Wereldbol

Door het ophalen van herinneringen kwam ik vanzelf  op  die van een voormalige huisvriend.
‘Als kleine jongen vroeg ik in de winkel naar een wereldbol van Nederland’.
 Hoe kwam je  daar nou bij, lachten we.
‘Van aardrijkskunde snapte ik niet veel maar de globe vond ik iets bijzonders. Ik kon niet zo goed leren en dacht dat je zoiets ook had van ons eigen land. Dus ging  ik met een paar kwartjes zakgeld naar de boekhandel…’

Een ontwapenende uitleg waardoor zijn verhaal in waarde steeg, je hoorde iemand niet gauw zeggen dat hij/zij niet goed kon leren, het kwam niet ter sprake behalve in gezinnen waar de kinderen naar middelbare scholen gingen.
De vriend was trucker en wereldwijs.
Hij zat er niet mee dat hij een paar jaar ambachtsschool (LTS) had, hij wilde de vrachtwagen op. En dat lukte hem achter elkaar.
Hij kon smakelijk vertellen van de omringende landen, douanes,  inklaringspformulieren,  hoe hij voor het eerst op de périphérique van Parijs terecht kwam en geen woord Frans kon lezen.
De wereldbol van Nederland houdt hem levend.
==

Kerk op zondag

De mis of andere kerkdiensten op zondag. Zitten, hangen, rondkijken tot je moeder je zachtjes porde en fluisterde: ‘Zit es stil!’
Zelfs een vroegmis van drie kwartier leek al eindeloos, laat staan de hoogmis met dat zeurende orgel en dan het meezingen van al die vrouwen, mijn moeder het laagst want zij was een ‘goeie alt’. Je schaamde je dood.
Toen ik kon lezen kreeg ik vaak haar missaal en had de dienst al uit voor hij halverwege was, ongeduldig wachtend op het Ite Missa est.

Aan deze dingen dacht ik bij het horen van een stukje Gregoriaanse muziek op de radio. Prachtige muziek overigens.
Toch leverde de kerkgang me iets nuttigs op.
Omdat alle gebeden en liederen -naast elkaar- in Nederlands en Latijns waren geschreven pikte je veel woorden op. Die herkende je dan weer bij Frans, misschien in een andere werkwoordvorm maar makkelijk bij vertalen van thema’s.
Zo bezien was het geloof toch nog ergens goed voor, zij het anders dan bedoeld werd want vroom-, gehoorzaam- en braafheid lag me niet zo.
Liever ’n beetje spot.
Als ik nu een priester tegenkwam zou ik hem graag groeten met
Dominus Vobiscum – et cum spiritu tuo.    (De heer zij met U – en met Uw geest)
Hopend dat hij zou antwoorden met Amen.    (Zo zij het)
En dan samen lachen.

Over Engels gesproken

In de jaren vijftig-zestig en daarvoor was het gebruik van het Engels nog lang niet zo gewoon als nu.

Niet zo gek dat onze (groot-)ouders -die weinig of geen talen leerden-  niet alles snapten van de enkele woorden die ze tegenkwamen.
Dit bijvoorbeeld ↓
water is wet
we volgen een slim diet
closed  de wcdeur
we dragen  boots
luisteren naar broadcast
—zouden ze maar half begrijpen en lezen als
dat de overheid verplicht voor water moet zorgen
we een intelligent dieet volgen
dat de wcdeur een closetdeur is
er uit de broodkast geluid kwam

Ik kom hier op door een opmerking die me aan mijn vader herinnerde. (‘Weet je nog, onze Pa…’)
Hij las graag voor uit de krant. Bij een artikel over de pianist Count Basie sprak hij de naam uit als Koent Bassie. Genant voor ons, pubers, maar niet onlogisch, dit was duidelijk verwant aan de Franse taal die voor hen bekender klonk dan het Engels.
Ze zouden de hedendaagse reclames niet begrijpen als ze er onverwachts mee geconfronteerd werden.
En eerlijk gezegd, van veel Engelse informatie op Internet begrijp ik ook niet alles.  Woordenboeken en Google moeten me helpen anders zou ik muurvast zitten bij elk probleempje .
Misschien een van de oorzaken dat ouderen niet aan Internet beginnen.
ps
Uiteraard bedoel ik de heel oude ouderen. ☻