mist·vermoord

Mist voorspeld


Dat het opletten is in het verkeer weet iedereen.
Waar we niet zo gauw bij stil staan is dat het ook in andere opzichten gevaarlijk is. Dat besefte ik toen ik verdwaalde op een weg van maar een paar kilometer.
De afstand was me overbekend want duizend keer befietst maar toen de mist ineens in een dikke wolk veranderde had ik  geen ander hulpmiddel dan de rand van het fietspad waardoor ik geen notie had waar ik me bevond. Niet alleen het zicht verdween, ook het geluid evenals tijd- en richtinggevoel.
Af en toe stopte ik om een idee te krijgen van de omgeving, durfde  nauwelijks een stap te verzetten door plotselinge opdoemende autolichten.
Het ergste was de opkomende gedachte aan de onopgeloste moord van een paar dagen geleden in een naburig dorp, het drong tot me door dat een onverlaat me makkelijk kon benaderen, niemand die het zou horen en zien.
Ik was panisch en zag mezelf gewurgd, gekeeld, onthoofd en leegbloedend naast mijn fiets liggen. Wat moet ik nou, huilde ik.
Ik durfde niet verder.
Toen trok de nevel langzaam op en herkende ik de weg weer.
Pffff.
Ik maak er grappen over maar feit is dat je in dikke mist volkomen onbeschermd bent, je wordt vermoord waar je bij staat.
Ga liever met de auto.  Beter: blijf lekker thuis. ==

insecten

Reuzenwesp of hoornaar?

‘Hoor je dat vreemde geluid? Zeker een nieuw soort helicopter.’ Kennis keek op.
We gingen naar buiten maar zagen niets en hoorden ook niets meer.
Weer binnengekomen vloog het vreemde geluid ons om de oren. We schrokken.
‘Tjeuss, dat moet een libel zijn, wacht, ik stuur hem naar buiten.’
Zwaaiend met een krant tikte hij het geval aan dat haastig de keuken in dook en zich verschool achter de de radiator.
Geschrokken keken we hem na. Het was geen libel maar een bovenmaatse wesp. Een hoornaar, denk ik.
We vonden hem niet meer en hoopten er het beste van.
Het zat me niet lekker. Van de meeste steekbeesten ben ik niet erg bang maar dit gevaarte vond ik eng, zo fors en luidruchtig, zal hij ook wel een groot ego hebben.
In sluipgang door de keuken en vooral niet kuchen of zoiets leek me het veilgst.
Het was onnodig. Plotseling liet hij een korte en zeer luide zoem horen en viel voorgoed stil.
We zochten en vonden hem op een schoteltje in de gootsteen. Gekrompen want kromgetrokken alsof hij buikpijn had, wie weet?
Voor de foto probeerden we hem recht te trekken.
Het lukte niet, hij hield zijn poot stijf. De andere vijf  ook trouwens.
We rouwden niet.

luchtverkeer

In de zwevende hemel

Bij het zien van de plaatjes dacht ik er weer aan.
Met zo’n zweefstoel de lucht in, dat zag er heerlijk uit.

Vaak hoorden we in de omgeving een paraglider ronken, altijd op dezelfde plek. Dan stapten we van de fiets en stonden watertandend te kijken.
Wat moet dat een ontspannende manier van voortbewegen zijn.
Niet alleen het kalme gemak waarmee hij rond ging en soms bleef hangen was aantrekkelijk, ook het geluid was goed, als een gelijkmatig pruttelende brommer. Hier zal onze herinnering aan vroeger meegespeeld hebben. En de afstand, voor de vlieger zelf was er wellicht veel lawaai.
We stelden ons een tweepersoonsglider voor met een voetenbankje, extra nekkussens, ingebouwde koffievoorziening en vooruit, pilsje tussen ons in. Handje vasthouden en zo. Brandstof tot de zee en terug.
Het leek ons de ultieme hobby maar het is er nooit van gekomen.
Gelukkig hadden we die kussens en dat pilsje thuis ook, dat troostte.