Nog even…

…over de serie zussen  die mij te grote oren toeschreven.
Dat was echt oneerlijk van ze, ik deed serieus mijn best om net te doen alsof ik niet luisterde. Sterker: ik hóórde ze zogenaamd  niet eens.
Ze liepen er niet in.
Maar jé, ik kon het niet helpen dat ze  telkens in mijn buurt zaten wanneer er iets geheims langs kwam.
Speelde ik stiekem (was eigenlijk verboden) op de hooiberg: stonden zij aan de achterkant te kletsen.
Jatte ik peertjes: hingen zij onder de boom te smoezen.
Zat ik stilletjes onder de tafel: zaten zij aan de thee hun geheimen te bespreken.
Uiteraard dachten ze dat ik dat met opzet deed, ze verwachtten niets anders van een nieuwsgierig kind. Zo zijn grote zussen. Broers ook, trouwens.
Dus hoorde ik onveranderlijk woorden als  ‘Ga verderop spelen, oud wijf.’ ‘Schiet op, ga maar naar buiten.’  ‘Moet jij nog niet slapen?‘  En meer van dat.

Het is maar goed dat ze ook mijn haren wasten, krulspelden indraaiden en met zorg de krullen uitkamden, dat hield de trauma’s tegen.
En voelde goed.
Héél goed.
==

Advertenties

Een van mijn geheimen. Tot nu.

Lachen om kindermoppen.
Doorgaans ben ik niet zo mopachtig al kan ik een goede verteller wel waarderen.
Een heel, héél af en toe zit er een mooie bak tussen.
Maar geef me een kindermoppenboek in handen en ik lach me tranen. Er staan er nog steeds een paar in de boekenkast, ik kan er niet van scheiden. Ze staan stof te vangen want niemand kijkt er in behalve ikzelf met afdoen.
Ook op een paar humorstrips val ik.
Flippie Flink – Familie Doorzon – Dirkjan – Guust Flater – Freud, ze kunnen me er voor wakker maken.
Met de Doorzon maakte ik ooit een blunder. Als surprise gekocht en ingepakt voor een van de jongsten (hooguit 12) had ik per ongeluk een Goorzon gekocht. De hilariteit was groot, vooral bij de ouderen, deze pakjesavond was buitengewoon geslaagd.
=
Nog even twee mopjes uit een van de kinderbundels.
Sla ze gerust over, ik lach voor tien.

Dom blondje loopt langs een koe. ‘BOE,’ zegt het beest.
Zij: ‘Doe niet zo gek, ik had je allang gezien.’

De patient is zeer ziek, dokter durft niet te vertellen dat het bijna afloopt.
Hij raadt tenslotte modderbaden aan.
‘Helpt dat?’ vraagt de zieke.
‘Nou, dan kunt U vast aan de grond wennen.’
===