Weer even weg geweest/weggeweest.

Waarheen en waarom, is de -dubbele-  vraag.
Nou gewoon, weg. Daarom.
Het ‘gewoon’ was zeer geslaagd.
Het ‘daarom’ een fijne aanleiding.
Ik kan het iedereen aanbevelen, neem het er eens van en ga gewoon. Zomaar.

Daarom is geen reden’ heette het vroeger.
Dat toenmalige onbegrip, niet te geloven.
Men zei maar wat, vooral opvoeders lulden een end weg.
Ouders, onderwijzers, buurvrouwen, (niet-)kerkelijken, tantes en zussen, veel van hen wisten een kind uitgekookt te manipuleren met dit regeltje.
Onder een dwingende blik, acuut schuldgevoel en gehoorzaamheid opwekkend, verraadde je doel en reden van wat dan ook.
Soms was de nieuwsgierigheid bevredigd, niet altijd.
Afhankelijk van opvoeder’s karakter hengelde men naar details. Die je niet naar behoren kon uitleggen want een kind kent zichzelf niet altijd, ook vroeger niet. Je wist nog niet  wat ze wilden horen.
Gelukkig waren er smoesjes.
Als katholiek had je die altijd in voorraad, dit in verband met de biecht die al vroeg werd behandeld zodat je er tijdig het nut van inzag.
‘Waarom stal je die koekjes?‘ Luid gefluister.
‘Ik had zo’n honger…’ Quasi zielig.

Ik dwaal weer af.
Maar ik ben weer en blog.
==

Advertenties

Oud geluk-nog ouder geluk→→→Adam+Eva begonnen er mee.

Van de week hoorde ik dit liedje.
Toen was geluk heel gewoon
En weer werd ik bevangen door een negatief gevoel.
Het zelfde heb ik met vergelijkbare nummers als Het Dorp
Waarom? Ik weet het niet maar ik vermoed dat het de vroeger-verheerlijking is die me tegenstaat.
Begrijp me niet verkeerd, we hadden het goed, beginjaren vijftig
De zaterdagavond leek enigszins op die van het liedje, eerst in de grote teil, er was iets lekkers bij de koffie, broer luisterde naar ‘Sprong in het Heelal’ en ik mocht meeluisteren al was ik jonger, terwijl de groten andere dingen deden, er werd gelachen. (Toen nog) zonder borrels. Het was knus.
Waarom dan die hekel? Misschien het kneuterige woordje ‘knus’?
Het stoort me ook als de tijd erna afgekraakt wordt.
Alsof we later allemaal plastic rozen hadden, onze kinderen nooit gelukkig waren, ze alleen maar in modderplassen zouden moeten zwemmen, op doorgegeven fietsen rijden.
En wat zeggen die weemoedigen als hùn vader opschept over zìjn jeugd?
‘Ja hoor, daar gaan we weer…’
‘Dat was vroeger…’
‘Je leeft in het verleden, opa…’
en…
Dat is het! Nu snap ik het.
Het moeten sprookjes zijn die doorgegeven worden zolang er mensen zijn.
En er zijn mensen die er in willen geloven en het op hùn beurt doorgeven.
Dat ik het niet eerder begreep.

ps Ik geloof niet in sprookjes.