Oud geluk-nog ouder geluk→→→Adam+Eva begonnen er mee.

Van de week hoorde ik dit liedje.
Toen was geluk heel gewoon
En weer werd ik bevangen door een negatief gevoel.
Het zelfde heb ik met vergelijkbare nummers als Het Dorp
Waarom? Ik weet het niet maar ik vermoed dat het de vroeger-verheerlijking is die me tegenstaat.
Begrijp me niet verkeerd, we hadden het goed, beginjaren vijftig
De zaterdagavond leek enigszins op die van het liedje, eerst in de grote teil, er was iets lekkers bij de koffie, broer luisterde naar ‘Sprong in het Heelal’ en ik mocht meeluisteren al was ik jonger, terwijl de groten andere dingen deden, er werd gelachen. (Toen nog) zonder borrels. Het was knus.
Waarom dan die hekel? Misschien het kneuterige woordje ‘knus’?
Het stoort me ook als de tijd erna afgekraakt wordt.
Alsof we later allemaal plastic rozen hadden, onze kinderen nooit gelukkig waren, ze alleen maar in modderplassen zouden moeten zwemmen, op doorgegeven fietsen rijden.
En wat zeggen die weemoedigen als hùn vader opschept over zìjn jeugd?
‘Ja hoor, daar gaan we weer…’
‘Dat was vroeger…’
‘Je leeft in het verleden, opa…’
en…
Dat is het! Nu snap ik het.
Het moeten sprookjes zijn die doorgegeven worden zolang er mensen zijn.
En er zijn mensen die er in willen geloven en het op hùn beurt doorgeven.
Dat ik het niet eerder begreep.

ps Ik geloof niet in sprookjes.

Advertenties

Hemelse hemel?

In de hemel komt alles goed, werd ons verteld. Daarmee hield (en houdt) men gelovigen zoet en vooral volgzaam. Niets nieuws, deze chantage wordt in veel religies gebruikt.
Het heeft niet geholpen.
Van de katholieken is dat begrijpelijk, we leerden al jong alle zonden te biechten om met een schone ziel opnieuw te beginnen dus gingen we onbezorgd door met het snoepen uit de koektrommel. Stiekem uiteraard, wereldse straf woog zwaarder.
Nog afgezien daarvan leek die hemel me, kind zijnde, weinig attractief.
Wie wil er nou de godganselijke dag naar hemelse muziek luisteren terwijl er in snackbars volop bebopalula was te horen? Almaar bidden en god vereren? De wekelijkse hoogmisgezangen waren al beroerd genoeg.
Maar het ergste vond ik het idee dat we allemaal één grote gelukkige familie zouden zijn, als een liefdevol gezin, volgens de oude pastoor.
Met mijn ruziebroertje? Ik kon hem (toen) niet luchten.
Een paar buurkinderen die altijd knokten? No way!
Een hatelijke onderwijzeres, dat vreselijk mens? De gedachte deed me rillen.
Die jonge weduwe? Hoe zouden zij en haar man elkaar willen terugzien, vast niet als broer en zus.
Het idee stond me tegen temeer omdat je een geest was, lekker eten was er dus niet bij. Ja, een kind denkt logisch. Of simpel. Of juist pragmatisch.
Later las ik over het Walhalla, De Eeuwige Jachtvelden, het Elysium en meer hiernamaalsen.
Je kreeg ze nooit voor niets. De goden stelden eisen en weet je wat? Het waren gewoon de eisen die in een samenleving nodig zijn om de boel redelijk draaiende te houden.
Geven en nemen.
Zonder overspannen geloofswetten maar toen ik dat besefte was ik al lang kind af.