Een soort migraine..

…waarvan ik nog nooit had gehoord.
Toen ik het voor het eerst meemaakte (ongeveer 25 jr geleden) wist ik niet wat me overkwam.
Het was een vrij heftige aanval, zonder hoofdpijn maar het zicht was ellendig. Alsof je een tekst in stukken knipt en de delen verschuift. Vlekkerig en met flitsen.
In plaats van hoofdpijn was er een unheimisch gevoel, zweverig en naar. Beetje beangstigend. Misschien een tia?
Ik ga dood, was mijn gedachte, ik ga alvast op de bank liggen.
Dat hielp. Het zakte na een paar uur en ik ging verder met de dag.

Ik dubte. Echtgenoot inlichten? Die zou me subiet naar de eerste hulp brengen en onderzoeken eisen. Gedoe.
Dus zei ik niets.
Na een paar aanvallen ging het over, mijn angst verdween en ik vergat het.
Later bleek ik glaucoom te hebben, de herinering kwam terug en ik vroeg de oogarts of het daarmee te maken had.
Ze kende het verschijnsel en noemde het oogmigraine, het had niets met glaucoom of staar te maken.
Iets voor een neuroloog?
Dat wist ze niet. Of wilde het niet zeggen.
Toen ik het thuis alsnog vermeldde maakte ik er een kleinigheidje van, het was toch al voorbij.
Hoe dan ook, ik was het opnieuw vergeten tot ik vanmiddag een mini-aanvalletje kreeg. Niets ernstigs, na een halfuurtje achterover hangen was het weg.
Een mens loopt soms rare dingen op.

Advertenties

Zomer in april

Het was buiten al lekker, morgen en overmorgen wordt het nog beter.
Om voorbereid te zijn paste ik het badpak.
Het sluit ’n beetje strak aan, ik weet nu dat het op de leest moet.
De vijver is nog niet zomerklaar. Duikplank en reddingsboeien liggen op de vliering, drijfmatten zijn versleten en de trap is bros.
Dat wordt een flinke klus voor volgende week.
Ik hoop maar dat de waterjuffers geduld hebben en het weten te waarderen. Ze zijn nogal nuffig.

Veel gedoe, zo’n zonaanval.
Daar staat de opluchting tegenover als alles klaar is en je buiten zit met grote glazen gekoelde ran- of groenja.
Spannend boek erbij, verheerlijkt sabbelend op een ijsgekoeld chocolaadje.
Vooruitzichtje hoor.

Gevonden

In plaats van naar een identieke ziel heb ik ook eens naar een tegenvoeter gezocht. Geen idee wat ik met zo iemand aan moest, er was slechts een vage gedachte aan iets gemeenschappelijks.
Het zal de leeftijd geweest zijn. Als puber krijg je dergelijk bevliegingen.
Ergens in de buurt van een paar eilanden bij Nieuw-Zeeland zou ik hem/haar vinden. In de Grote Oceaan. Weinig kans op een voet-aan-voetbegroeting maar een natte high five zag ik wel zitten.
Na de atlas te hebben geraadpleegd zag ik van dit plan af. Teveel en gevaarlijk graafwerk en bovengronds zo ingewikkeld; naar een eiland vliegen, een boot huren, de precieze plek zoeken. Gedoe.

Wat te doen, het moest geen fanatieke queeste te worden.
Wel, ik hoefde niets meer te soen.
Er kwam een man op mijn weg,  helemaal vanzelf.
Weliswaar verschilden we enorm noch pasten onze voeten  tegen elkaar maar de verwantschap die we voelden was groot genoeg en zo niet de zielen,  klopten zijn en mijn hart gelijk.

Like this?


‘Leuk’ is een verguisd woord. W aarom eigenlijk?  Is het een dooddoener? Omdat het zo vaak gebezigd  wordt dat het niet exclusief meer is?
Wat dan nog, het ìs toch een woord dat overal voor gebruikt kan worden?
Uiteraard niet door serieuze schrijvers, zij bedenken een vervanging die hetzelfde uitdrukt maar dan in literair verantwoorde termen en dat is knap moeilijk, probeer maar eens een vergelijkbare omschrijving te vinden. Wij kunnen dat niet,  bij ons  wordt het meteen zo ’n overspannen gedoe: wat heb je een gezellige rok aan, de buren hebben een geweldige hond, de tattoo van van J. is zooo, eh, goed. Enzovoorts. Gezocht en daardoor niet leuk.
Toegegeven, de vind-ik-leuk-tekens zijn ondingen, ze halen de betekenis van ‘leuk’ nog verder neer en zouden beter vervangen kunnen worden door iets als Oké of Gelezen of Mee eens of Vinnik niks,  Like this? of gewoon Leuk.   Een keuzemenu, simpel.
Misschien wordt Facebook dan ook eens leuk.