Dat was de zaterdag en halve zondag

De fancy fair bleek een interne aangelegenheid maar daarom niet minder aardig. En lachwekkend goedkoop.
Met de handen vol boeken en nog wat rommeltjes stopte ik met neuzen en kocht er een tas bij, één euro voor een stevige tas is een prima koop.
De beste terrassen waar we naderhand aan toe waren zaten propvol, we trokken naar de volgende plaats en kwamen terecht bij het terras van de toekan. (Niet dat van het plaatje)
Jongens wat was het heerlijk.
Ruim van plek, zalige zomerwarmte,groot zonnescherm en af en toe een briesje dat bijna zwoel aanvoelde (we dronken echt alleen limonade).
Dan wil je niet naar huis en dat deden we ook niet.
Nog wat drinken, beetje eten. Beetje veel, eerlijk gezged.De laatste happen gingen in slow motion.
Koffie, nog even door de dorpen rijden en toen ik thuis was en de aankopen bekeek viel ik boven de nieuwe oude boeken in slaap en werd wakker bij de winst van Nederland op Duitsland. Een verrassend ontwaken.
Toen ben ik naar bed gegaan waar ik verder sliep. Wat wil je ook, rozig van de zon en een buik vol.
Onverwachtse bijkomstigheid: de gezichten waren bijgekleurd. Niet veel,  net zichtbaar.
In oktober…
Zo’n reservezomertje, ik mag dat wel.
==

Advertenties

Iets kinderachtigs

In een weiniggebruikte lade kwam ik een stapel gekleurd schrijfpapier tegen. Groen, rood, geel, oranje.
Hoe kwam ik er toe dat te kopen?

Het was iets kinderachtigs.
Vroeger vergaapte ik me in de kantoorboekhandel aan al dat prachtigs.
Pennen, cahiers met harde kaften, supertekenblocs, paperclips in kleur, noem maar op en dan nog de nevenartikelen als agenda’s, almanakken, kalenders, dagboeken. Zelfs ruitjesrekenschriften vond ik mooi.
Kopen kon natuurlijk niet.
Tot ik aan het schrijven begon.
In die tijd typte ik op een gewone Adler. Om de voorraad romans in wording, vervolgverhalen, familiekroniekenen wat dies meer zij van elkaar te onderscheiden kocht ik verschillende kleuren typepapier. Handig bij het rangschikken, hield ik mezelf voor.
Ook vond ik de kleurtjes beter passen bij de soorten verhalen, rood voor spanning, blauw voor iets luchtigs.
Dat was de tweede smoes.
De echte waarheid was die herinnering aan de boekhandel.
Prullaria hoefde ik niet maar dat gekleurde papier wèl. Extra kladblocs. Notitieboekjes. Reservepennen. Kwaliteitspotloden. Puntenslijpers. Allemaal nuttig voor mijn hobby.
Enfin.
Ik groeide er overheen en dat werd tijd ook, wil ik mijn voorraad papier en schrijfgerei opkrijgen mag ik wel driehonderd worden.
De verhalen gingen naar het oudpapier maar pennen en papier weggooien? Nee…
Veel gaf ik weg, de rest zal bij de erfstukken terechtkomen. En worden waarschijnlijk alsnog nij het grof vuil gezet.
Toch kwamen we als kind niets tekort, er waren altijd voldoende schrijf- kleur- en tekenvoorzieningen in huis. Verf, ecoline, kleurpotloden, krijtjes.
Waarom dan die hang naar meer? Op ander gebied was ik niet zo hebzuchtig.
Wie het weet mag het zeggen.