Gasten

Morgen komen een paar mensen.
Ze blijven overnachten.
Dus.
Begon ik vandaag maaltijden te bedenken. Pakte uit gewoonte alvast aardappelen en groente met de schillenbak.
Legde beddengoed klaar. En zo.
Ineens drong het tot me door:  het zijn gezonde jonge mensen, niet hulpbehoevend.
Dus.
Geef ik ze morgen na de koffie een schilmes in handen + aardappelbak,  mandje groente, wijs ze de diepvries voor vlees en stuur ze naar  de linnenkast.
Strak plan, al zeg ik het zelf.
slaapbed-1545991__340
Ik hoop maar dat ik kan slapen.
==

Pasen. Toen.

Op een woensdagmiddag naar Amsterdam, naar C&A voor de zomerkleren, daarna  naar Harkema  voor de lekkere dingen die je thuis niet kreeg: patat en ijssorbet.
Meestal kwam je klasgenoten tegen, ook hùn moeders hadden kinderbijslag ontvangen.
Op school hoorden we wel van palmpasen met versierde paasstokken maar we deden er  zelf niet aan.
eiereneggs-5033437__340
Alleen eieren bleven.
Nog steeds kook ik een pannetje  vol,
ik kan het niet laten.
Genoeg voor hongerige visite.
Waarom?
Geen idee, enkel gewoonte.
Je moet je èrgens aan vasthouden.
==

Bijna voorjaar

schoonmaakbroom-2027093__340
Overgordijnen
winterkleding
dekens kussens  spreien
pluche tafelkleed
alles aan de waslijn.
Matrassen naar buiten
lampen van muur en plafond
tapijt opgerold
meubilair zoveel mogelijk eruit
kachel naar de schuur
kortom, Grote Schoonmaak.
schoonmaakbucket-309439__340Het was natuurlijk begrijpelijk gezien de manier van leven.
Grote gezinnen in kleine kamers, hout- en kolenstook en veel tabaksgebruik, geen afzuigkap, twee-  soms drie personen in de bedden, kasten vol muffe kleding. Die dingen.
Ik denk dat ik op dezelfde manier te werk zou gaan.

Wij deden het later op een andere manier: elk jaar werd het plafond gewit en de huiskamer behangen. We hadden weliswaar (gas-)haarden, toch werd alles een beetje bruin.
We rookten en de meeste familieleden ook, een van de dingen die veranderden.
Gewoontes sleten uit.
Haarden verdwenen, veel rokers stopten, afzuiging verscheen.
En wat (mij tenminste) het meeste aansprak was het buiten wonen. Vroeger bleef dat bij een uurtje in de zon zitten op een keukenstoel.
En nu.
Zodra we uit de flat vertrokken waren een paar ligstoelen het allereerste wat ik kocht.
Nog steeds is het een van mijn meest geliefde zomerse bezigheden (nou ja, bezig…), languit op en over een stoel hangen, half in de zon, boek erbij. Tablet en foon onder handbereik.
Laat de boeren maar dorsen, schoonmaken doen we morgen wel.
Volgend jaar.
zonalligator-44595__340
==

Kleding

Een nieuwe winterjas, die had ik nodig.
Telkens werd de aankoop uitgesteld, het kwam er niet van want

kledinggirl-2581913__340het wordt nooit meer koud behalve die paar weekjes van vorig jaar
het is al half januari, geen moeite om er nou nog een te kopen
zul je zien dat ik er een heb en het wordt twintig graden
en zo smoesde ik de bestelling uit mijn hoofd.
Toch zat het in mijn gedachten.
Waarom kochten we eigenlijk jaarlijks nieuwe kleren?
Was het nodig? Nee, het was gewoonte.
Een van de gezelligste.
==

