Opfrissen

Het regende vanmorgen.
Veel mensen waren er blij mee omdat de tuintjes al weer te droog werden.
Goed voor het gewas, zeiden ze, dat groeit beter en gaat er fris uitzien.
Dat laatste wilde ik ook wel,.
Daarom ontdeed ik me van schoenen en sokken en zette me tussen vogelhuisje en klimop.
Verwachtingsvol liet ik me overspoelen. Smeerde een paar druppels shampoo op het hoofd. Een opgeknapt uiterlijk en gewassen haar, het leek me een passende combinatie.
Zo stond ik daar, wachtend op nieuwe frisheid.
Er was niet veel aan, zo in die nattigheid maar, bekend zijnde met de ongemakken van het mooi-willen-gaan versaagde ik niet.
Niet langer dan een half uur, toen had ik er genoeg van.
Al dat gewas.

Over het bed

Ik verlang naar mijn bed.
Nee, niet omdat ik als bejaarde na twee ommetjes op apegapen lig.
Ook niet door krammenakkigheid noch door de versuffing die door sommigen automatisch aan ouderen wordt gelinkt.
Het is simpelweg het schone laken, kussensloop en dekbedhoes.
Een van de dingen die ons zelfs in zorgelijker jaren tevreden stemde. Fris beddengoed, in de buitenlucht gedroogd, deed ons  verzaligd in slaap vallen.
Je zou voor minder je bed opmaken.
Daar aan terugdenkend verlang ik naar mijn bed.

blubblub


Ja, ik zit nog steeds ondergedoken. Letterlijk.
De broeierigheid werd gistermiddag zo hevig dat ik me overal van los moest rukken: plakkend aan armleunigen, deurknoppen, aanrecht en koffiepot tot ik tenslotte aan de vloer genageld leek en geen kant heen kon.
Dat werd me te gortig.
Ik stapte uit de slippers en daalde af in het transpiratiebad dat zich rondom mijn lijf vormde. Daarin zweefde ik, wachtend op een stortregen en/of koele tocht. Die beiden uitbleven, het armzalige trekje dat me ten deel viel deed het bad amper rimpelen.
Wel bliksemde het, veel en vaak; toen tenslotte een regenbui zich liet horen sliep ik al, rustend in mijn persoonlijke zweetbad. Tot vanmorgen .
Wakker wordend probeerde ik eerst de lucht. Die was nog steeds lauw en klam.
Opnieuw dook ik onder.
Toch is er hoop.  Het bad koelt af, langzaam, langzaam maar duidelijk. Af en toe steek ik een vinger boven water en voel ik dat het gezonder is.
Wordt het misschien nog een fris weekeinde.