2. Lieftallige Lina nog steeds in de bibliotheek

Lieftallige Lina volgde aller ogen, zo hoorde en zag ook zij de wonderlijke aankondiging.
‘Een pruttelfilm,’ dacht ze, ‘wat ontzettend spannend.’
Ze vergat de lenteadviezen, blies de allerlaatste kruimels winterongemakken uit haar hoofd en keek hunkerend naar de veelkleurige wagen waarin ze aantrekkelijke filmmensen vermoedde.
Mooie mannen met een wulpse onderlip, donkerbuine tochtlatten en dito lok over hun babyface. (Haar smaak was nogal archetypisch, ze had tegelijk met de moedermelk zoet gezwijmel binnengekregen over ene Elvis en was dat nooit helemaal kwijtgeraakt.) Lina was net zo naïef als ze lieftallig was, ze droomde simpelweg verder waar moeder was blijven steken.

De tweede maal dat ze het bericht hoorde fronste ze. Verse spelers? Deden ze het soms met appelen? Hoe vreemd, daar wilde ze meer van weten.
Ze kuchte van opwinding. Er danste een vergeten sneeuwlettertje uit haar mond, de moeite van het opruimen niet waard.  Nu was ze volledig ontwinterd en herinnerde zich het advies: zoek de lente in jezelf.
Ze probeerde het maar de veelkleurige auto-met-roze-luidspreker kraakte haar lentebrein. Vooral de tochtlatten lieten haar niet met rust en ze herinnerde zich nu ook die stem, eveneens donkerbruin.
Lieftallige Lina werd meer en meer een Lustige Lina.

© Bertie

Jaloezie

tiende gebod
Hier past deemoed.
Ondanks pastoor, nonnen en katholieke opvoeding kende ik wel degelijk naijver.
Kind zijnde had ik graag het mooiere speelgoed van andere kinderen willen pikken als ik gedurfd had.
Als tiener voelde ik peilloze afgunst wanneer een rotmeid mijn afgod binnen hengelde.
Ook in mijn baantje had ik liever het mooiere werk van een collega.
En meer van dat.
Helaas, ergens om vragen of moeite voor doen, dat lag me niet zo, gezwijmel in jaloezie verdiende ik dan ook niet.
Zo sukkelde ik naar mijn twintigste tot de juiste man zich aandiende. Nu had ik het voor elkaar; de jongen die ik wilde en veel van me hield tot in de eeuwigheid amen.
Nu hoefde ik nooit meer jaloers te zijn, wat een rust.
Een volwassen gedachte, vond ik zelf 😉