Klimaatvragen

Verschillende druiventrossen kleuren al.
Bij vriendin zie ik dat in haar tuin de vijgen rijp zijn, eveneens vroeger dan anders.
Als het klimaat zo doorgaat hebben we over een paar jaar in februari vers fruit, aardbeien worden winterkoninkjes, nieuwe aardappelen komen van Lapland, appels en peren moeten in juni de koelhuizen in want vroegrijp = vroegrot al bedoelde men er meestal geen appels en peren mee.
Hoe gaan mensen en dieren op deze opwarming reageren? De evolutie beweegt zich weliswaar traag maar een klein beetje omslag wil ik graag meemaken.
Wie weet verandert onze huid in leer. Kreukelleer.
Of, gezien de technologie, in een of ander rekbaar spulletje dat zich mee- en terugvormt,  schitterend vooruitzicht op een blijvend glad lijf.
Worden huisdieren specifieke warmtewezens die hun vacht afwerpen. Gaan koeien gesteriliseerde melk geven. Leveren varkens gebakken spek.
En krijgen we maïswouden met kolven als everzwijnen en…
…is er ook een afdoend middeltje tegen zonnesteken. Dan heet het tropenkolder.

Advertenties

Blo, vampierenkind

De  Lucarda’s kregen een zoontje.
Vader Des en moeder Dif waren heel gelukkig met het kleintje; ze noemden het kind Bloody, afgekort Blo.
Blo’tje was een mooie baby, hij deed het goed op de voedzame melk van Dif.
Tot de dag dat hij groot genoeg was voor foeragetochten.
Daarmee kwam iets eigenaardigs aan het licht: Blo lustte geen bloed. Hij kokhalsde ervan.
O, hij genoot wel van de nachtelijke tochtjes, hij zette graag zijn tanden ergens in. Alleen dat bloed, jèk, liever fladderde hij naar een appelboom.

Zijn ouders probeerden het met vampierenvoedsel; Dif maakte vatensoep-met-balletjes en adertjespap, ze wist de hand te leggen op verse boezemfilet. Zonder resultaat. Blo’tje lustte géén bloed en daarmee uit.
Daarentegen was hij in zijn element bij fruithandelaren.
Elke nacht zocht hij kiertjes in hun voorraadhallen waar de geuren hem zowat bedwelmden en hij zich tegoed deed, fladderend van kistje naar kistje. Hij beet gaten in appelen en bananen, proefde hier wat van en daar, sabbelde gezellig met de buurkevers alle druiventakken leeg en vloog, boerend van teveel sap, naar huis.
Meestal waren Des en Dif nog op jacht en kon hij naar bed.
Soms zaten ze op hem te wachten met een slaapmutsje.
Hij vond dat vervelend; van bloedwijn kreeg hij het zuur en dan zijn vaders opschepperij die half Roemenië had leeggeslurpt inclusief Ceaușescu. Zei hij. Bah.

Intussen was de Fruithandelarenbond in alle staten. Niemand wist welk insect grote tanden had, niemand dacht aan een vampier.
Men besloot het probleem groots aan te pakken.
Alle denkbare vergiften werden ingezet, men vernevelde ethylalcohol, kliederde met aldrin. Het was een machtig offensief waarbij het fruit zelf alvast het loodje legde nog voor het middernacht was.
Toen kwam Blo.
Hij was pas half binnen en rook direct een walgelijke walm, hij wist niet dat zoiets smakelijks zo vies kon ruiken.
Er waren slechts kisten met verschrompelde schillen. Ook lagen er lijkjes, enkele halfdooie pieren bewogen nog sloompjes.
Het was een gruwelijke aanblik.
Aangedaan mompelde hij een weesgegroet, bekruiste zich en verdween. Opstandig en hongerig. Wat moest hij nog op deze wereld?
Zijn lege maag dreef hem naar de velden en uit chagrijn beet hij de eerste de beste koe die hij tegenkwam en slurpte. En nog een. En weer.
Het bekwam hem onverwachts goed.
Bloed gaat tenslotte zijn eigen gang.