Verdord versje

De droogte duurde voort
er was geen frisser oord
geen regen aan de poort
slechts  dorre wind uit noord.

We zagen door de ruit
een spreeuw. Wat dorstelijk gefluit
meer was er niet als buit.
Toen gingen we maar uit

en reden langs de Maas
er liep wat vee te graas
in gras met bruinig waas
de ogen stonden daas.

Het pontje vaarde scheef.
De stroming die het dreef
en langs de boorden wreef
had weinig lust te geef.

We reden terug naar huis
in droge lucht-met-ruis
piepend door het gruis
als een verkouden muis


Het weerbericht was pet:
opnieuw een zonballet.

Stilte

Vanmiddag liep ik er even uit, de koude maar zonnige wind trok me. Sjaal voor het gezicht, nog lekker warm ook.
Half uurtje, dacht ik zo.
Een wandeling naar het centrum, winkel in, misschien trof ik een bekende, ook met  twee meter tussenruimte kun je een praatje maken.
Het breekt allicht de dag.
Binnen tien minuten was ik  terug.
De unheimische stilte in de wijk voelde ongemakkelijk.
Geen balschoppend jochie op het grasveldje, de vaste hondenuitlaters lieten zich niet zien.
Een kat schoot de struiken in.
Ik min  de stilte, op een andere tijd en andere plaats.
Niet nu, in een bewoonde wijk.
Na vijf minuten draaide ik om. Beter was ik de bossen ingegaan maar dat doe ik liever niet alleen.
Een uurtje laten hoorde ik geraas, autoportieren. Iemand mataglap geworden van de stilte?
Wie zal het zeggen
Deze dagen slaat je verbeelding op hol.

Morgen waag ik een nieuwe poging.
==

 

Dag kerstboom

Je bent bijna weg, ik zie alleen je bovenste helft nog uit de doos steken.
Het lucht op.
Niet dat we een hekel aan je hadden, integendeel, het is een groot goed de dagen zonder bultjes door te komen.
Dat heb je met plastic, ik hoef niet te krabben. En het is niet kapot te krijgen hetgeen invloed zal hebben op je mentaliteit, zo onverstoorbaar fleurig, niet één flauw moment. Daarom laten we je elk jaar binnen.
De warmte die je uitstraalde, het feestelijke groen, dat uitbundige sfeertje, een verrukkelijke opkikker na de natte bladeren.
Je hielp ons  de eerste deprimerende winterweken door te komen en de donkere hoeken doken gehaast weg wanneer je lichten aansprongen en je kleurige glimmers zich naar alle kanten wendden. We gunden je de bewondering van harte.
Maar nu.
Op zekere dag werd je, hoe zal ik het zeggen, ietwat opdringerig misschien?
Na het opstaan als eerste de doffe versieringen te zien, bijna bedelend om stroom, het was moeilijk te verdragen. Uit medelijden stak ik de lampjes nog even aan, een trieste zaak.
Je begrijpt het toch hè, cold turky is de beste manier je van de stekker af te halen.
Daarom vierden we gisteravond nog één keer het licht, een passend afscheid nietwaar? Ik voelde me dan ook niet bezwaard je van je versierselen te ontdoen en je eruit te gooien.
Nu breng ik je naar de garage voor je zomerslaap.
Dag boom, ik wens je fijne dromen.
-==