De geur van regen

Vanmiddag, staande in de open achterdeur, kwam er een uitgesproken geur in mijn neus. Iets verfijnds en groeizaams. Het regende.
Zoetjes, net genoeg om de achtertuin alert te maken.

Alle planten sprongen in de houding, ik hoorde ze snuiven, deed zelf ook mee en dacht aan het plastic gewas in de voortuin.
Dat zou het niet begrijpen,  kunstgras heeft geen gevoel.
==

Verdord versje

De droogte duurde voort
er was geen frisser oord
geen regen aan de poort
slechts  dorre wind uit noord.

We zagen door de ruit
een spreeuw. Wat dorstelijk gefluit
meer was er niet als buit.
Toen gingen we maar uit

en reden langs de Maas
er liep wat vee te graas
in gras met bruinig waas
de ogen stonden daas.

Het pontje vaarde scheef.
De stroming die het dreef
en langs de boorden wreef
had weinig lust te geef.

We reden terug naar huis
in droge lucht-met-ruis
piepend door het gruis
als een verkouden muis


Het weerbericht was pet:
opnieuw een zonballet.

Planten en mensen

Vaste planten zijn loeisterk, je merkt het elk jaar opnieuw.

Deze ooievaarsbek wringt zich moeiteloos tussen voegen van tegels door.  Je vraagt je af hoe ver hij ondergronds gaat, hij komt op verschillende plekken tevoorschijn of het nu op twee of tien meter van de moederplant is.
Je gaat bijna vanzelf denken aan de familiebanden die bij mensen soms heel sterk aanwezig zijn.
Het-bloed-kruipt-waar-het-niet-gaan-kan zou je kunnen vergelijken met ‘de wortels groeien waar ze niet door kunnen’.
Zijn in andere  gewassen ook eigenschappen te vinden, overeenkomend met die van mensen?
Gras bijvoorbeeld is gauw tevreden, het groeit overal afhankelijk van de soort.
Orchideeen  zijn als de prinses op de erwt, ze doen het juist niet overal.
Paardenbloemen lijden aan een minderwaardigheidscomplex, zodra ze volwassen zijn blazen ze zichzelf op.
Enzovoorts.

Tot zover mijn plantenkennis.
Meer weet ik er niet van.

Familieoord


Het is zo  mooi, ons familieoord.
Pa en moe wonen er,  schoonmoeder.
Alle broers en zussen van beider families, met wederhelften en kinderen. Ze zijn hier thuis; genieten van de zachtaardige sfeer die in de lucht hangt, van de bomen en bloemen, van de warme zonnestralen en de geur van  hoog gras die zelfs in de winter blijft hangen.
We zingen de top twintig;  bijen zoemen mee en met gemoedelijke wespen drinken we gezamenlijk uit glazen zoete wijn en eten vegetarische reebouten.
Een man passeert; hij bekijkt onze familiewoonst met duidelijk verlangen. We wenken hem.
Hij komt , kijkt en vertrekt.
Hij gelooft niet in dromen.

Ergernisjes


Ligstoel neergeklapt, bak met camera/gsm/telefoon/tablet op kruk ernaast, boek, zonneklep.
Ik lag lekker maar het gras wuifde zo hoog. Eerst maar even maaien.
Herinstallatie. Luie positie zoekend viel me het te uitbundige onkruid op. Hm, eerst maar even wieden.
Re-herinstallatie; kreun, hmmmm heerlijk. Maar die ramen van de schuur, met al die webben… eerst maar even ragen.
Her-re-installatieinstallatie.  Vastbesloten. Ogen dicht. O zalige zon zo warm ik geniet en droom eindelijk weg. —– Hond slaat aan, ergens, hysterische keffer antwoordt, ik schrik me lam en zoek het geweer. Eerst maar effe schieten.