Hoe leer je nadenken

wiskundemathematics-1509559__340
Dat heb je in je, zeggen sommigen.
Misschien.
Bij familie zie je verschillen, de een is wat bedachtzamer dan de ander.
Het hangt misschien af van gewoonte maar niet helemaal, aangeboren eigenschappen bestaan ook.
Reageren bij geschillen, over kwesties, oordelen over allerlei, ieder doet het op zijn eigen manier.
Nog steeds geloof ik dat een paar exacte vakken op school hielpen, je mooest wel wilde je je huiswerk maken.
We hadden het er thuis wel eens over, een zus was goed in wiskunde maar vond dat je daarmee alleen leerde je schrift vol te krijgen.
Een broer leerde meer van moeilijke vertalingen maar ja, hij was  een echte alfa. Eigenlijk dacht hij altíjd na.
Een andere broer zei dat hij diep nadacht bij het uit elkaar halen van zijn motor, hij hield van het ding en kende elk onderdeel.
Mijn moeder tenslotte vertelde dat armoe de beste leerschool was om je verstand te gebruiken: met weinig geld  het hele gezin aan het eten en fatsoenlijk zien te houden.  Vooral dat laatste leek het zwaarst te wegen.
Natuurlijk kun je niet doorlopend nadenken als je spontaan wilt leven.
Maar toch blijf ik bij het idee van (toen nog) Algebra en  vlakke meetkunde .
Ik kreeg het alleen in de brugklas, daarna mondjesmaat op de MULO maar herinner me het gepieker bij zoeken naar bewijs bij driehoeksmetingen,  algebraïsche vergelijkingen en stellingen.  Soms vergat je de tijd tot je een oplossing had, goed of fout dat donderde niet.
Of ik er wijzer van werd?
Daar denk ik nooit over na.
==

Allemaal weer bijgeknuffeld?

Dan kun je nu die van mij overnemen.
Ik knuffel niet zomaar, eigenlijk haast nooit. Het is voor mij een privé gebaar dat ik niet gauw maak behalve naar gezin en familie.  Ook de drie zoenen hield en houd ik zoveel mogelijk af, het is me te eigen.
Je mag me gerust koel noemen, kil desnoods, het haalt me niet over de streep.
Ik ben heus warm opgevoed. Verjaardagen, lange afwezigheid, examens, gedenkdagen, ze gingen onveranderlijk vergezeld van een arm en dikke zoen van mijn moeder gevolgd door  een iets dunnere en een hand van mijn vader.
Ook bij verdrietigheden als overlijdens kregen we hun aandacht.
Soms komen kat en hond in aanmerking, misschien een koe als ik hem tegenkom. Bomen niet, dat is leuk voor deze koala en voor prinsessen.
koala-4450420__340
Het geknuffel wat ik heb zien groeien, van het gedoe door plakkerige klasgenootjes tot een geaccepteerde gewoonte, daar kan ik niet aan meedoen.
Wanneer iemand me ermee overvalt voel ik me opgelaten en maak me een beetje lacherig los.
Je snapt dat de  afstandsregels van corona me absoluut geen last bezorgden, ook de anderhalve meter niet. Integendeel.
Nu hoef ik niet bang te zijn dat bloggers me knuffelen.  Achter een scherm valt zoiets niet mee en dan de afstanden. Nog afgezien van het feit dat ik geen knuffelzin opwek met de logjes die ik schrijf.
Dus….
… iedereen knuffelt maar zoveel hij wil, ik kijk wel toe.
=

‘Over gewoonte en opvoeding’

Hoofdstuk uit een essaybundeltje van Francis_Bacon_  waarin hij stelt:

Hier is over nagedacht, bewonderde ik. Tot ik verder las.
Hij had het hier beter bij kunnen laten.
Hij predikt voornamelijk ten voordele van de gewoonte.  Lijdende veroordeelden, Spartanen, boetedoende monniken, allen zijn gehard door de aangeleerde gewoonte niet te klagen. Macht der gewoonte. Prima.
Maar dat het samenspel van neiging, omgeving en gewoonte genuanceerder is en vaak moeilijk te sturen in de opvoeding, daarover rept hij niet.
Een gedachte als vaststaand feit de wereld in slingeren
En dan zegt hij ook nog dit:
Het zoveelste staaltje filosofie dat niet meer voorstelt dan wat moeder ons voorhield: ‘Gedraag je!’
=

