Het knerste

Een paar weken geleden klonk een zacht maar onmiskenbaar krrr-geluid in het achtertuintje, dat tegen de avond ophield.
Het bleef aan de gang. Zodra ik terugkwam van weggeweest overviel het me meer, luider en luider.
Houtworm? Verroeste spijkers in de schutting? Een zaagvis in de vijver?
De buren durfde ik niet te vragen of zij het ook hoorden, ze zouden me misschien voor gek verklaren: pardon? een tuin die kraakt??
Maar op een dag, toen ik het geheel overzag en het witte bosje gewaar werd  begreep ik het ineens.
De scharnierbloemen… ocharme, ik had ze vergeten te smeren voor ze uitkwamen.
-=

Advertenties

Versje uit de lucht gegrepen

Men hoort een vreselijk gerucht
er zwerft een bende in de lucht.
Nimbussen met kwaaie koppen
zullen oceanen droppen
gekners der tanden zal weerklinken
tot ze in het diep verdrinken
lage landen vallen dood
ondanks ervaren watersnood
en….
Cirrocu luistert en hij lacht,
‘dit is heel verkeerd gedacht
tis dom geklets, tis glad niet waar
het duurt nog minstens
dertien jaar.’
(Dat hij slecht in rekenen is
heeft hier geen betekenis).
==
© Bertie/Bertjens