denken·televisie

Teveel denken

Ik zag de Masked Singers. Best goed.
Toen Reid.
Daarna een stukje Jinek. En NPO1.
Veel aardige fragmenten. Toch kon ik er de aandacht niet bijhouden en zette de tv uit..
Niet zozeer door zorgen om corona, oude herinneringen speelden op.
Hoe komt zoiets, vraag je je af.
Waarom denk je ineens aan die, aan dit, aan toen, aan daar.
Ik weet niet wat de trigger was, het heeft geen zin ernaar te zoeken, alles is mogelijk.
Uiteindelijk nam ik een boek ter afleiding. Van Grunberg, dus het hielp niet.
In de kast vond ik een oude Miss Seeton.
Dat ziet er beter uit.
Ze gaat mee naar bed.
Wie weet droom ik van haar.|
===

ogen·staaroperatie

‘Het werd Licht’

Vorige week viel het me op dat de zon niet alleen heet was maar ook schel. Of fel.
Net als de televisie,  ik kon het beeld niet verzachten. Het kwam natuurlijk door het geopereerde oog, dat was nog gevoelig voor licht, nam ik aan. Dat ik er last van had maakte de spiegel duidelijk, ik zag er niet florissant uit, beetje lijdzaam. Beetje heel erg zelfs.
Toen drong het tot me door: het oog is wel degelijk verbeterd, nu zie ik pas hoe de wereld rondom eruitziet. Verbazingwekkend zo helder als alles nu is, net een cadeautje.
De dahlia’s zijn rooier, de druiven mooier, dorre planten dooier. Ha, het maakt me bijna dichter.­čÖä
De keerzijde echter…..
Wat ik voor gezellige krullen aanzag blijkt een warrig zoodje pieken.
Ik ben niet bleek/bruin maar zie er regelrecht akelig uit. Spooky.
Het huis valt mee, de spullen ook, leve stofzuiger, was- en vaatwasmachine.
Jammer dat echtgenoot er niet meer is, dit zou humor geweest zijn.
Ik h├│├│r het hem al zeggen: ‘Je weet zelf niet wat een mooie bejaarde je bent.’
Flauw voor een buitenstaander, troostend voor onszelf.
Nu lach ik in gedachten terwijl ik naar antirimpelcreme zoek.
==

Geen categorie

Het verhaal dat te kort was

Er was eens een kort verhaal, zo kort dat de lezers misprijzend het hoofd schudden .
– Wat is nou ├ę├ęn zin, zeiden ze, maak er nog een paar .
Het verhaal deed het, bij ieders kritiek kwam er meer bij en meer.
En zo leverde alleman een idee.
Tot het genoeg was.
Toen was het een lang verhaal.
De lezers schudden wederom het hoofd, nu van bewondering.
De een voor de ander vertelde hoe mooi het verhaal was, hoe knap de karakters waren neergezet en weet je, zeiden ze, het is zo levensecht, of ik mijn eigen gedachten lees.
==

donker·gedachten

Duistergedachte

Het regende vandaag, nogal veel.
Dat is niet erg, het wordt vanzelf weer droog.
Het waaide hard, lopend langs een groot gebouw kon ik me maar net staande houden.
Is ook niet erg, mocht ik opvliegen zou ik vanzelf weer landen.
Wie weet komt er sneeuw en ijzel en strenge vorst.
Zelfs dat is niet erg, de lucht schoont er van op en je kunt er uren naar kijken.

Maar die gadverdammese donkerte, het gemier bij slecht licht soms om drie uur al, de grauwigheid die je te vroeg de gordijnen doet sluiten, die je bij het wakker worden aangrijnst en pas om negen uur begint weg te trekken, die er w├ęken over doet voor je een paar minuten verlichting ziet, die nergens voor deugt en zich door honderd kaarsen niet laat verjagen,┬á die niets te maken heeft met gezellige schemering, die…..
Die haat ik.
==

Geen categorie

De zin van het leven?


Een vraag die zich al aandiende toen we leerden over biotopen, onstaan-leven-doodgaan, een oneindige cyclus. Het verband met onszelf was gauw gelegd en het idee dat je leven minder dan een fractie  (een nanoseconde kenden we nog niet) is van de eeuwigheid deed  me afvragen:  Is dit het nou? Is dat nou alles?  Zinvol leek me een veiliger term maar dat was niet precies wat ik bedoelde.
Later, in de greep van gezin-huisje-zorgen kwam die vraag terug.
Het maakte me somber,  ik begreep dat relativeren nodig was en de tijd in menselijk perspectief te zien.
Daarmee echter kwam dezelfde vraag op een andere manier naar voren: is dit het nou? Hebben we echt┬á nog 30, 40, 50 of meer jaren te gaan? Hoeveel ik ook van ons gezin hield, vond ik het een vreselijk vooruitzicht. Zoveel tijd je druk te maken….en dan ga je dood. Alleen maar om het leven an sich in stand te houden?
Ook deze gedachten gingen voorbij maar de vraag laat me nooit helemaal los.

Eeuwenlang hebben grote geesten zich gebogen over deze vraag. Er zijn diverse antwoorden gevonden, afhankelijk van de (morele) instelling die men heeft, van religieus tot ongelovig,  filosofisch, biologisch, wetenschappelijk en andere.
Voor elk wat wils maar ik kan me er niet in vinden.
Voorlopig heeft  niemand een alomvattende uitkomst die voor iedereen de oplossing zou zijn. Wie het weet mag het zeggen, ik zou het graag horen.
Het beste wat ik er van kan maken is: heeft iemand zin in het leven?
Dan heeft dàt leven zeker zin.