‘De erpels bluie…’

..een jaarlijks terugkerende opmerking van wijlen schoonmoeder.
Er bloeiden ook bonen of bloemkool of andere groente maar piepers waren het belangrijkst. Meestal moest je dan meelopen en bewonderen wat we natuurlijk graag deden, gegarandeerd dat we later een kooksel mee naar huis kregen.
Ze had een grote  goedverzorgde groentetuin, aan de straatkant alleen bloemen.
Geen tegels (‘da’s bessems verslieten’), geen gras (teveel onderhoud) overal paadjes tussendoor. Heerlijk om er te lopen.
aardappelll20220722_182855Zoals ze zelf al zei:  de hof is belangrijker dan het poetsen van de kamer.

Hoe kom ik hier op?
Wel, ook hier bloeien de aardappelen. Eigenlijk maar één, die in de pot op de foto.  Hij oogt verwilderd, omringd als hij wordt door doornappels, laurier, ooievaarsbek, geraniums, waarvan de meeste hem boven het hoofd groeien.  Daar maalt de aardappel niet om.
Verderop in de volle grond staan er nog een paar, zodra die bloeien zal ik weer aan schoonmoeder denken en in gedachte zeggen: ook hier bluie de piepers.

Het idee om een aardappel in een grote pot te stoppen deed ik op bij  vlierbloesem   waarvoor hartelijk dank.
Leuk werkje om uit te proberen.
===

Panta rhei (Heraclitus)

Alles stroomt
Niets blijft hetzelfde. Een beeldende zin in deze betekenis is dat je ‘niet twee keer in dezelfde rivier kunt stappen’ (Plato).
Overbekend.
En toch.
Toen ik deze dagen in de bloembak doende was, het groen uitkrabbend dat koppig tegen sneeuw en vorst heen groeit,  elke winter opnieuw, vroeg ik me af hoe je dit kunt opvatten.
Inderdaad blijft niets gelijk, alles wat leeft is vergankelijk dus veranderlijk maar in een andere vorm komt alles weer terug. Hernieuwen noem ik geen echte verandering. Ook de genetisch gemanipuleerde planten en dieren blijven herkenbaar. Een koe blijft een koe, gras is gras, water is water. Vermomd in andere vormen of kleuren maar blijvend graasdier, bodembedekker en stromend.
We veranderen met de eeuwen, invloeden van klimaten zullen meespelen, kortom: de tand des tijds doet zijn best, dat snap ik allemaal maar uiteindelijk zijn we nog steeds mensen en leven nog steeds in bos-water-vlakland-zand.
Weliswaar gegroeid in kennis en gedrag maar niet wezenlijk anders.

Misschien begrijp ik de kern van de uitspraak niet.
=

Verdord versje

De droogte duurde voort
er was geen frisser oord
geen regen aan de poort
slechts  dorre wind uit noord.

We zagen door de ruit
een spreeuw. Wat dorstelijk gefluit
meer was er niet als buit.
Toen gingen we maar uit

en reden langs de Maas
er liep wat vee te graas
in gras met bruinig waas
de ogen stonden daas.

Het pontje vaarde scheef.
De stroming die het dreef
en langs de boorden wreef
had weinig lust te geef.

We reden terug naar huis
in droge lucht-met-ruis
piepend door het gruis
als een verkouden muis


Het weerbericht was pet:
opnieuw een zonballet.

Planten en mensen

Vaste planten zijn loeisterk, je merkt het elk jaar opnieuw.

Deze ooievaarsbek wringt zich moeiteloos tussen voegen van tegels door.  Je vraagt je af hoe ver hij ondergronds gaat, hij komt op verschillende plekken tevoorschijn of het nu op twee of tien meter van de moederplant is.
Je gaat bijna vanzelf denken aan de familiebanden die bij mensen soms heel sterk aanwezig zijn.
Het-bloed-kruipt-waar-het-niet-gaan-kan zou je kunnen vergelijken met ‘de wortels groeien waar ze niet door kunnen’.
Zijn in andere  gewassen ook eigenschappen te vinden, overeenkomend met die van mensen?
Gras bijvoorbeeld is gauw tevreden, het groeit overal afhankelijk van de soort.
Orchideeen  zijn als de prinses op de erwt, ze doen het juist niet overal.
Paardenbloemen lijden aan een minderwaardigheidscomplex, zodra ze volwassen zijn blazen ze zichzelf op.
Enzovoorts.

Tot zover mijn plantenkennis.
Meer weet ik er niet van.

Familieoord


Het is zo  mooi, ons familieoord.
Pa en moe wonen er,  schoonmoeder.
Alle broers en zussen van beider families, met wederhelften en kinderen. Ze zijn hier thuis; genieten van de zachtaardige sfeer die in de lucht hangt, van de bomen en bloemen, van de warme zonnestralen en de geur van  hoog gras die zelfs in de winter blijft hangen.
We zingen de top twintig;  bijen zoemen mee en met gemoedelijke wespen drinken we gezamenlijk uit glazen zoete wijn en eten vegetarische reebouten.
Een man passeert; hij bekijkt onze familiewoonst met duidelijk verlangen. We wenken hem.
Hij komt , kijkt en vertrekt.
Hij gelooft niet in dromen.

Ergernisjes


Ligstoel neergeklapt, bak met camera/gsm/telefoon/tablet op kruk ernaast, boek, zonneklep.
Ik lag lekker maar het gras wuifde zo hoog. Eerst maar even maaien.
Herinstallatie. Luie positie zoekend viel me het te uitbundige onkruid op. Hm, eerst maar even wieden.
Re-herinstallatie; kreun, hmmmm heerlijk. Maar die ramen van de schuur, met al die webben… eerst maar even ragen.
Her-re-installatieinstallatie.  Vastbesloten. Ogen dicht. O zalige zon zo warm ik geniet en droom eindelijk weg. —– Hond slaat aan, ergens, hysterische keffer antwoordt, ik schrik me lam en zoek het geweer. Eerst maar effe schieten.