verhaal

Nog jong

Als finishing touch zet ze een zwarte punt op haar linker wang. Het verhult precies een bruinrood vlekje onder het oog. Keurend bekijkt ze zichzelf; verstelt de lamp en beweegt de zijspiegels.
Ze knikt, het is goed.
Tevreden staat ze op en maakt een paar heupbewegingen voor de spiegel. Andermaal knikt ze. Niet meer zo piep maar nog steeds present.
n Beetje onrustig, met dat typische weekendgevoel van verwachting, ruimt ze de make up op en gaat aan de grote tafel zitten om de Uit-pagina te bekijken.
Hm. Film, film, optreden van de Townsingers, een rapper, niet bepaald wat ze zoekt.  Misschien in de plaatsen verderop; ze speurt naar een bekende naam. Hé, dat lijkt haar wel wat:
‘Joe the South sings country’ in de Hot Spot. Joe, een niet onaardige zanger met een nogal belegen voorkomen, populaire streekartiest. Natuurlijk, als hartenbreker is hij op zijn retour maar nog altijd hangen er veel vrouwen rond zijn kleedkamer wanneer hij optreedt.
Zelf doet ze daar niet aan mee; het is een te grote afgang zijn geverfde zwarte haar van dichtbij te zien, de te bruine huid. Maar van een afstand en op geshopte foto’s is hij redelijk attractief.
Ze denkt even na en belt.
‘ Hééj Maries, hoi, met mij. Zeg, ga je mee naar de Hot Spot? Joe zingt er.’
Ze luistert. Haar gezicht betrekt. ‘ Wat? Dat meen je niet… nee joh, daar zijn we helemáál niet te oud voor…trouwens, heb je Joe wel eens van dichtbij gezien?’
‘Geen zin?
Hè wat jammer nou. Goed, dan vraag ik Dinette wel. Groetjes.’
Die Maries, ze is moe en de kat kan niet alleen blijven, allemaal rotsmoesjes. Pfft.
Volgende nummer. Tweede keus, maar ja.
‘…met het antwoordapparaat van Dieneke en Johan, spreek…’ Barst. Nijdig sluit ze af.
Verrekte Dinette, weer helemaal terug in de tijd. ‘Dieneke en Johan’, bespottelijk, een geboren dorpsstelletje. Neerbuigend trekt ze de mondhoeken neer.
Wie kan ze nog vragen? Ze is niet van plan om wéér een zaterdag voor de buis te zitten. Ze bekijkt het telefoonboek. Met broer Helm dan maar?
Nee, besluit ze, niet weer, zo zielig als je niemand kan krijgen. Deze keer zoekt ze net zo lang tot ze iemand vindt, desnoods gaat ze met Lonneke al is dat een eersteklas mannengek.
‘Jantien? Nee? Jammer’
‘Heleen? Hond ziek? Oké, ik weet genoeg’   Bitch!
‘Marjolina, heb jij zin om….? O sorry Lien, dat wist ik niet. Vertel het me morgen bij de koffie, oké?’ Zozo, Marjo wil weer Lien genoemd worden. Alweer een vriendin die haar jeugd kwijtraakt. Zo oud zijn ze toch niet?
Ze kijkt op de klok. Verdorie, dadelijk is het te laat.
Ze slikt en belt: ‘Hai Lonneke, ga je mee naar de Hot Spot? Nee lieverd , spijkerbroek is genoeg, alleen Joe treedt op. Ik kom er zo aan.’
Een avondje met Lonneke, de enige die nog wil stappen al is het maar om een man te versieren..
Ze weigert na te denken.
Ze strijkt haar bandplooibroek glad, schikt wat aan de verhullende halsketting.
In een moment van reflectie ziet ze zichzelf en staart naar haar spiegelbeeld, naar het wanhopig geblondeerde haar, de nauwelijks te camoufleren lijntjes die haaks op haar bovenlip staan. De bleke maar zwartgemaakte randjes om haar ogen.  Dan recht ze haar rug.
Kom op, ze gaat genieten. Nu is ze nog jong.

© Bertie

koningsdag

Koningsdag

Heeft iedereen al iets van oranje in huis? Vlaggetje, mandarijntje?
Nee? Ik ook niet.
Nooit aan mee gedaan behalve toen de kinderen klein waren en dan was het door de school ingegeven dus hoefde ik me er niet mee te bemoeien.
Zover als echtgenoot ging ik niet (‘bespottelijk gedoe, zielige verering, opvreters’) maar aanmoedigen deed ik het gedoe niet
Het defilé in Soestdijk zag ik ook nooit. Dat vond ik pas ècht een vertoning, mensen die daar  liepen om cadeaus of hulde te brengen. Dan had je iets meegemaakt, het leek op een bedevaart: ‘Zijn jullie al naar Soestdijk geweest?’
We hadden trouwens geen televisie.

