Ze leefden nog lang en..

Vind je niet dat ik een raar linkeroor heb?
Verliefd knabbelt hij er aan.  -Om op te vreten.

Het valt echt op dat mijn ene wang groter is dan de ander.
Geërgerd kijkt hij op. -Doe niet zo raar, niemand kijkt naar je wangen.

Jij luistert nooit meer naar me, is mijn stem niet goed?
Verveeld slaat hij de ogen op. -Zeur dan ook niet.

Zeg eens eerlijk, word ik lelijk oud?
Stilte.
Je hoort me niet eens meer.
Snurk…
===========================
Het gaat niet goed met die keelpijn…
Ze troost. -Kom, dan kus ik het af.

Mijn gewicht stijgt, kun je gezonder koken?
-Nou zeg, eet dan wat minder.

Nieuw kapsel? Duur zeker?
Zucht. -Ja hoor.

Mijn baas begrijpt me niet.
-Wat zielig…

Die wasmand is te zwaar, denk aan mijn rug.
Stilte.
Luister je eigenlijk wel?
-Jahaah…
===

Buur Kat wordt te eigen

Hij doet net of hij thuis is. Dat doet hij overal.
Eigenlijk vind ik het wel lollig maar hij moet niet te bazig doen.
Ik houd er niet van als hij voor de koelkast zit en wijst. Commando’s tolereer ik niet.
Hij loert op mijn voordeur om binnen te komen, ongeduldig trappelend wenkt hij iedereen die voorbij loopt, fietst en rijdt, ‘schiet eens op!’
Vanmiddag kwam de kapster, ontdaan wees ze op Kat die tussen haar voeten meeschoof. Ze is bang is van katten in het algemeen en van Kat in het bijzonder.
Ik duwde hem, zijn protesten negerend, de achterdeur uit.
Opgelucht begond de kapster aan mijn haar maar werd opnieuw zenuwachtig van Kat die buiten voor het achterraam zat en naar binnen keek, uiterst misprijzend.
Zoiets doet hij nu altijd als hij zijn zin niet krijgt.
Vanavond liep hij weer met me mee en zette zich demonstratief naast de kelder. Ik negeerde hem.
Na een paar minuten mauwde hij. ‘Honger!’
‘Je hebt al worst gehad,’ riep ik terug.
Hij broedde op een antwoord en mauwde opnieuw. ‘Ik lust ook kaas,’
Toen tilde ik hem op en schrok van zijn gewicht. ‘Je wordt moddervet, je moet niet overal eten halen, schooibeest,’ maande ik en zette hem buiten.
‘Waar bemoei je je mee’  snauwde hij nog.
==