Geraamtes


Er wandelde een skelettenpaar over de markt.
Licht krakend en luchtig gekleed.
Hij in een zomershirt en kniebroek, zij in een minirok en doorkijkbloes.
Ze trokken veel aandacht.
Mensen bleven staan, kinderen griezelden of lachten, kooplui maakten de nodige grappen.
‘Voordelige smeerolie, meneer, mevrouw…’ ‘Soepvlees dame, eersteklas mergpijp…’
Ook een hond kwam aan ze snuffelen, haastig weggetrokken door zijn baas.
Het paar negeerde het bekijks al zou een scherp opmerker een geërgerde flikkering zien in zijn ooggaten.
Na de markt te hebben bekeken verdwenen ze.
Eenmaal buiten gehoorafstand zei hij het.
‘Stom mens, ik zei toch dat die bloes een slecht idee was?’
==

Novembergedachten

Vandaag haalde ik een paar bewaarde kalenders tevoorschijn.
Er staat meer in gekrast dan gedrukt.
Achter veel namen prijken kruisjes en hoewel ik niet dagelijks stilsta bij de dood van ieder (schoon-)familielid, het treft me deze dagen toch. Kerkelijke gewoontes blijven je aankleven.
Zelf heb ik nog een aantal broers en zussen, ze wonen te ver of zijn slecht ter been. Van schoonfamilie leeft nog 1 zus.
Zoetjesaan ga je enig kind worden, wees was je al.
Dat krijg je als je de jongste bent.
Mijn vader en moeder waren ook de (bijna) jongsten, er zijn geen ooms en tante meer over.
Zolang het hele gezin nog leefde en er contact was dacht je niet aan de toekomst, niet in deze vorm. Je voorzag hoogstens een paar oudjes die gezellig samen theedronken of een borreltje namen.
We maakten daar grappen over.
Langzamerhand veranderden die grappen, bij iedere uitvaart werden ze zwarter, macaber.
Je treft een nicht of neef die hetzelfde meemaakt. Het zal in veel families zo gaan.
Die dingen.

Deze keer leg ik de kalenders bij het oud papier.
Ik ga voor nieuwe, zonder kruisjes.