Familieoord


Het is zo  mooi, ons familieoord.
Pa en moe wonen er,  schoonmoeder.
Alle broers en zussen van beider families, met wederhelften en kinderen. Ze zijn hier thuis; genieten van de zachtaardige sfeer die in de lucht hangt, van de bomen en bloemen, van de warme zonnestralen en de geur van  hoog gras die zelfs in de winter blijft hangen.
We zingen de top twintig;  bijen zoemen mee en met gemoedelijke wespen drinken we gezamenlijk uit glazen zoete wijn en eten vegetarische reebouten.
Een man passeert; hij bekijkt onze familiewoonst met duidelijk verlangen. We wenken hem.
Hij komt , kijkt en vertrekt.
Hij gelooft niet in dromen.

Advertenties

Ergernisjes


Ligstoel neergeklapt, bak met camera/gsm/telefoon/tablet op kruk ernaast, boek, zonneklep.
Ik lag lekker maar het gras wuifde zo hoog. Eerst maar even maaien.
Herinstallatie. Luie positie zoekend viel me het te uitbundige onkruid op. Hm, eerst maar even wieden.
Re-herinstallatie; kreun, hmmmm heerlijk. Maar die ramen van de schuur, met al die webben… eerst maar even ragen.
Her-re-installatieinstallatie.  Vastbesloten. Ogen dicht. O zalige zon zo warm ik geniet en droom eindelijk weg. —– Hond slaat aan, ergens, hysterische keffer antwoordt, ik schrik me lam en zoek het geweer. Eerst maar effe schieten.