Over selfies

Een redelijk fotootje, dat moest er komen.
Ik zette mijn zondagse gezicht op en nam ettelijke selfies, met cameraatje en tablet.
Elk resultaat was om te huilen dus begon ik opnieuw.
Controleerde of de make up voldoende was weggewassen, haar niet te plat, vriendelijker kijken.
Uiteindelijk had ik een uitgesproken jankgezicht met zenuwvlekken en stopte met de selfie-sessie.

Waarom ik zo nodig op de foto moet?
Nee, NIET om een vriend/man/vrijer te strikken al denk ik daar wel over na.
Iets semi-officieels.

Voorheen kon het me niets schelen hoe ik er uitzag op rijbewijs e.d. maar daar heb ik  genoeg van, van die rare afbeeldingen die overal op lijken behalve op mij. Ik weet nog dat ik rond mijn veerstigste een pasfoto liet maken en echtgenoot vroeg: hoe vind je dat mens? Hij hield met moeite zijn lachen in. Ik wrokte wraakzuchtig.
Tien jaar later had ik een nieuwe foto en vroeg opnieuw: hoe vind je haar?
Hij floot. Bewonderend. (hij had geluk, achter mijn rug hield ik een stiletto klaar).
Maar goed, mijn selfie dus.
Het moet een goeie worden, éénmaal wil ik vlammen al is het als zeventiger.
Het zal vanavond niet meer lukken, alle apparaten zijn leeg en er is nog maar 1 oplader operationeel.
Twee andere gaven de geest.
Die zijn zich dood geschrokken.
==

Boos weer


‘Het onweert…’ kwam ik binnenvliegen.
Echtgenoot keek op; ‘het is nog ver.’
‘Weet ik wel,  toch is het eng.’ Ik rilde.
‘Wat dondert het,’  probeerde hij. Ik kon er niet om lachen.
Nerveus liep ik de trap op naar een bovenraam, mijns ondanks gefascineerd door de aparte lichtval die onweersbuien met zich meebrengen.
Rrrrrrommmmm klonk het, plotseling vlakbij;  geschrokken rende ik weer naar beneden.
Naar de serre, stil blijven zitten is niet weggelegd voor een bangerd.
Een dikke wolk barstte open. Hoog-opspattende druppels, regennevels die van dak naar dak joegen deden me de camera grijpen maar door  een keiharde knal  trilden mijn handen teveel en opnieuw vluchtte ik, ditmaal naar de veilige huiskamer waar ik mijn man wist.
Mijn trooster,  held, veilige haven, mijn superman.
Die stoïcijns voor de  televisie bleef zitten.