dichten

Hoe de mensen er toe kwamen om te dichten. Beknopte samenvatting.

Wel, het begon met kou. Heel lang geleden.
Mensen woonden nog hoog. En droog maar ook in de trek.
Tja, je weet hoe dat gaat in een boom, het waaide ook toen al precies langs die tak  waarop jij sliep. Bladeren hielpen niet.
Mannen beraadslaagden en besloten  naar de begane grond te verhuizen.
Ieder droeg de eigen spullen, een tamme pterodactylus of een ijspapiertje (Back to the future maakte wel eens een foutje) en kroop achter de man aan van wie ze aannamen dat het de vader was.
Voorzichtig sluipend, bedacht op narigheid vonden ze een veilige grot zonder verborgen beesten en nestelden zich daar. Ze maakten zich de beste plekken eigen  met meegenomen gras en de veren van de pterodactylus die er niets mee leed want bij bestond eigenlijk nog niet. Ze verzamelden voorraden bessen en aten dooie vleermuizen, het leven was niet slecht. Van virussen hadden ze geen weet.
Maar toen.
De winter begon en een ijskoude wind woei de grot in. Pegels hingen aan de neuzen, het gras – inmiddels gedroogd- dwarrelde rondom de slapenden die wakker werden van het gekriebel.
Wederom beraadslaagden de mannen. Mopperend. Alweer die kille trek, verdomme!
Tot een van het het licht zag, hij wees er naar en riep: ‘Dáár! Daar komt de kou vandaan!’
Allen keken en zagen het: een lichtende opening waardoor een ijzige koude binnen stroomde en  hen bijna vermorzelde.
Gesteund door de vorderende tijd die hun hersenen deed groeien begrepen ze het.
Het gat moest gedicht.
==
En zo is het gekomen.
=

gedicht

Geen gewicht

Bijna had ik een echt gedicht.
Zo een vol kunstige zinnen met bloeiende poezie, die waarvan men zegt dat ze naar meer smaken en een bundel zouden moeten vullen en lezers in vervoering brengen en smachtende liefhebbers doet verlangen naar levensgeluk. Ze declameren …
Realisme verscheen.
Voor de rijm ben ik gezwicht.
==

srtikel

Neukwaterwaard. Uit de nieuwsbrief Meertens Instituut september 2018

Neukwater.
Vrijelijk een plat woord opschrijven, nog seksueel getint ook.   Het mag, mijn ouders en de pastoor horen het toch niet.


Het gaat hier om  dit artikel
Over een schikking in 1614, betreffende een schuld.
De eiser is Cornelis Corstiaenstz, bijgenaamd Nueck water waert, een herbergier in Beverwijk. Hij verkocht o.a. jenever hetgeen in platte volkstaal ‘neukwater’ werd genoemd.
Het woord is niet te vinden in woordenboeken maar staat wel in een gedicht,
De bedroge girigheyd of Boertige comoedie van Hopman Ulrich van J. van Paffenrode uit 1661,  een opsomming van alcoholica die genuttigd wordt tijdens een slemppartij.
Alcohol werd toen, ook later nog, beschouwd als prikkel voor een beter liefdesleven.
Daar hoor je nu niemand meer over.

(Of ik het gedicht mag overnemen weet ik niet, het staat in het artikel als afbeelding).