Ganzentrek

Luid gakkend vlogen ze rondjes.
We zwaaiden naar ze, wezen naar het noorden, dan naar het zuiden, ze trokken zich niets van ons aan.
Ik weet dat een groep naar het noorden gaat en andere soorten in West-Europa blijven of een paar kilometers verderop gaan wonen, maar niet welke dat zijn.
Ze wisten het zelf ook niet.
Hun geruzie klonk schel.
‘HIERRRR blijven’ riep er een naar een paar uitbrekers.
‘Bekijk het, we maken een nieuwe V’ was het antwoord, ‘we willen niet bij jullie.’
De rest bemoeide zich ermee, alles vloog door elkaar.
Andere vogels streken er nieuwsgierig omheen, er werd gelachen, getjilpt, gekrijst, gekrast, het werd een pan van jewelste.
Wij stonden op de grond en keken ernaar.
Door de wanordelijkheden werd het al moeilijker de diverse soorten te onderscheiden.
Tja, als ze zichzelf al niet uit elkaar kunnen houden hoe moet ik het dan weten?
Domme gansjes, zou je haast denken, net mensen.
Enfin.
Na langdurige bekvechterij kwamen ze tot overeenkomst en formeerden ze zich op de juiste manier.
Soort bij soort.

Advertenties

Over smoezen


Daarvan zijn er vele en iedereen maakt er wel eens gebruik van.
Kleine kinderen zijn er goed in, met een stalen gezicht verzinnen ze ter plekke een leugentje om ‘wandaden’ te verbloemen, om aandacht te krijgen of omdat ze zich zielig vinden..
Bijna alle vaders, moeders en andere opvoeders zullen dit herkennen.
Als ouder heb je soms ook een smoes nodig.  Sinterklaastijd, slecht-volk-waarschuwingen, bijvoorbeeld . Daarbij is het belangrijk  een heel goede te verzinnen om niet verdoemd te worden wanneer de kinderen achter ‘de waarheid’ komen.
Op school hadden de meeste smoezen betrekking op te laat komen,  in de brugklas in Zaandijk werd gewoonlijk verwezen naar ‘de brug stond open’ en bij nietgemaakt huiswerk was het ‘geen tijd wegens te lang wachten voor de brug’.
Strafwerk volgde steevast; er waren daar zoveel bruggen dat je er rekening mee diende te houden. Dan was er nog  ‘fiets kapot’,  ‘bus/trein te laat’ en één keer zei een  jongen: ‘de meid heeft me niet geroepen’.  Grote hilariteit in de klas, temeer toen bleek dat er inderdaad van een dienstmeisje sprake was.  
Eenmaal beland in Oost-Brabant kon ik niet met openstaande bruggen aankomen, hoogstens was het druk op de weg tijdens de bietencampagne.  Maïs- gladiolen- groente- en aardappelrooi telden absoluut niet mee,  daarop kwam dezelfde reactie als die in Zaandijk: dit is geen excuus
Doordat ik intussen gegroeid was tot een principiëel niet-liegend pubertje,  zei ik gewoon de waarheid  toen ik eens  -voor de hele klas natuurlijk- op het matje geroepen werd: ‘we zaten zo gezellig na het eten’.  Stoïcijns onderging ik het gelach.   Toch verbaasd, dit was wat het was en nu werd ik niet geloofd.
Een goeie smoes was wijzer geweest.
In de jaren erna ging het om een heel ander soort smoezen. Daarover later.