het kwam niet ter sprake behalve in gezinnen waar de kinderen naar middelbare scholen gingen.
De vriend was trucker en wereldwijs.
Hij zat er niet mee dat hij een paar jaar ambachtsschool (LTS) had, hij wilde de vrachtwagen op. En dat lukte hem achter elkaar.
Hij kon smakelijk vertellen van de omringende landen, douanes,  inklaringspformulieren,  hoe hij voor het eerst op de périphérique van Parijs terecht kwam en geen woord Frans kon lezen.
De wereldbol van Nederland houdt hem levend.
==

wind

Nazomerwind

Hij kwam achter de laatste rij huizen vandaan, hij blies over daken en langs schoorstenen, wazige wolken liftten mee en werden begeleid door vogels die hun vleugels spaarden. Hij stuurde wat vroegoude bladeren van hun plek en vlijde ze op gebogen bloemen en vermoeid gras zodat ze samen konden rusten.
Ik lag op mijn rug en keek naar het spel van waaien en inhouden,  hunkerde, verlangend om deel te nemen.
‘Neem me mee’, fluisterde ik, ‘laat me meedoen, neem me op je schouders en toon me alle vergezichten; laat me je vrijheid zien opdat ik weet hoe mooi hij is. Toe…’
Hij hield even in en verkende de grenzen van de tuin; hij onderzocht de heggen en de waslijnen, gaf een speels duwtje tegen de parasol en met ingehouden adem wachtte ik, zijn route volgend, van fladderend wasgoed langs nijgende bomen tot een uitgelaten werveltje in de hoek.
Ik deed mijn ogen dicht en hij aarzelde boven mijn gezicht.
Hij blies een zucht langs mijn wangen, heel zachtjes, als een troostende ademtocht. En vloog verder zonder mij.