Tuinkat

kattuin120220722_195357Daar ligt hij weer, uitgeteld met een volgevreten buik, je zou hem een cent geven.
Katers zijn de meest luie, is mijn ervaring.
Dit exemplaar heeft een goed tehuis, kan bij verschillende buren aankloppen voor een hapje, of een dutje op comfortabele plekken. Er staat altijd een auto klaar waar hij onder kan kruipen.
Maar nee, vandaag gaat hij hier liggen, op een taaie grasmat in de volle zon, tussen vliegend gedierte waar hij overigens geen last van heeft.
Soms loop er iemand langs. Soms kijk ik naar hem door het raam. Soms stopt een fietser die denkt een dooie kat te zien. Het jeukt hem niet.
Dat het kunstgras is laat hem onverschillig.
Het is een kat en bepaalt zelf hoe hij leeft, de rest snapt hij niet.
In een volgend leven wil ik een kat zijn.
==

Heerlijke wintermorgen

Vanuit het raam zag ik het al, mistig en stil met vaag lantaarnschijnsel.
Geen zuchtje wind.
Klinken van schuurdeur en poort vol ijsbulten, slot bevroren, met wat blazen draaide de sleutel.
Lopen is dan een feestje,  niemand te zien, een zoemende fietser heeft niets engs.
Ik haastte me in de super om voor het daglicht weer buiten te zijn en wandelde in het donker naar huis.
Daar bleek het slot van de poort opnieuw dichtgevroren.

Dagelijks een graadje vorst erbij, af en toe wat sneeuw, een kalme wind.
Groeiend licht.
Zo begint de winter op zijn best.
Maar dit hebben we alvast.
==

Serie. Een spraakzame vrouw.

Er was eens een vrouw die zo veel praatte dat ze af en toe met oorkleppen liep omdat haar oren tuitten van haar eigen geklep.
De omgeving vond haar een lief mens, als ze maar niet zo eindeloos ratelde.
Ze was niet te stoppen. Hoe men ook vroeg, smeekte, verordonneerde, huilde desnoods, ze kletste door.
‘Wees stil, vrouw,’ kon men regelmatig horen in de stad, meestal gepaard gaande met het beeld van een knielende die gevouwen handen naar haar ophief waarbij tranen van oorpijn over hun wangen liepen.
Het was werkelijk te gek.
Direct na het ontbijt kwam ze bij de buren binnnenlopen, al pratende. ‘Goedemorgen, uitgeslapen? Ik ook. Er is weer een hoop gebeurd. Veertien inbraken en de weerberichten zijn prima. De minister komt op bezoek voor de geluidsmeting, ik zorg dat ik erbij ben. Ergens las ik dat een kat zeven jonkies heeft, tistochwat met die katers en wat vinden jullie van het energieprobleem, idioot toch zolang het water nog stijgt laat ze zich daar eerst maar om bekommeren, ik heb de roeiboot al klaar zorgen jullie daar ook voor? En…’ Hier moest ze ademhalen en kon de buurvrouw haar naar buiten duwen en de deur met een ‘Besjoer’ op slot draaien.
Een passerend fietser had pech, hij werd meteen aangeroepen. ‘U bent al vroeg op pad, zeker het bed uitgerold? Houdt U van fietsen? Mooie bezigheid ja, je komt overal op eigen kracht, geweldig om op deze manier van de natuur te genieten, deed mijn man zaliger ook maar ja, op het kerkhof valt niet veel te genieten en trouwens, hij ziet het toch niet meer, zijn ogen waren al niet zo best en nu….’
Ook de fietser maakt van de adempauze gebruik en spoot weg. Na de zoveelste wegloper zocht ze meestal een praatpaal al had ze er niets aan want ze waren stuk voor stuk ontmanteld vanwege doorlopende storingen aan de elektronica. Ze kletste gewoon door.
Zo praatte zij zich door het leven.