Getob bij de goden I

Het werd dringen bij de hiernamaalse bestemmingen, de goden hadden het er druk mee.
Enkele van hen stuurden besluiteloze zielen naar de eeuwige jachtvelden, die waren ze alvast kwijt.
Niet netjes, vonden andere opvanggoden, zij dumpten de onplaatsbaren in het vagevuur als tijdelijke oplossing, hadden ze nog een toekomst.
Weer anderen konden de reïncarnaties niet meer aan wegens personeelsgebrek en veranderden ter plekke het geloof van deze zielen: je kunt hoogstens in een wolk overgaan.
Voor veeleisenden waren geen Zalige Eilanden meer beschikbaar, het Schimmenrijk bleek  niet te bestaan,  bij alle denkbare locaties hingen bordjes met VOL en bij een paar obscure gelegenheden: VOL = VOL.
Zelfs de Opperduivel kon niet vlug genoeg stoken, tot zijn grote spijt.
Wat nu.
godenmoses-2715485__340Ze staken de koppen bij elkaar. 
‘…we raken overbezield – we moeten iets doen – de mensheid gezonder maken? – krachtvoer in de regen verstoppen? ‘
Het ene na het andere voorstel kwam aan de orde,
allerlei vragen passeerden maar geen antwoord was afdoende.
Ze besloten advies te vragen aan Moos, een oeroude hemelgast die nog graag met aardse spullen speelde.

Nu was het wachten op Moos, in de regel had hij wijze woorden dus wie weet.
Misschien horen we het in een volgende aflevering.
==

Pluvius verstaat zijn vak niet

droogdesert-2497135__340Met spijt kijk ik rond, alle bloemen in het bruin, enkelen knisperend als papier. Ik zou huilen als ik voldoende tranen had om ze te begieten.
Ik roep Pluvius  aan.
Hij geeft niet thuis, zit zich waarschijnlijk te verkoelen in een verse regensloot, je weet het immers nooit met die goden en godjes en halven. Ze zitten overal op aarde en in de ruimte, hebben allerlei kunsten paraat, hij kan zich wel als  klimaatstraffer vermomd hebben.
Zogenaamd om een of ander akkefietje met een buurgod maar in werkelijkheid om de mensheid te tergen. Als straf voor wat dan ook. Ik heb die lui nooit begrepen.
Maar nu de plantennood hoog is en niemand, zelfs geen wappiegodje het weer in toom kan houden richt ik me in arren moede tot hem.
‘Pluuf,‘ vraag ik, ‘hier graag regen
wat houd je tegen?
Duidelijk gebed toch?
Het helpt niet, niet eerbiedig genoeg?
Iets deftigers dan?  ‘Mesjeu, je pleu de… eh, van verdriet en droogte.’
Er valt niets.
Ik geef het op.
Alle goden kunnen verrekken en Pluvius het eerst
==

Ben er weer


Of nadenken helpt bij een probleem?
Het ligt eraan. Constructief denken vind ik moeilijk, het ontaardt al gauw in gepieker. Toch ben ik er iets mee opgeschoten.
Het is een cliché om dingen ‘op een rijtje te zetten’ maar het werkt. Nu weet ik ongeveer waar knoop A zit en waarom B niet aansloot, daar zat C tussen met D in het kielzog enzovoorts enzoverder. Goed dat er een alfabet is, handig bij het benoemen.
Enfin.
Ik ben er nog niet helemaal uit maar ga verder rmet bloggen en het lezen van bloggers. Dat miste ik.
Het is teveel om alles in te halen, ik ga gewoon beginnen bij wat ik vanavond binnenkrijg.

Aan de grote vraagstukken waagde ik me ook eventjes, altijd goed als afleiding.
Alleen jammer dat het te moeilijk is.
Ik weet nog steeds niet of ik denk omdat ik ben of andersom.
Nog minder waarom we hier zijn en welke god de juiste is, ze staan me geen van allen aan. Geef mij maar de Griekse goden, die maakten er tenminste een gezellig potje van pervers als ze waren maar ja, daar waren ze bovenmenselijk voor.
Ze zijn geschapen naar een gestoord mensbeeld terwijl wij, simpele roomsen, leerden dat we naar een godsbeeld geschapen zijn en wat zegt dat over ons en over die goden en… en…

Laat maar zitten
We schieten er niets mee op, we hebben geen filosofie gestudeerd.
Neem het dus niet serieus en mij ook niet.

Hemelse hemel?

In de hemel komt alles goed, werd ons verteld. Daarmee hield (en houdt) men gelovigen zoet en vooral volgzaam. Niets nieuws, deze chantage wordt in veel religies gebruikt.
Het heeft niet geholpen.
Van de katholieken is dat begrijpelijk, we leerden al jong alle zonden te biechten om met een schone ziel opnieuw te beginnen dus gingen we onbezorgd door met het snoepen uit de koektrommel. Stiekem uiteraard, wereldse straf woog zwaarder.
Nog afgezien daarvan leek die hemel me, kind zijnde, weinig attractief.
Wie wil er nou de godganselijke dag naar hemelse muziek luisteren terwijl er in snackbars volop bebopalula was te horen? Almaar bidden en god vereren? De wekelijkse hoogmisgezangen waren al beroerd genoeg.
Maar het ergste vond ik het idee dat we allemaal één grote gelukkige familie zouden zijn, als een liefdevol gezin, volgens de oude pastoor.
Met mijn ruziebroertje? Ik kon hem (toen) niet luchten.
Een paar buurkinderen die altijd knokten? No way!
Een hatelijke onderwijzeres, dat vreselijk mens? De gedachte deed me rillen.
Die jonge weduwe? Hoe zouden zij en haar man elkaar willen terugzien, vast niet als broer en zus.
Het idee stond me tegen temeer omdat je een geest was, lekker eten was er dus niet bij. Ja, een kind denkt logisch. Of simpel. Of juist pragmatisch.
Later las ik over het Walhalla, De Eeuwige Jachtvelden, het Elysium en meer hiernamaalsen.
Je kreeg ze nooit voor niets. De goden stelden eisen en weet je wat? Het waren gewoon de eisen die in een samenleving nodig zijn om de boel redelijk draaiende te houden.
Geven en nemen.
Zonder overspannen geloofswetten maar toen ik dat besefte was ik al lang kind af.

Mercurius, 9 mei


Dan is te zien dat deze planeet voor de zon langs scheurt. Zie Mercurius
Petieterig klein alsof er een beestje  kriebelt.
Toch dapper dat zo’n vliegje brutaalweg eventjes tussen zon een Aarde door glipt, dat zie ik ons niet zo maar even doen, wij voelen ons al ontheemd wanneer we bij een sprongetje geen vaste grond voelen.
Het zal met zijn   goddelijke kracht   te maken hebben.
Goden zijn brutaal als de beul, dat is bekend, ze maken korte metten met tegenstanders dus wat stelt een omweggetje door de ruimte dan voor?