Sparen met centen

Als kind deden we het, meestal in een dichtgeplakte Buismanbus. Centenwerk.
Ik spaarde tot ik dacht dat er genoeg inzat voor een zoute drop, een zakje zwartwit of een handje knikkers, alles voor vijf cent of een duppie.
Dan kon ik opnieuw beginnen.
Het gebruik verwaterde toen we groot genoeg waren voor zakgeld.

Jaren later zag ik dat mensen nog steeds spaarden in potjes en trommeltjes; de een hield het bij zilveren guldens, de ander bij wilhelmientjes, vijfjes, noem maar op.
Uit nostalgie wilde ik dat ook en wel op de oude manier: alleen kopergeld. Dat leek me het toppunt van tevredenheid, een spaarpot die ik deze keer wèl vol kreeg.
Van echtgenoots gegrinnik trok ik me niets aan (hij vond het bespottelijk), overal en in alle winkels wisselde ik om maar veel centen en stuivers binnen te halen en stopte ze in een mayonnaise-emmertje. Verdwaalde dubbeltjes mochten ook meedoen
Het werd een heleboel en het gerammel klonk me als popmuziek, als ik niet zo lang was zou ik er een duik in hebben genomen. Hoeveel centen zouden er wel in zitten?
Nieuwsgierigheid kreeg tenslotte de overhand, ik besloot te tellen.
Hooggespannen keerde ik de emmer om op de keukentafel, zette de leesbril op, en telde.
En telde. Hebberig en helemaal in trance.
Het werd stil in de huiskamer achter me, er werd voorzichtig gekucht door een paar gezinsleden. Het drong niet door.
Toen riep manlief, ‘Lukt het, Scrooge?’ ik keek op en hij klikte.
Tja.
De ban was voorgoed gebroken.

ps
fotootje is 20 jaar oud

Advertenties