religie

Over godsdienst

In een oud (katholiek) kerkboek las ik een vermaning van Paulus:
U bent nu bekeerd,  laat U zich niet meer leiden door de stomme afgoden, met een uitleg over het verschil tussen deze en de ware god.  Inwendig lachte ik erom, het leek op neringnijd en misschien was het dat ook.
Voorheen hadden we het vaker over deze en andere geloofszaken, al of niet serieus.
Over waarden en invloeden van religie. De grens die haast niet te trekken viel tussen kerkfatsoen en gewoon burgermansnetheid.
Opgegroeid zijnde tussen diverse kerken zagen we overeenkomsten en verschillen. En de dominante aanwezigheid van het geloof op onze eigen katholieke school.
Maar wat we ook opnoemden, we ontkwamen niet aan herinneringen, om de voorgeschreven handelingen kun je nog met ironie spreken maar bijbelse opvattingen raak je niet kwijt.  Geboden bijvoorbeeld. De symboliek van het vasten, in meerdere kringen gebruikelijk.  En meer.
Over atheïsme en agnosticisme spraken we natuurlijk en de redenen hiervoor, maar ook het aanhangen van die gedachten kon niet uitwissen: we waren katholiek. Of gereformeerd. Of wat dan ook.
Je raakt het geloof gewoon niet kwijt.
Soms vrees ik daarvoor.
Dat ik in een vlaag van verstandsverbijstering een heilig leven wil leiden in een klooster. Zo’n strenge orde waarbij je niet mag praten achter een voordeur met tralies.
Grote lappen wasgoed uitwringen. En ik daar maar heilig wezen op mijn oude dag.
God bewaar me!
=
anoniem·pastoor

Anoniem?

De envelop voor Goede Doelen lag op de mat. Je kunt geven wat je wilt en zelf bepalen aan wie, alles anoniem.
Prompt dacht ik terug aan een smakelijk -of onsmakelijk, oordeel zelf- voorval.

Ongeveer 35 jaar geleden kwam ik bij een  man die behoorlijk kwaad was. Hij wees naar de tafel waarop zijn  portemonnee lag, een hoopje kleingeld, lichtbruin papieren zakje en de telefoon.
‘Kijk, vrouwke B,’  begon hij, ‘die uitgekookte pastoor, om zogenaamde anonieme giften bedelen maar wel willen weten  hoeveel iedereen geeft.’ Hij hield het envelopje op en wees. Inderdaad stond er op de binnenflap, klein maar duidelijk leesbaar, een nummer. ‘Slimme pastoor,’ reageerde ik.
‘Hij heeft een lijst met nummers en namen, de smeerlap, ik vroeg het aan P. Die wist het al lang, onze pastoor is op de centen, zei hij.’
Verbolgen rommelde hij door het kleingeld. ‘Ik zal hem vatten, hij krijgt alleen centen en stuivers.’
Al met al was het niet veel meer dan een gulden aan kopergeld, ik legde er ook wat bij zodat er ongeveer fl 1.50 in het zakje terecht kwam. Het getal kraste hij door.
‘Dat zal hem tegenvallen’. Wraakzuchtig draaide hij er een dubbel strak plakbandje omheen.
Graag had ik de ontknoping meegemaakt. Het zat er niet in, de man overleed. Misschien gaf de pastoor hem  van die anderhalve gulden een extra gebed mee.
==
Al eerder ondervonden we dat de pastoor in een klein plaatsje de baas was maar in de jaren tachtig verwachtte je het niet meer.
Later hoorde ik vaker van genummerde ‘anonieme’ zakjes, het zal in meer armere  parochies en gemeentes zijn voorgekomen.
Maar ach, ik geloofde toch al niet meer.
=
Ter verduidelijking:
Het goede Doelenfonds is wèl anoniem.
=====

religie

Ieders god

De kerkdeur staat open, er klinkt een orgel, voetstappen en gefluister.
Het wordt een dodendienst, de klokken luiden.
Een buurtgenoot ziet me, knikt en loopt haastig naar binnen, bekend met mijn scepsis.
Wat, vraag ik me af, moet de dode hier mee? Diens geest is toch al vervlogen.
En de achterblijvende?
Men zegt dat vertrouwde ceremonies troostend werken, een van de sterkste speerpunten van het geloof.
Ieder zijn meug, mij hielp het geen bal en een paar andere mensen die ik ken ook niet.
Ze werden hoogstens een paar uur afgeleid dan wel misleid.
We zijn dan ook niet gelovig.

Een nieuwe god bedenken, dat lijkt me wel wat. Een androgyn figuur, een blanco model dat tevens alle uiterlijkheden aanneemt die ieder afzonderlijk mens wil zien in een god.   Ik vind geen passend exemplaar.
Trouwens, welke religieuze diensten zou ik erbij moeten bedenken, alle gebaren bestaan al.
En dan nog, de een bidt met liefde voor een grootmoederlijke, de ander strekt zijn armen uit naar een sexy bloot beeld. Waarschijnlijk zou mijn buurjongetje god zien als zijn lievelingskonijn en aan wie zouden nonnen hun ziel verkopen?
Moeilijk uit te werken.
Hoogstens als virtuele religie.
Mijn verzin-zin ebt weg, dit is er immers al lang?
Vroeger noemde men het duivelswerk of gevaarlijke fantasieën, pornografie, afgoderij maar nieuw is het niet.


