Oud geluk-nog ouder geluk→→→Adam+Eva begonnen er mee.

Van de week hoorde ik dit liedje.
Toen was geluk heel gewoon
En weer werd ik bevangen door een negatief gevoel.
Het zelfde heb ik met vergelijkbare nummers als Het Dorp
Waarom? Ik weet het niet maar ik vermoed dat het de vroeger-verheerlijking is die me tegenstaat.
Begrijp me niet verkeerd, we hadden het goed, beginjaren vijftig
De zaterdagavond leek enigszins op die van het liedje, eerst in de grote teil, er was iets lekkers bij de koffie, broer luisterde naar ‘Sprong in het Heelal’ en ik mocht meeluisteren al was ik jonger, terwijl de groten andere dingen deden, er werd gelachen. (Toen nog) zonder borrels. Het was knus.
Waarom dan die hekel? Misschien het kneuterige woordje ‘knus’?
Het stoort me ook als de tijd erna afgekraakt wordt.
Alsof we later allemaal plastic rozen hadden, onze kinderen nooit gelukkig waren, ze alleen maar in modderplassen zouden moeten zwemmen, op doorgegeven fietsen rijden.
En wat zeggen die weemoedigen als hùn vader opschept over zìjn jeugd?
‘Ja hoor, daar gaan we weer…’
‘Dat was vroeger…’
‘Je leeft in het verleden, opa…’
en…
Dat is het! Nu snap ik het.
Het moeten sprookjes zijn die doorgegeven worden zolang er mensen zijn.
En er zijn mensen die er in willen geloven en het op hùn beurt doorgeven.
Dat ik het niet eerder begreep.

ps Ik geloof niet in sprookjes.

Hoog water, herinnering.

Na de eerste zomer in Brabant dachten we de Maas te kennen.
Stijgend water hadden we nog niet meegemaakt, wel hoorden we verhalen over  Beerse Overlaat
Die bestond niet meer maar we begrepen dat de uiterwaarden nog regelmatig volliepen.
We geloofden het een beetje, zonder beelden  was het lastig dit voor je te zien.
Toen werd het winter en voor ons huis zagen we plasjes Maaswater op de weilanden. Het deed ons denken aan drassige weilanden, die kenden we.

Tot we op een ochtend wakker werden en op een enorme Maas uitkeken die aan beide zijden uitgedijd was tot bijna aan de voet van de dijken.
Echt, we wisten niet wat we zagen.
Dit hadden we niet verwacht, een water zo indrukwekkend, mede door de stroming. Paaltjes en bovenstukken van bakenbomen, hier en daar een randje prikkeldraad met flarden van plastic (ook toen al!), de pont die opgetrokken lag op een veilige plek.  Vele meters hoger.
We werden er stil van, het was niet te vergelijken met het ijsbrekertje in een bevroren Zaan.
Nu geloofden we het.

Foto’s zijn van Pixabay maar geven een redelijk beeld. filmpje  is van voor mijn tijd, begint op 30 seconden.