Enfin, dat is geweest.
Beatrix gaf een modernere invulling aan koninginnedag, koning WA gaat er mee door. De plaatsen die dat moeten ontgelden daargelaten is het voor de rest van het land een aangename feestdag die gemeenstebesturen helemaal zelf mogen invullen. Mooi meegenomen.
Thuisblijvers kijken televisie om de dameskleding te bekijken, te analyseren en te bekritiseren. Of de meelopende familie neer te sabelen.

Maar ik ken er ook die kijken om oprecht te genieten van het voorbeeldige gezin met de vlotte neven, die altijd bereid zijn met het volk te praten en te selfiën. Net gewone mensen
Deze liefhebbers vergoeilijken alles, ook de kosten die een gemeente moet maken. ‘Het hof betaalt mee ,’ roepen ze dan, ‘en een president is net zo duur’.
Misschien is dat wel zo. Ik weet het niet.
In sprookjes geloven, ach, een goedaardige drug.
Dan kan ik het niet over mijn hart verkrijgen om hun idolen af te kraken. Je neemt een kind ook zijn speelgoed niet af.
==

versje

Lekker dagje


‘Kom naar buiten beste mensen
ik heb vandaag de zon besteld
laat het werk nu even zitten
denk es effe niet aan geld
kom van blauwe lucht genieten
laat je plichten nu maar schieten
neem de fles met zonnebruin
strijk je vel totdat hij glanst
zet een stoel op stoep of tuin
zie de hommel die daar danst’

Zo riep de zonnedag ons op
en ik deed het.
Het was top.
=

rommelmarkt

Mooi marktweer

Het wordt vandaag een uitzinig mooie dag, hoorde ik iemand zeggen.
We zijn benieuwd.
Het plan is een bezoek te brengen aan een fancy fair in Grave. Een mooi stadje, sfeervol.
Ik verwacht ook sfeervolle rommel, we zullen zien.
Ze hebben er oergezellige bruine café’s en terrasjes maar die zullen wel vroeg bezet zijn, dat heb je altijd in een toeristisch stadje.
Drukte dus.
En een lange dag.
Tot vanavond, we gaan er uitzinnig van genieten. (hoop ik)

vrouw

Huisvrouw jaren ’70

– Bij het allereerste voorjaarszonnetje nam ik het ervan.
‘Van het mooie weer moet je profiteren,’ zette een relaxstoel in de zon en profiteerde.
– In de eerste zomerdagen nam ik het er ook van.
‘Nù bijkleuren, de was kan morgen nog.’  Wederom zat ik in de relaxstoel en bruinde.
– Met zachte herfstdagen nam ik het er opnieuw van.
‘Zalig herfstweer, we gaan genieten. Morgen is het misschien afgelopen.’ De relaxstoel wachtte geduldig.
Trof je iemand dan was het meestal: ‘laten we buiten zitten, nu is het mooi weer.’
Soms duurde een zomerse zonperiode langer, dat voelde als een extra vakantie en leefde ik buiten.
Zoals de meeste vrouwen die ik kende. Baantjes in deeltijd waren er nog niet en creches ook niet veel.
Genieten dan maar.

Als we met het huidige klimaat in die positie zaten zouden we waarschijnlijk buiten slapen, afwassen, douchen en zelfs onze babies baren in de relaxstoel.
==

klein nieuws

Weerpraatje

Er waren tijden dat we, voor zover dit mogelijk was, de boel de boel lieten of een snipperdag opnamen om naar buiten te gaan op mooie dagen.
Strand, zwembad, slootkant, teil, terras, whatever want het was:
mooi weer, daar gaan we van profiteren
eindelijk droog
de eerste zomerdag
een zalige zon
morgen regent het
enzovoorts.
Er kwamen wel zomers voor met langdurige droogtes en zon maar ze waren niet standaard.
Nu begint het daar op te lijken.
Elk voorjaar biedt nu meerdere  zomerse dagen, je ziet vaker palmboompjes in tuinen, warme jassen hangen antiek te worden en wanneer kochten we nog winterlaarsjes?
Nu is het:  koel vandaag dus
met de kinderen op pad
garage/kelder/vliering opruimen
fietsen

een dagje genieten
morgen is het weer warm enzovoorts.
Het is mogelijk dat ik me dit verbeeld, beïnvloed door de klimaatnieuwtjes. Ik denk het niet.
Misschien kan Trump het uitleggen.☻

versje

Fietsvers

We waren op de fiets gesprongen
want we voelden ons gedwongen
van de winter te genieten
dus we reesten door de straten
-het verkeer in alle staten-
toen het plots begon te gieten.

Nondedju wat ’n gedonder
éven leek het ons gezonder
af te stappen bij een kroeg
en een neutje in te nemen
bij de barjuffrouw wat flemen.
Helaas, het plichtsgevoel dat joeg.

Ergo, we trapten ons te pletter
bliksem flitste met geknetter
sportgevoelen sloeg op tilt
nooit hadden we zo luid geklaagd
in regen die zo sterk gevlaagd
ons lijf onwinters heeft verkild.

© Bertjens