In de supermarkt bepaal ik me tot de boodschappenlijst.
Ik loop langs de bakkersafdeling.
En zie..
… oh  mijn god, die mokkaschnitt..
==

bloemen

Tricolore

Nostalgie kan je geheugen behoorlijk parten spelen.
Feiten worden mooier gemaakt, gebeurtenissen overdreven, iedereen herkent dat.
Toch herinnerde ik me een plant met verschillende bloemen uit één stam.
Na wat zoekwerk vond ik de foto terug.
En geloof het nu zelf ook niet meer.

jaar van

2018 is het jaar van de hond

Het volgende zou van toepassing zijn, aldus wikipedia

In de Chinese astrologie worden de volgende karaktereigenschappen toegekend aan mensen die in het jaar van de hond geboren zijn: trouw, loyaal, open, eerlijk, ijverig, direct, opmerkzaam, zorgzaam, verdraagzaam en de kampioen van het goede doel, maar ook cynisch en pessimistisch. Meer een soort heilige.

Mijn geboortedag viel in een hondjaar, het kan ook een honds jaar geweest zijn.
Toen ik nog klein was schreef ik mezelf de meeste van genoemde eigenschappen toe, helaas viel ik herhaaldelijk door de mand.
Ik verraadde een buurmeisje, verloochende een vriendinnetje, was achterbaks tegen klasgenootjes, was lui op school en verwaarloosde kat, hond, kippen en de geit.
Biechten hielp niet meer waarna ik van mijn geloof viel.
Dat luchtte op.
Maar die vele deugden heb ik nog steeds niet.
Het moet een Jaar van de Rothond zijn geweest.

versje

Als kind…

…schreef ik een boek
een heel dik boek
van minstens zestien vellen;
over Moortje onze kat
van ouders als een rechtend pad
en liefderijke zusmodellen.
Ook de school kwam aan de beurt
uiteraard in roz’ gekleurd
dan de kerk met god en hemel,
zaligzinnelijk gefemel
van engelen die braafheid kweelden
zoet als bloemen.  Woorden streelden
en penseelden
zacht mijn kinderlijk geloof
voor realisme was ik doof.
Gehoorzaam schreef ik mijn verhaal.
Een kind is willig materiaal.
© Decomenik
versje

Alle mensen gelijk?

Toen ik dit ↓ schreef was ik er nog van overtuigd dat het goed zou komen.
==
Het maakt niet uit hoe oud je bent
van welke kleur
of fundament
geloof
of stand
-dat heb je zelf niet in de hand-
het is de liefde, wereldwijd,
die mensen
ondanks eenzaamheid
een reden geeft
om door te gaan.
Dat is de grond van ons bestaan.

©

gesprek

Goed gesprek.

Pa, ik ga in vastgoed.
– Jongen toch, we hebben je netjes opgevoed…
Is dat zo? Dan maar in de politiek, lijkt me ook wel wat.
Toe joh, nu hebben we nog een goede naam…
Oké, wat vind je dan van bee-enner?
Waarom zou je dat doen zoon, je bent toch redelijk intelligent?
Ja zeg, dat wordt wel moeilijk. Het geloof dan maar?
In godsnaam, blijf alsjeblieft op het rechte pad!
Nou eh, dat schiet niet op; ik denk dat ik maar Niks wordt.
Geweldig, nu kun je alle kanten op.
Wat maak je ons hier blij mee, dankjewel mijn jongen.

stilzitten

Stilzitten

Kom, dacht ik, wederom na de lunch, laat ik eens een middagje niet bewegen, dat schijnt met deze warmte gezonder te zijn voor hart, bloedvaten, hersenen, loopneuzen en kunstgebit en nog veel meer.
Vroeger was ik daar erg goed in, in stilzitten; menigmaal dacht de visite dat ik een setje vormde met het Mariabeeld terwijl ik alleen maar Arendsoog zat te lezen.
Nu heb ik geen Mariabeeld, ook geen Arendsoog trouwens. Het enige aanwezige beeld is een zilverkleurige bolle boeddha, probeer daar maar eens mee samen te gaan. Je zou denken dat hij mijn kleine broertje was.
Niettemin ondernam ik een poging,  ik geloofde er in.
Het viel niet mee.
Het geloof  zat te diep,  ik zat stil tot ik verstijfd was en een therapeut moest roepen om benen, rug en de rest recht te trekken.  Het hielp ook niet tegen de hitte, de tropen bleven gewoon hangen.
Ik kan het niet aanbevelen, dit advies en het geloof nog minder.
Morgen spring ik weer op de fiets.  Nou ja, springen…