Gezondheid opgedaan voor een jaar. Minstens.

Er was een Gezond Leven Event, van Hart in Actie.
Een beurs in een groot fitnesscentrum waarin ontelbare kraampjes waren opgezet, korte demonstraties werden gegeven van karate en taekwondo,  gezonde sporten voor senioren en wat ik vergeten ben.
Veel geslenter, babbeltjes, luisteren.
Oefenpop van EHBO, ademhalingstechnieken, massagebedden en – stoelen al of niet op stroom, en meer, er waren mensen die het uitprobeerden en stiekem lekker uitrustten. Gezonde hoofdkussens van € 99, daar mochten we nièt op liggen.
Het was zo gezond allemaal dat ik verwachtte mijn kwaaltjes daar kwijt te raken, ik keek al rond naar een kraam met wedergeboortes van oude vrouwen met elastieken benen. Helaas.
Uiteraard waren er ook gezonde voedingtentjes maar de reclamekraam met aardbeien en perziken (Janlinders) was pas echt vurrukkulluk.
Het allerbeste was de Nieuw-Zeelandse rabarber. (plaatje is vaag maar als je goed kijkt zie je de opvallend grote groente).
Mijn eerste gedachte was dat je daarvan met één steel een rabarbertaart kon maken. Jamjam.
Het vooruitzicht alleen al maakte het geslenter goed.
En dat we bij de uitgang een appel mochten pakken.
Het lukte nog net, bekaf als we waren.
==

Advertenties

Een paar eigengereide haren

Er zit een haartje aan de zijkant van mijn kin.
En een onder mijn oor.
Ik ruk ze uit met wortel en al. Het helpt niet lang, ze komen telkens terug.
Laatst klaagde ik bij een paar vrouwen dat ik een baard kreeg, onmiddellijk kwam er commentaar van een paar vijftigers en een jongere. Stuk voor stuk jonger dan ikzelf.
‘Nou èn?’ ‘Is dat alles?’  ‘Dat hoort erbij’ ‘Als wij uitgaan moet ik me eerst scheren’ ‘Ik laat zo vaak mijn kin doen’  ‘Zoveel vrouwen en meisjes hebben een snorretje, daar wen je aan’. En meer van die antwoorden.
Allemaal waar en goed bedoeld, het troost een beetje en ik weet echt wel dat er ergere dingen zijn en me moet schamen voor het gezeur en blij mag zijn dat ik verders gezond ben en blij mag zijn dat mijn hoofdhaar gewillig is en al die dingen maar ik erger me evengoed aan die brutale haren in/aan mijn gezicht.
Ze trekken zich niets van me aan.
Ze groeien gewoon door.

Lang leve de kloosterling

Dat zou je bijna zingen wanneer je deze kop snelt. (Oud knipsel 2004).
Kloosterling leeft zes jaar langer
Het was voor ons geen nieuws, wij zagen vroeger al dat de onderwijsnonnen in ons dorp uitstekend te eten kregen. Niet dat we zelf honger hadden, maar in het klooster schenen de maaltijden net even lekkerder en beter te zijn. Je kon het ook zien, de bewoonsters waren stuk voor stuk in puike conditie, de zichtbare delen hadden een gezonde kleur en glans, vooral vergeleken bij die van de grote-gezinnen-moeders. De zusters waren zelden ziek of niet lekker. Hun gang was vlot en veerkrachtig, ze waren energiek en verschillende van hen waren behoorlijk aan de maat.
Ze hebben geen zorgen,  was een uitspraak die je vaak kon horen; aansluitend daarop klonken -een beetje bitter- opmerkingen als ze zouden maar eens acht kinderen moeten hebben of deze ijzersterke:  ze hebben dan ook geen man.
Deze herinneringen kwamen boven bij het lezen van de betreffende zin. Waar of niet, ze geven een idee van de gezonde braafheid van een bestaan waarin geordende saaiheid de boventoon voerde.
Mij leek het een gruwel.
Je moet er toch niet aan denken om non te worden met al die kleren en die bidderij met elke dag een verplichte mis, vrome liedjes.
En dan ook nog heel oud te moeten worden.
ps
Over mannenkloosters weet ik niets behalve een oud gezegde:
Het klooster van sint-Adriaan
waar twee paar schoenen onder één bed staan.