Te vroeg

Dat het een raar jaar is weten we intussen. Ellendig voor de slachtoffers, zorgelijk voor de hulpverleners, moeilijk te hanteren voor onszelf.
Ik hoef niet te klagen (afkloppen!) maar er zijn dingen die me vandaag opvielen.

Zo goed als alle boodschappen zijn gedaan en gebracht en veel te veel, ik kan minstens twee maanden vooruit  behalve met brood en verse groenten. Beide koelkasten en vriesgedeelten zitten barstens vol.
De ramen in kamer en keuken zijn gelapt en prullaria gesopt.
En, dat is het meest vreemde, kerstboom en -dingetjes zijn geplaatst, nu al.
Ik ben van slag.
Nooit eerder zette ik boom en kerstspullen eerder dan één of twee dagen van te voren.
Tot op de laatste dag was ik in de weer met de kerstmaaltijd net als met ramen en vloeren.
En nu is dat allemaal gedaan tot en met het nazien van de logeerkamer..
Tien dagen voor kerstmis zit ik al te wachten.
Waarop? Niet op Godot.
Waarop dan wel? Dat weet ik niet.
Zou er ook een gekteonderdeeltje in dit virus zitten?
==

Zeer dikke mist

De wereld kromp, werd klein en kleiner tot alleen ik leek te bestaan.
Eenzaam stond ik daar in het vage licht van een versluierde zon. Fiets aan de hand, niet wetend welke kant ik op moest. Door rond te kijken was ik uit balans, alle richtingen zagen er eender uit, zelfs boven en beneden konden verkeerd zijn.
Wat te doen.
Ik voelde met mijn handen of er iets te leunen viel, een boom, muur, wat dan ook. Niets. Op de tast zette ik de fiets op de standaard en liet me voorzichtig zakken op verdwenen grond.
Dan nam ik de tas van het stuur. Maar…wat.. zelfs die zag ik niet meer, in het wilde weg graaiend vond ik hem, zocht naar het mobieltje, toetste 112. Er gebeurde niets.
Mijn hand verdween, ik pakte hem met de andere die ik ook niet meer zag. Alles weg, de wereld, telefoon, ikzelf.
Gespannen zweefde ik in het niets, wachtend op licht? Godot? Hulp?
Het duurde lang.
Veel later, ik was al bijna voorgoed opgelost, werd het helder, nevelen verdunden, contouren werden zichtbaar.
Ik stond op en zag de omgeving verschijnen.
Opgelucht herkende ik mijn achterdeur en keukenraam.
Ik stond op de stoep.