Iets serieuzers.

Ernstig doen.
Ik zal het proberen, het onderwerp heb ik al.
Kwestie is dat ik er niet voor in de stemming ben. Niet stemmig genoeg. Op het moment dat ik  me het voorneem vervliegt de ernst.
Meestal lukt het wel, ernstig doen, heel goed zelfs als het nodig is.
Maar niet op bevel.
Bevelen wringen, op zijn minst een beetje. Onbegrijpelijk, als kind volgde ik ze klakkeloos op en nu ben ik die vaardigheid kwijt. Misschien ben ik al aan het vergeten.
Maar wacht, niemand beveelt me, niemand anders dan ikzelf vind dat ik iets serieus’ moet bloggen.
Moet ik mezelf wel gehoorzamen? Waarom eigenlijk? Ben ik te dwingend en te wringend en te swingend enne…  daar heb je het al, geen touw aan vast te knopen.
‘Die idiote vertelsels van jou‘, ik hóór het mijn moeder zeggen maar dat telt niet want we dachten zozeer verschillend dat we zelfs over een rijksdaalder twistten. Zij vond het een royaal zakgeld en ik mopperde over een beschamend armoedje.
Daarin waren we beiden serieus, achteraf hadden we er godweetwat voor goeie gesprekken over kunnen hebben. Al zou ze het bedrag niet verhoogd hebben.

Kijk es aan, heb ik toch nog iets redelijks geschreven.
Het eigenlijke onderwerp komt niet aan bod maar dat is voor een andere keer. Een stemmiger.
=

De visite is weg


Nu had ik geen tijd om een logje te bedenken.
– Daar ligt de wereld niet wakker van, er zijn hordes mensen die nooit wat bedenken. Waarom zou jij dan klagen.
Ik klaag niet. Ik zeg alleen dat ik geen tijd had.
– Ik weet het, je zegt maar wat. Jij zegt heel vaak maar wat, waarom eigenlijk?
Dat is jóuw interpretatie.
– Zucht.
Wat nou weer?
– Je bent toch niet verplicht te schrijven?
Nee, ik vind het gewoon leuk.
– Als je echt zo nodig moet, schrijf dan wat zinnigs.
Waarom? Een weblog is geen kerkboek.
– Nee, maar een beetje ernst zou op zijn plaats zijn.
Kom op, wie is daar bij gebaat?
– Het brengt de mensen tot nadenken.
Tsss, je praat als een schoolmeester.
– En jij kletst als een politicus.
==

(Oud verhaaltje teruggevonden) Een arme narciste

‘Het is zo lastig,’ vertelde zij  de huisarts, ‘almaar je nek te moeten verdraaien, in etalageruiten, spiegeldeuren, grote zonnebrillenglazen, schermen van televisie en laptop en tablet, overal moet ik mezelf bewonderen; links en rechts heb ik een zere nek en mijn ogen gaan soms uit eigen beweging heen en weer, weet U wel hoeveel afbreuk dat doet aan mijn schoonheid…. ‘
De huisarts  bekeek haar nek en zag dat haar ogen inderdaad vreemde bewegingen maakten, haastig  schoten ze naar de ooghoeken en terug.
‘Hm, tja, een psychiater kan U misschien helpen.’
‘Oh god nee,’ riep de narciste, ‘die neemt me mijn grootste genot af. Help me liever met mijn nek en ogen.’
Nadenkend bladerde de huisarts wat in zijn papieren. ‘Heeft U,’ vroeg hij,  ‘wel eens gedacht aan een carrière bij de televisie?’
‘Ja hoor, maar ik kan niet acteren, niet presenteren, zingen of zelfs maar meedoen met spelletjes. Het enige wat ik kan is mezelf bewonderen.’  Intussen keek ze aandachtig naar zijn ogen waarin ze haar gezicht zag, piepklein maar zo mooi dat ze ervan zuchtte.
‘Dat is ook niet nodig, U hoeft alleen maar te zijn en af en toe een woordje na te zeggen.’ Hij schreef iets op een blaadje. ‘Mevrouw, belt U dit nummer. Deze man kan U opleiden tot tv-babe. Veel succes!’
Zij ging en belde.  Ze mocht komen voor een auditie. Ze deed enorm haar best en bekeek zich met grote aandacht op alle monitoren, de ernst spatte uit haar blikken waardoor ze imponeerde en mocht blijven.
Ze werd een groot succes. Nu hoefde ze niet meer haar nek te verdraaien, haar beeltenis verscheen op alle plekken waar ze keek, ook haar ogen pasten zich aan.
Ze werd een rijke narciste met nog maar één klacht.  ‘Wat als ik oud word?’

© Bertie