L’histoire se répète

In ons geval in familiegedrag maar dat is net zo goed een onderdeel van de geschiedenis.

Ik zal het uitleggen.
Een aantal jaren geleden zaten we in de situatie die nu door de sandwichgeneratie geclaimd wordt.
Kerst, paas, kermis, verjaardagen en de telkens terugkerende vraag:
doen we de ene dag de ouders en daarna kinderen of andersom?
Het maakte de ouders niets uit. Eigenlijk bleven ze liever thuis (al zeiden ze dat niet) maar ze begrepen ons plichtsgevoel.
Inmiddels zitten de kinderen in die situatie.
Het gedoe van vroeger indachtig inviteerde ik ze zelf op eerste paasdag, dan ben ik de tweede dag vrij om met een vriendin te gaan stappen.
Tis toch wat. Ondanks verlichte tijden nog steeds vast te zitten aan gewoontes.
Maar we doen er niets aan.  Dat willen we niet.
Het is een luxeprobleem dat we graag behouden.

Advertenties

Hemelse hemel?

In de hemel komt alles goed, werd ons verteld. Daarmee hield (en houdt) men gelovigen zoet en vooral volgzaam. Niets nieuws, deze chantage wordt in veel religies gebruikt.
Het heeft niet geholpen.
Van de katholieken is dat begrijpelijk, we leerden al jong alle zonden te biechten om met een schone ziel opnieuw te beginnen dus gingen we onbezorgd door met het snoepen uit de koektrommel. Stiekem uiteraard, wereldse straf woog zwaarder.
Nog afgezien daarvan leek die hemel me, kind zijnde, weinig attractief.
Wie wil er nou de godganselijke dag naar hemelse muziek luisteren terwijl er in snackbars volop bebopalula was te horen? Almaar bidden en god vereren? De wekelijkse hoogmisgezangen waren al beroerd genoeg.
Maar het ergste vond ik het idee dat we allemaal één grote gelukkige familie zouden zijn, als een liefdevol gezin, volgens de oude pastoor.
Met mijn ruziebroertje? Ik kon hem (toen) niet luchten.
Een paar buurkinderen die altijd knokten? No way!
Een hatelijke onderwijzeres, dat vreselijk mens? De gedachte deed me rillen.
Die jonge weduwe? Hoe zouden zij en haar man elkaar willen terugzien, vast niet als broer en zus.
Het idee stond me tegen temeer omdat je een geest was, lekker eten was er dus niet bij. Ja, een kind denkt logisch. Of simpel. Of juist pragmatisch.
Later las ik over het Walhalla, De Eeuwige Jachtvelden, het Elysium en meer hiernamaalsen.
Je kreeg ze nooit voor niets. De goden stelden eisen en weet je wat? Het waren gewoon de eisen die in een samenleving nodig zijn om de boel redelijk draaiende te houden.
Geven en nemen.
Zonder overspannen geloofswetten maar toen ik dat besefte was ik al lang kind af.

Bezoek, graag of niet?

‘Tegenwoordig is er niet veel meer aan, vroeger ging de familie bij elkaar op de koffie of zo...’
De vrouw keek rond. Enkelen knikten, verder kreeg ze weinig bijval.
Ze vergat dat die familie intussen flink was uitgedund en de overlevenden vaak een goede reden hadden om thuis te blijven. Ziekelijk, niet mobiel of gewoon geen zin meer in het miljoenste kopje koffie en thee. Bovendien hebben veel mensen hun eigen (klein-)kinderen met wie ze hun visitetijd doorbrengen.
De vrouw overdreef een beetje. Lang niet alle families liepen af en aan om dagelijks te buurten, enkele gezinnen daargelaten. Dat zag je eerder bij verknochte vriendinnen/buurvrouwen.
Wel was er meer vrienden- en familieverkeer dan nu.
Terugdenkend herinner ik me de gehaaste zondagochtenden.
Vroeg ontbijten, kinderen wassen en aankleden en vroeg lunchen, dan konden we tijdig wegkomen om zelf ergens naar toe te gaan voordat er iemand bij ons aanbelde.
Bij het ouder worden ging het geloop eraf, gelukkig maar, ik moet er niet aan dènken weekend-aan-weekend bezoek te hebben. Het geklit lag en ligt me niet zo.

Bij de jonge stellen om me heen zie ik het verschil met toen. Enkelen komen uit middelgrote gezinnen, de meesten hebben een of twee broers/zussen of, als ze erg jong zijn, vriendengroepen. Elke dag of weekend gevuld met visite zie je veel minder, ze hebben beiden een baan en om buren maken ze zich niet druk.
Ik benijd ze, ze kunnen hun eigen leven leiden.
De vrouw die er ‘niets meer aan’ vindt denkt daar anders over en waarschijnlijk zij niet alleen.

Tja, overleden ouders, zussen, broers, buren, kun je niet terughalen.
Ook kun je de tijd niet stopzetten al proberen een paar mensen het via kaartavondjes (‘dat was zo gezellig, geen tv…’) of iets dergelijks.
Ik begrijp het wel, je eigen huiskamer voelt intiemer dan een zaaltje in het gemeenschapshuis.

Maar voor mij hoeft het niet.

Zonnebloem en regen

Regen was hard nodig, zie het hoog opschietend groen. Als je er langs loopt hoor je rondom de zuchten van genot. Aaaahh, slurpslurp.
Zelfs de zonnebloem heft het hoofd om alle druppels te vangen: alsjeblieft, nu even geen zon.
Het is ook mogelijk dat hij rondkijkt en zijn familie zoekt, hij is de enige die uitgekomen is. De rest houdt zich gedeisd.
De suikergoedjes, volgend jaar zal ik een parapluplant naast ze zetten.

Over tijd


Cliché: de tijd vliegt voorbij.
Het is nog waar ook.
Onbegrijpelijk;  ik heb geen baan, (als AOWster hoef ik me nergens te vertonen want ben automatisch ouderwets of achterlijk of beide),  geen gezin meer om te verzorgen, geen vlotte clubs, weinig familie (als jongste hoef je alleen nog uit te zwaaien), wat doe ik dan dat de tijd zo snel gaat?
Ik weet het niet.
Zó maak ik de zaterdagpuzzels, opeens is het woensdag marktdag,  donderdag,  vrijdag en zit ik opnieuw aan de zaterdagsudoku.
Toch ben ik niet dement (bij mijn weten), buren groeten normaal, kennissen komen gewoon op de koffie.Het is natuurlijk prettig dat ik me niet verveel.
Maar toch: waardoor gaat die tijd zo hard?
Krijg je bij het ouder worden een soort versnelling in tijdbeleving? Leeftijdsacceleratie?
Of wat?