ogen·staaroperatie

‘Het werd Licht’

Vorige week viel het me op dat de zon niet alleen heet was maar ook schel. Of fel.
Net als de televisie,  ik kon het beeld niet verzachten. Het kwam natuurlijk door het geopereerde oog, dat was nog gevoelig voor licht, nam ik aan. Dat ik er last van had maakte de spiegel duidelijk, ik zag er niet florissant uit, beetje lijdzaam. Beetje heel erg zelfs.
Toen drong het tot me door: het oog is wel degelijk verbeterd, nu zie ik pas hoe de wereld rondom eruitziet. Verbazingwekkend zo helder als alles nu is, net een cadeautje.
De dahlia’s zijn rooier, de druiven mooier, dorre planten dooier. Ha, het maakt me bijna dichter.🙄
De keerzijde echter…..
Wat ik voor gezellige krullen aanzag blijkt een warrig zoodje pieken.
Ik ben niet bleek/bruin maar zie er regelrecht akelig uit. Spooky.
Het huis valt mee, de spullen ook, leve stofzuiger, was- en vaatwasmachine.
Jammer dat echtgenoot er niet meer is, dit zou humor geweest zijn.
Ik hóór het hem al zeggen: ‘Je weet zelf niet wat een mooie bejaarde je bent.’
Flauw voor een buitenstaander, troostend voor onszelf.
Nu lach ik in gedachten terwijl ik naar antirimpelcreme zoek.
==

melig

Melig

Ik hou van mij
 – En ik van mij.
Fijn dat we het eens zijn.

Ik gaap van de honger.
 – Hou vol dan stop ik er een broodje in.

Lust je koffie?
– Graag.

Schenk  meteen voor mij in.

Dit gedoe hielden we nooit lang vol, het werd niet gewaardeerd behalve door ons zelf, zus  en ik.
Met name de mannen hadden er een hekel aan. Echtgenoot, vader, alle zwagers, broers, schoonbroers. Ze konden er geen lach om krijgen, vonden het flauw en zagen de humor niet.
Misschien te moeilijk voor ze, spotten we.
Maar we gaven toe dat het inderdaad ontzettend zouteloos was en hielden ons in.
En toch, toen een paar weken geleden een zus hier was, haalde ze het weer op. ‘Weet je nog Bertie,’ begon ze, ‘dat we dubbel lagen om niks?’
Meer was niet nodig.
===

vervolgverhaal

4. Lieftallige Lina en vriendinnen op zoek

Lina fleurde lieftallig op. ‘Oké tante, ik zal mijn tranen bewaren voor straks. Tot zo.’
Ze appte Dora 3, zo genoemd omdat ze veel op Dora 1 en 2 leek en op paardenbloemen kauwde.
Daarna  Bleue Tiny, een meisje dat bij voorkeur op de achtergrond bleef. Ze leerde voor decorbouwer.
‘Vanavond borrelen bij mijn tante,’ gaf ze door, ‘bespreken in de bieb’.
Ze trof Dora met een landbouwfolder.
Tiny zat bij de stripboeken in een klein kadertje, bescheiden.

‘Tante Erica verwacht ons om half acht. Ze gaat uitleggen wat een pruttelfilm is en verse spelers.’
‘Wéét jij dat niet??” Dora schudde haar hoofd, ‘pruttel is een storing en verse spelers zijn gewoon nieuwe acteurs.’
Lieftallige Lina was onder de indruk.  ‘Oei, een gestoorde film, en wie zijn die nieuwe? Mooie mannen met tochtlatten en…wacht eens, ze zitten natuurlijk in die auto, regisseurs, talentscouts, Elvis’ kleinzoon, wat doen we hier nog.’
Ze vlogen naar buiten en zochten de veelkleurige geluidswagen.
‘Heb jij toevallig make up bij je? Hier, de krultang. Nagellak, mijn nagels…’
Zo druk waren ze dat ze de wagen voorbij liepen en niet meer terugvonden.
Lina en Tiny jammerden.
‘Hou op met dat gegrien!’
Dora 3 nam onder elke arm een vriendin en beende naar een bescheiden parkeerplaats.
Daar stond de veelkleurige auto, de roze luidsspreker  hing geknakt.
Er kierde een oog door de gordijnen.  Een donkerbruin oog.
Lieftallige Lina viel haast flauw.

© Bertie

verhaal·wraak

Wraak is een hamster

‘O Don, wat een aanwinst,’ deed ze uitsloverig. Neutraal keek ik haar aan, haalde de magnetron uit de verpakking.
’kijk, de symbooltje zijn  hetzelfde als bij de vorige.’ Beheerst showde ik de knoppen.
’Echt waar? Wat goed zeg,’ overdreven enthousiast, ‘en kan hij ook aan en uit?’ Volmaakt onnozel keek ze me aan.
Ik gaf geen sjoege al kookte ik.
Ze liet mijn gefriemel met tyraps en plakband een volle minuut duren voor ze me een schaar aanreikte. ‘Probeer dit eens, schat.’
’Zo fijn dat je een nieuwe voor me kocht,’ een en al hufterige dankbaarheid.
Mijn weigering adequaat te reageren irriteerde haar, de poezigheid maakte plaats voor chagrijn tot we zwijgend naar het apparaat staarden.
Daar stonden we, een koppel in gezamenlijke gemelijkheid.

Tenslotte ruimde ik de verpakking op. Bij het oud papier bleef ik staan, me beradend op de rest van de avond. Afwachten? De confrontatie aangaan en scheiding voorstellen? Dat gunde ik haar niet, te gemakkelijk. Rondkijkend viel mijn oog op de magnetrondoos waarnaast het dierenvoer stond.  Mijn ergernis laaide weer op. Haar liefde voor de goudhamster was bespottelijk, ze vertroetelde het beest, streelde, tipte kleine kusjes, had zelfs een koosnaampje bedacht. Goldie, allejezus wat een armoed.
Opnieuw keek ik.
Er flitste iets in mijn brein.

‘Kook jij vanavond, ik zal laat thuis zijn. En vergeet Goldie niet.’ Geen uitleg, ze vertrok.
Ik handelde een paar zaken af en zette me aan het kokkerellen.
Er was veel te doen. Soep. Salade. Pasta. Vlees.
De draaimolen van Goldie rammelde. Ik aaide hem. ‘Heb je honger, beestje?’ Hij luisterde en snuffelde, ongewend aan mijn gevlei.

Toen ze eindelijk thuis kwam veerde ik op.
‘Hallo. Hmm, ruikt goed.’ Beleefde stemming ditmaal.
’Ik heb wat lekkers gekookt,’antwoordde ik, ‘zal ik het warm maken?’
’Goed, begroet ik Goldie even.’
Ik glimlachte.
En ja. Paniek. ‘Don, Goldie is er niet, heb je hem losgelaten? ‘
‘Ik raak hem nooit aan, dat weet je toch?’
Ze zocht. Onder het zaagsel, meubels, in prullenbakken, potplanten.
Ik riep haar. ’Je eten is warm, kom, zoeken we straks samen.’
Ze at gedachteloos, spuugde een paar botjes uit, mopperde over slechte slagers.
Stond dan weer op en ik hielp mee. ‘Goldie, waar zit je’ riep ik, ‘Gollegollegoldie, kom eens bij de oldie,’ lyrisch van aanstormend genot leidde ik haar langzaam naar het toilet.
Haar ogen werden groot. ‘Je hebt hem doorgespoeld?? Jij..’
‘Nee, dat komt nog.’
Toen viel ze flauw.