Water en zo

Ruw geschat heb ik de halve watervoorraad van de provincie opgedronken.
Van Earth Overshoot Day  was ik me niet bewust, ik heb er een paar weken over gedaan.
Was lekker.
De achtertuin heb ik ook zijn dorst gelest.
Voor het eerst in de tropische dagen heb ik extra gesproeid, beter gezegd, de tuinslang op de grond gelegd en het water een poos laten lopen.
Van die dingen in droge tijden.

Op het ogenblik is het windstil, zacht, aangenaam.
Ik ga buiten zitten, dacht ik, en deze keer met een glas wijn, luisteren naar die typische buurtgeluiden die een zomeravond zo zoetjes maken. Zacht gebabbel, ploppende bierdoppen, ijsblokjesgetinkel. Sfeer.
Ik hoorde niets.
Zijn ze links en rechts op vakantie.
==

Verliefde buurman 6

‘Frànk? Ga weg…’
‘Ja. En Len, een vreemd mens, leg ik straks uit. Tot zo.’

‘Hoi mam, dag mamma, weet je wel mam, kijk eens mam….’ Het gebabbel leidde me af; knuffelend en luisterend loodste ik de meisjes achterin en reed naar huis.
Toch keek ik in de spiegel. Niemand die me volgde, we kwamen veilig thuis; ik zuchtte van opluchting. Meteen stoorde ik me aan mijn overdreven gedachten.
Volgde? Op de achteruitkijkspiegel letten? Eén irritante buurman en een raar wijf, het maakte me bezorgd maar moest ik om die reden politiegedrag vertonen? In het gesprek met Willem zou ik er een grap over maken, rechercheur Martje in de bocht.

We hadden het een paar uur gezellig. We aten samen, ze kletsten zonder pauzes en ik hoorde het laatste schoolnieuws, hun lieve en onhebbelijke eigenschapjes. Je zou niet geloven dat er narigheden waren. In feite raakte Frank en Len zover op de achtergrond van mijn denken dat ik opgewekt Willem belde en vroeg of hij tijd had voor een gesprek en misschien wilde Olga erbij zijn? Wie weet had ze als buitenstaander een andere kijk op de dingen.
‘We willen natuurlijk komen maar wat is er aan de hand? Iets met de kinerern?’
‘Frank.’
‘Frànk? Ga weg…’
‘Ja. En Len, een vreemd mens, leg ik straks uit. Tot zo.’
Terwijl ik koffie klaar zette vervaagde het probleem nog meer; waarom me kwaad maken om Frank, hij snapte nu dat ik hem de baas was; waarschijnlijk zouden we er om lachen.
Prrrr, whatsapp. Ik opende en las: –Heb je mannetje al gebeld? ☻-
Neeee, idioot mens, ze was toch klaar met me?  -Enfin, ik heb mijn best gedaan-  En dan die zwarte smiley. Wat een kreng. Ik brieste.
We zouden niet lachen, vreesde ik, opspringend bij het horen van Willems auto.

© Bertie
Wordt vervolgd