Insecten van nabij bekijken?

Nou nee,  ik ben zuinig op een goede nachtrust.
Bovendien herinner ik me beelden van een vlieg, vlo, luis en nog wat van dat gespuis. Sterk uitvergroot,  de bloeddorst droop zowat van de foto’s. Likkebaardend keken ze de kijkers aan en het  ìs dat het schoolboeken waren, ik had ze morsdood gescheurd.
Vooral de luis was huiveringwekkend. Jaren van wakker gelegen.
Tja, insecten zijn nodig, leerden we.
Ik begreep dat ze nuttig zijn en hun plaats hebben in biotopen (welke dan?) al zie je dat de natuur zich aldoor aanpast bij een teveel of teweinig van wat dan ook. Het zou me niet verbazen als de wereld bleef bestaan wanneer bijv. alle muggen uitstierven
HIER  lees je er een artikel over, voornamelijk mooi door de bloemfoto, de tekst is voer voor entomologen.
Misschien ook voor de lezer.
ps
ik heb er een klein vergrotinkje bij geplaatst.  Is nog net acceptabel.
==

Zomerse warmte is heel goed te verdragen. In de schaduw


Voorheen dacht ik het beter te weten.
Dat mijn vader en moeder kalmpjes onder de bomen zaten vond ik niks. ‘We doen alleen het hoognodige’ was hun devies. En ze hielden ook nog veel kleren aan.
Volgens mij moest het anders kunnen.

Hitte negeren leek me het beste maar dat bleek geen goed idee. Achter de stofzuiger lopen op soppende slippers is een onprettige manier van werken
Toen zette ik mijn voeten op een natte dweil en schuifelde zo door het huis. Koel en reinigt meteen de vloer, redeneerde ik. À la Pippi.
Het bleef heet.
In zwempak of bikini huishouden en tuinwerk doen. Pufpuf…
Veel ijswater drinken dan koel ik van binnen af, was een ander idee.
Niet dus, door het geren naar de wc kreeg ik het juist veel warmer en het transpireren liep finaal uit de hand, ik liep zowat in mijn eigen douchewater maar fris was het niet, ook niet toen ik me insmeerde met zeep.
Wonen in de koelkast viel tegen, zo krap.
Zucht, het werd moelijk om eigenwijs te blijven.
Het vijvertje waar ik zo vaak plezier van had is in bezit genomen door lotuswortels, waterjuffers, minilibelletjes en allerlei onduidelijk gespuis zodat ik er voor geen goud een stap in zet, wie weet hoeveel angels en tanden er aanwezig zijn.

Ik ging overstag.
Nu zit ik bij zomerse warmte op een koele plaats en bivakkeer daar zoveel mogelijk, daar schil ik de aardappelen of lees of speel met Internet.
Met een paar kleren aan.
In de schaduw.