Gewoonten en aanwendsels

Vaak zijn ze zo diep ingesleten dat ze niet meer weg te branden zijn.
Bij huisgenoten die aan elkaar gewend zijn hoeft dat geen probleem te zijn, zolang het om draaglijke gewoonten gaat. En er een beetje sturing is door ouders, onderwijzers en andere opvoeders. We leren netjes te eten. Niet te wiebelen en te snoffen, uitgebreid te krabben of met een been te wippen. Ook op school gelden regels, pennen en irritante tikdingetjes worden verboden. (nog steeds?)
Het lijkt heel streng maar het gaat spelenderwijs en vlugger met oudere broes/zussen. Het hoort bij een redelijk aangepast gedrag.
Over het algemeen komt het goed behalve op kinderfeestjs maar die zijn van een andere orde.

En dan tref je iemand die het bloed onder je nagels vandaan haalt met een ellendig aanwensel. Deze week nog.
Iemand die zijn koffie slurpt. Dat was nog te behappen, een tweede kop bied ik niet aan
Erger is dat hij, sinds hij  niet meer rookt, speelt met lucifers. Een halfvol rammelend doosje.
Opgooien en vangen, opgooien en vangen, opgooien en vangen, van de ene naar de andere hand verplaatsen, op tafel leggen en wegschieten, opgooien en… zoals pa zou zeggen: ik werd er kreessie van.
Ik durfde niets te zeggen.
Net toen ik hem zou wurgen ging de telefoon. Halleluja. Het was een korte boodschap maar brak de spanning, dat gaf me voldoende moed om  een einde aan het bezoek te maken.

Ik heb geen hypergevoelige aandoeningen.
Alleen: kom me niet aan met gefriemel, trilbeen, zoemgeluidjes, malende kaken en andere  dingen waarnaar je gaat kijken en luisteren.
Dan ben je je leven niet zeker.
==

Schemeren

Daar houd ik van.
Je zult niet vaak de grote plafondlampen zien branden in onze huiskamer. Die zijn zelden nodig, voorheen alleen gebruikt voor spellen of feestmaaltijden.
Er is één voorwaarde: ik moet genoeg licht hebben om te lezen, schrijven of om iets anders te doen. Ik zou niet weten wat ik moest beginnen als ik alleen maar kon zitten en tv kijken, ook het spelen met Internet ben ik af en toe beu. En dan zit je maar te zitten.

Je kunt best schemeren met voldoende licht als je het maar goed verdeelt. Om die reden hangt/staat er in bijna elke hoek een lamp. Samen met de tv, het licht dat uit de keuken valt en eventueel een paar kaarsen is het een goede verhouding. Geen duistere plekken.
‘Licht spreidt gezellgheid’ was een oude reclameslogan die helemaal waar was. Het is stemmig.
In dit verband herinner ik me het zuinige gedoe van vroeger. Te kleine peertjes in gang, kelders en wc, na gebruik on-mid-del-lijk uitdraaien want weet je wel hoeveel stroom dat kost? Wat was ik bang, grote schaduwen die met je meeliepen. Een belangrijk aspect i.v.m licht.
Vaak moest de grote lamp aan, er werd gebreid, sokken gestopt, gelezen of gekaart en dergelijke. Maar dan moesten de kleine schemerlampjes uit. Scheelde in stroom.
Uiteraard snap ik het wel. Lage inkomens, geen ledlampen, meestal 1 loon per gezin.
Later werd het financieel beter, toch bleef de zuinigheid en werden ze er rijker van?
Welnee, het was een gewoonte die je in veel huishoudens zag.  Bijna een traditie.

De stroomkosten van het huidige witgoed liggen heel wat hoger, daar let ik op maar dat heeft niets met schemeren te maken.
Trouwens, was- en vaatwasmachines kunnen in het donker draaien.
Alleen met stofzuigen lukt het niet zo goed.
Dat doe ik daarom overdag.
==