Over selfies

Een redelijk fotootje, dat moest er komen.
Ik zette mijn zondagse gezicht op en nam ettelijke selfies, met cameraatje en tablet.
Elk resultaat was om te huilen dus begon ik opnieuw.
Controleerde of de make up voldoende was weggewassen, haar niet te plat, vriendelijker kijken.
Uiteindelijk had ik een uitgesproken jankgezicht met zenuwvlekken en stopte met de selfie-sessie.

Waarom ik zo nodig op de foto moet?
Nee, NIET om een vriend/man/vrijer te strikken al denk ik daar wel over na.
Iets semi-officieels.

Voorheen kon het me niets schelen hoe ik er uitzag op rijbewijs e.d. maar daar heb ik  genoeg van, van die rare afbeeldingen die overal op lijken behalve op mij. Ik weet nog dat ik rond mijn veerstigste een pasfoto liet maken en echtgenoot vroeg: hoe vind je dat mens? Hij hield met moeite zijn lachen in. Ik wrokte wraakzuchtig.
Tien jaar later had ik een nieuwe foto en vroeg opnieuw: hoe vind je haar?
Hij floot. Bewonderend. (hij had geluk, achter mijn rug hield ik een stiletto klaar).
Maar goed, mijn selfie dus.
Het moet een goeie worden, éénmaal wil ik vlammen al is het als zeventiger.
Het zal vanavond niet meer lukken, alle apparaten zijn leeg en er is nog maar 1 oplader operationeel.
Twee andere gaven de geest.
Die zijn zich dood geschrokken.
==

Foto

“Er moet een persoonlijk fotootje komen op je weblog, dat vinden de lezers leuk”
Misschien is dat zo. Maar er kleven ook nadelen aan, heb ik dat niet al eerder uitgelegd?
Hij kan te onaantrekkelijk zijn waardoor de aanstormende lezer onmiddellijk verder zapt: zal de rest ook wel niks zijn.
Hij kan te mooi zijn, waardoor een bladeraar niet meer aan lezen toekomt en zwijmelend de tekst vergeet.
Hij kan te oud zijn, waardoor enerzijds lezers onder de negentig afhaken en anderzijds de eeuwelingen zich gaan verlekkeren op een manier die gevaarlijk is voor hun gezondheid.
Hij kan te jong zijn waardoor de gedachte aan een kleuterschool opkomt.
Hij kan te blond zijn waardoor een bijnalezer denkt een stom stuk onder ogen te krijgen.
Hij kan te, ja, hij van alles te zijn en daarom begin ik er niet aan.